Hogeschool van Amsterdam

Urban Vitality

Ontrafelen persoonlijke- en omgevingsfactoren van invloed op Gezond Opgroeien

Project

In 2040 heeft Nederland een gezonde generatie, dat is de droom van het lectoraat Bewegen in en Om School. Een generatie kinderen met een fysieke, mentale en sociaal-emotionele balans, waardoor zij de vrijheid en mogelijkheden hebben om hun potentieel optimaal te benutten. Daarom moet er meer aandacht komen voor preventie en een gezonde omgeving. Vanuit het thema Gezond Opgroeien werken lectoraten samen om invloed uit te oefenen op het beleid en op het verbeteren van de fysieke en sociale omgeving van kinderen.

Kinderen die voldoende en gevarieerd bewegen ontwikkelen betere motorische vaardigheden. Kinderen die beter bewegen hebben hier vaak meer plezier in. Als kinderen meer plezier hebben, bewegen ze weer vaker. Veel bewegen heeft een positief effect op hun gezondheid, welbevinden en zelfvertrouwen. Bovendien groeien fysiek actieve kinderen uit tot fysieke actieve (jong)volwassenen.

De schoolsluiting door covid-19 in het voorjaar van 2020 laat duidelijk zien dat er kansenongelijkheid voor kinderen bestaat: kinderen uit een fijne thuissituatie hebben veel kunnen bewegen en buitenspelen, maar er zijn ook een hoop kinderen die in een omgeving wonen die minder stimulerend is voor hun gezondheid. Uit eerder onderzoek blijkt dat er relaties bestaan tussen motoriek, beweeggedrag, fitheid, gewicht en zelfbeeld. Maar hoe verschillen deze factoren tussen kinderen in diverse omgevingen? En welke rol spelen factoren zoals algemene gezondheid, deelname aan activiteiten, voeding, cognitieve vaardigheden, gedrag, welbevinden en sociale contacten?

Kinderen hebben minder kansen om zich te ontwikkelen wanneer zij opgroeien in een ongezonde omgeving. Het lectoraat Bewegen In en Om School bundelt haar krachten met andere lectoraten en partners om stapje voor stapje inzicht te krijgen in de omgeving van kinderen die zich minder gezond ontwikkelen.

Onderzoekers zien op basis van een grove analyse enkele verschillen. Kinderen met overgewicht, obesitas en ondergewicht zijn sterker vertegenwoordigd onder kinderen met een minder goede motoriek. Maar in Amsterdam-Noord en Amsterdam-Centrum zijn meer kinderen met een motorische achterstand dan met overgewicht of obesitas, terwijl in Amsterdam Zuid-Oost meer kinderen met overgewicht en obesitas zijn dan met een motorische achterstand.

Ook bij een eerste grove analyse waarbij onderzoekers keken naar sociaal-economische status (op basis van postcode van de school) zagen zij verschillen in motoriek. In de groep met een lagere sociaal-economische status zien zij een hoger percentage kinderen met een motorische achterstand (17,8%), dan in de groep met een midden (13,5%) of hoge sociaal-economische status (12,0%).

Doel

Het projectteam wil meer inzicht krijgen in de verschillen tussen kinderen en de persoonlijke- en omgevingsfactoren die bijdragen aan een gezonde ontwikkeling. Op basis daarvan maken zij keuzes voor vervolgonderzoek. Uiteindelijk wil het projectteam aan de hand van de resultaten dat interventies voor kinderen meer op maat worden gemaakt.

Methode

Het projectteam gaat uit van de kennis die onderzoekers al hebben opgedaan in het MAMBO-cohort. Daarin volgen onderzoekers de motoriek van kinderen vanaf hun 6e jaar. Op basis van de onderzoeksresultaten ontwikkelt het projectteam een uitgebreidere meetstraat om verschillende factoren, zoals motoriek, beweeggedrag, fitheid, gewicht, zelfbeeld, algemene gezondheid, participatie in activiteiten, voeding, cognitieve vaardigheden, gedrag, welbevinden en sociale contacten bij kinderen in kaart te brengen. Deze meetstraat testen zij in de praktijk om de haalbaarheid te toetsen. Op basis van pilotdata maakt het projectteam keuzes voor het inzoomen op bepaalde factoren in het vervolgonderzoek.

Verwachte resultaten/producten

In dit project krijgen onderzoekers inzicht in de persoonlijke- en omgevingsfactoren die bijdragen aan een gezonde ontwikkeling van kinderen. Op basis daarvan maakt het onderzoeksteam keuzes voor vervolgonderzoek.

Verwachte maatschappelijke impact

Het is nu echt tijd voor preventie! In de lokale sportakkoorden bundelen verschillende professionals hun krachten om samen te werken aan het gezond opgroeien van kinderen. Het onderzoek Gezond Opgroeien draagt bij aan de benodigde kennis om interventies (preventief en curatief) meer op maat te maken voor kinderen.

Bijdrage onderwijs en onderzoek

Het project levert kennis voor verschillende beroepsgroepen. Denk aan gymleraren, groepsleerkrachten, intern begeleiders, jeugdartsen, fysiotherapeuten, oefentherapeuten, ergotherapeuten en combinatie-functionarissen. Deze kennis wordt verwerkt in de curricula van de verschillende opleidingen en in de nascholing.

Externe partners

  • Gemeente Amsterdam - Karen den Hertog / Vincent Busch
  • Amsterdam UMC, locatie VU - Jaap Oosterlaan
  • BBO Onderwijs – Lieke Thesingh (nog niet toegezegd)
Gepubliceerd door  Urban Vitality 11 december 2020

Project Info

Startdatum 01 jan
Einddatum 31 dec

Contact