Hogeschool van Amsterdam

Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie

Vindplaatsen verborgen armen

naar effectievere wegen om huishoudens met een laag inkomen te ondersteunen

Project

Om rond te kunnen moeten huishoudens die een bruto-inkomen op minimumniveau ontvangen, alle beschikbare inkomensondersteuning aanvragen. Het niet benutten van additionele inkomensbronnen leidt uiteindelijk vaak tot betalingsachterstanden en schulden. De laatste jaren komt steeds meer aan het licht dat er Nederlanders zijn met lage inkomens die geen gebruik maken van ondersteuning vanuit de gemeente of rijksoverheid terwijl ze daar wel recht op hebben. Gemeenten zijn op zoek naar wegen om deze ‘verborgen armen’ te vinden, te bereiken en te ondersteunen.

Project

Naar aanleiding van een subsidieronde in het kader van de Nationale Wetenschapsagenda in opdracht van het ministerie van SZW, hebben tien gemeenten (te weten Amsterdam, Amersfoort, Almere, Hoekse waard, Kapelle, Krimpenerwaard, Lelystad, Nijmegen, Schiedam, Vlaardingen) een consortium gevormd met vier kenniscentra (te weten UvA, het Nibud, INK. en de HvA) en twee samenwerkingspartners (te weten Over rood en Stichting lezen en Schrijven) om gezamenlijk een project op te zetten om enerzijds beter te begrijpen wie deze verborgen armen zijn en waarom ze verborgen zijn en om anderzijds in gezamenlijkheid werkwijzen te ontwikkelen die gemeenten en andere relevante actoren kunnen helpen om verborgen armen te vinden, te bereiken en beter te ondersteunen. Het project heeft een looptijd van drie jaar en wordt onder leiding van de HvA uitgevoerd. De start van het project is vanwege COVID-19 verzet naar 1 september 2020.

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het consortium heeft als gemeenschappelijke doelstelling geformuleerd:

Het identificeren, ontwikkelen, deels implementeren en op meerwaarde beoordelen van mogelijkheden om meer huishoudens waarbinnen sprake is van verborgen armoede te bereiken met materiële en immateriële vormen van ondersteuning die deze huishoudens uiteindelijk in de gelegenheid stellen hun materiële positie zo te verbeteren.

Om het doel van het project te realiseren worden drie praktijkvragen beantwoord:

  • Welke subgroepen verborgen, met name werkende, armen kunnen onderscheiden worden?
  • Welke bestaande vindplaatsen van (verborgen) armen lenen zich ervoor om op grotere schaal te worden ingezet?
  • Welke nieuwe vindplaatsen van (verborgen) armen kunnen opgezet en geïmplementeerd worden wanneer zij van toegevoegde waarde blijken op grotere schaal worden ingezet?

Uitvoering project: twee onderzoekslijnen en twee praktijklijnen

Om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden en daarmee de doelstelling van het project te behalen is het project onderverdeeld in twee onderzoekslijnen en twee praktijklijnen.

Onderzoekslijnen
In de eerste onderzoekslijn voert de UvA bestandsanalyses uit op onder andere CBS-bestanden. Deze analyses moet licht werpen op de vraag welke groepen burgers, die in verborgen armoede leven er zijn te onderscheiden naar aard en omvang.

In de tweede onderzoekslijn richten we ons op werkende armen en hun werkgevers en opdrachtgevers. Het NIBUD voert een kwantitatief onderzoek (enquête- en panelonderzoek) en een kwalitatief (interviews en groepsgesprekken) uit onder werkende armen. Daarnaast voeren we een kwalitatief onderzoek uit onder werkgevers.

Praktijklijnen
De hoofdmoot van het project wordt gevormd door de twee praktijklijnen. In deze praktijklijnen werken de gemeenten nauw samen met de HvA en INK. om bestaande vindplaatsen in de verschillende gemeenten te beoordelen en verspreidbaar te maken en om gezamenlijk nieuwe vindplaatsen op te zetten, te monitoren, te evalueren en verspreidbaar te maken.

We beginnen met het identificeren van bestaande vindplaatsen bij alle elf gemeenten. In gezamenlijkheid kiezen we vervolgens vijf van deze bestaande vindplaatsen uit die we in twee gemeenten onder de loep nemen (n=10). Op 10 vindplaatsen in het land worden vervolgens werkwijze en bereik in kaart gebracht en een methodiekbeschrijving opgesteld. We kiezen vervolgens de vier meest beloftevolle vindplaatsen die we gaan evalueren. We nemen op elke vindplaats een gestructureerde vragenlijst af en we interviewen gebruikers/burgers van de vindplaats. Om de effectiviteit vast te stellen bestuderen we data uit bestaande registratie. Het resultaat van deze eerste praktijklijn is dat we vier methodiek- en implementatiebeschrijvingen opleveren van geëvalueerde vindplaatsen die vervolgens verspreid kunnen worden.

In de tweede praktijklijn starten we o.l.v. INK bv. (social designers) met het houden van drie focusgroepen met vertegenwoordigers van drie doelgroepen burgers voor wie gemeenten nieuwe vindplaatsen willen ontwikkelen. In de focusgroepen worden behoeften en randvoorwaarden met de doelgroepen burgers in kaart gebracht en wordt een aanzet tot ontwikkeling van nieuwe vindplaatsen met de doelgroep uitgewerkt. De elf gemeenten uit het consortium kiezen vijf te ontwikkelen vindplaatsen en de gemeenten waar deze vindplaatsen ge-pilot gaan worden. De vindplaatsen worden vervolgens opgestart en geïmplementeerd. De vindplaatsen zijn minimaal 6 maanden actief en worden in deze periode gemonitord en geëvalueerd. Dit gebeurt net als in de eerste praktijklijn door het uitzetten van gestructureerde vragenlijsten onder gebruikers/burgers, het houden van interviews/groepssessies met gebruikers en professionals/vrijwilligers en het analyseren van registratiegegevens.

Het resultaat van deze praktijklijn zijn vijf methodiekbeschrijvingen, implementatieplannen en kostenramingen waarvan elke gemeente in Nederland gebruik kan maken die haar burgers die tot dan toe in verborgen armoede leven, beter willen bereiken en ondersteunen.

Daarnaast brengen we in deze praktijklijn de overkoepelende kennis samen die we in het gehele project hebben opgedaan aangaande toeleiding van verborgen armen naar feitelijk gebruik van gemeentelijke voorzieningen in een interventiebeschrijving.

Disseminatie

Het verspreiden van de opgedane kennis en de beschrijvingen die het project oplevert, gebeurt via zoveel als mogelijke kanalen als congressen, studiedagen van koepelorganisaties, het publiceren van artikelen in vakbladen en overige kanalen die tot de beschikking staan van de gemeenten.

Gepubliceerd door  AKMI 26 oktober 2020

Project Info

Startdatum 01 sep 2020
Einddatum 01 sep 2023