Hogeschool van Amsterdam

Aan het hbo studeren

Uw kind maakt straks de overstap van de havo, het vwo of het mbo naar het hoger beroepsonderwijs (hbo). Hoe dat nieuwe schoolsysteem in elkaar zit, leest u hier.

Onderwijssysteem

Het Nederlands hoger beroepsonderwijs kent verschillende graden: bachelor, master en Associate degree.

Met een havo-, vwo-, of mbo-4-diploma kun je starten met een bacheloropleiding aan het hbo. De opleidingen leiden op tot een beroep of beroepsgroep. Voor alle voltijdopleidingen staat een tijd van vier jaar. 

Veel opleidingen kunnen ook in deeltijd gevolgd worden. In dat geval werkt een student naast zijn studie in een beroep dat aansluit bij de opleiding. Een deeltijdopleiding duurt over het algemeen ook vier jaar. 

 

Bacheloropleidingen

Na het behalen van een bachelordiploma kan gestart worden met een masteropleiding. Een masteropleiding is een specialisatie in een specifiek vakgebied. Voor sommige masteropleidingen is een aantal jaar werkervaring vereist. Een masteropleiding duurt 1 tot 3 jaar. 

Masteropleidingen

De Hogeschool van Amsterdam biedt ook een aantal Associate degree opleidingen aan. Dit zijn tweejarige opleidingen met een opleidingsniveau tussen mbo-4 en hbo-bachelor. Deze opleidingen zijn zeer praktijkgericht en worden vaak aangeboden in samenwerking met Amsterdamse bedrijven en organisaties. 

Associate degree opleidingen

Studiebelasting en studiepunten

Meer dan op de middelbare school of op het mbo, kunnen studenten op het hbo hun eigen tijd indelen. Toch staat vooraf vast hoeveel tijd een opleiding kost. 

In totaal wordt er verwacht dat een student gemiddeld 40 uur per week aan zijn opleiding besteed. Deze tijd bestaat uit contact- en zelfstudie-uren.

Contacturen

De contacttijd is de tijd die een student op school, in de les of in projectgroepen doorbrengt en waarbij een docent fysiek of online aanwezig is. Het aantal contacturen verschilt per opleiding en leerjaar en bedraagt in het eerste jaar gemiddeld 16 uur per week. 

Zelfstudie-uren

De contacttijd is slechts een deel van de benodigde werktijd. Naast contacturen heeft de student ook tijd nodig om zelfstandig te studeren. Dit kan thuis, in de bibliotheek of op school. 

Over het algemeen geldt: hoe minder contacturen een student heeft, hoe meer tijd hij kwijt zal zijn aan zelfstudie. 

Vrijstelling van vakken

Een student die al een soortgelijke opleiding heeft gedaan of veel aantoonbare werkervaring heeft, kan in aanmerking komen voor een versneld programma. Dit wordt op individuele basis door de examencommissie van de opleiding bepaald. 

Ieder studiejaar bestaat uit 60 studiepunten. Ieder studiepunt staat voor 28 uur studietijd. Dit betekent dat een student gemiddeld 40 uur per week met zijn studie bezig is. 

De student ontvangt studiepunten wanneer een vak met positief resultaat wordt afgerond. Afronding gebeurt door middel van bijvoorbeeld een tentamen, een presentatie of een eindverslag. Als een student alle vakken positief afsluit, behaalt hij 60 studiepunten. 

Studenten kunnen hun studievoortgang volgen in het Studenten Informatie Systeem (SIS). Dit systeem is alleen toegankelijk voor studenten. 

Bindend studieadvies in het eerste jaar

In het eerste studiejaar moet een student op de Hogeschool van Amsterdam minimaal 50 van de 60 studiepunten halen. Haalt een student minder dan 50 studiepunten? Dan krijgt hij een negatief bindend studieadvies (BSA) en mag hij niet verder met de opleiding. 

Verwacht een student het benodigd aantal studiepunten niet te halen? Dan is het goed om dit bijtijds te bespreken met de studieloopbaanbegeleider. Samen kan dan gekeken worden welke stappen nodig zijn. 

Hulp tijdens de studie

Studeren aan het hbo is voor veel studenten anders dan ze gewend waren op de middelbare school of het mbo. Er wordt bijvoorbeeld meer eigen verantwoordelijkheid van hen verwacht. Zo dient de student zelf aan de bel te trekken wanneer hij hulp nodig heeft. Die hulp biedt de HvA in verschillende vormen:

Aan het begin van het studiejaar krijgt iedere student een vaste studieloopbaanbegeleider (slb'er), studentbegeleider (sb'er) of coach toegewezen. 

De student bespreekt met deze begeleider de studievoortgang, de beroepsontwikkeling en de persoonlijke ontwikkeling. Hij kan er terecht met vragen of problemen. Wanneer de studievoortgang in gevaar dreigt te komen, wordt de student doorverwezen naar de studentendecaan. 

De studentendecaan geeft advies en begeleiding bij persoonlijke omstandigheden die belastend zijn voor de studievoortgang. Een student kan op ieder moment contact opnemen met de studentendecaan van de opleiding. 

De studieloopbaanbegeleider en studentendecaan staan in contact met de student. Wilt u in gesprek met hen, dan kan dat alleen op uitnodiging van de student. 

Meer informatie

De Hogeschool van Amsterdam wil dat iedere student het beste uit zichzelf kan halen. Studenten met een functiebeperking hebben daarom recht op extra hulp(middelen). 

Het is belangrijk dat een student die hier behoefte aan heeft dit zo vroeg mogelijk aangeeft bij zijn studentendecaan. Dit kan zelfs al voor het begin van de studie! Neem contact op met de studentendecaan van de opleiding om samen te bespreken welke hulp wenselijk is. 

Meer informatie
Gepubliceerd door  Afdeling Communicatie 16 september 2019

Goed onderwijs: daar staan we voor bij de HvA

Accepteer de marketingcookies om deze video te zien