Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie

Samenwerking lokale informele armoede- en schuldenprojecten en de professionele schuldhulpverlening

Project

Aanleiding: In Nederland kennen alle gemeenten het formele professionele schuldhulpverleningstraject dat via de gemeente wordt aangeboden. Los hiervan bestaan er in elke gemeente lokale initiatieven gericht op het vergroten van de financiële (zelf) redzaamheid van haar inwoners. Het gaat hier doorgaans om projecten die (mede-)gesubsidieerd worden door een fonds of goed doel. Vaak zijn hier (naast beroepskrachten) vrijwilligers werkzaam. We noemen deze projecten: de lokale informele armoede- en schuldenprojecten. We noemen ze informeel om het onderscheid met de formele professionele schuldhulpverlening te duiden.

Vijf jaar ‘Van Schulden naar Kansen’ laat zien dat deze lokale informele armoede- en schuldenprojecten een belangrijke positie innemen als het gaat om het verbeteren van de situatie van mensen die in armoede en met schulden leven. Zij zijn met name van meerwaarde als het gaat om het vergroten van de financiële (zelf)redzaamheid, het vergroten van het zelfvertrouwen en het terugdringen van kleine niet-problematische schulden bij hun deelnemers. Zo zien we bij driekwart van de onderzochte deelnemers een vooruitgang in hun financiële (zelf)redzaamheid: deelnemers hebben zowel op de korte als de lange termijn beter overzicht in hun eigen administratie, kunnen beter omgaan met geld en kunnen beter hun uitgaven beheersen.
Daarnaast verbeterden hun sollicitatievaardigheden en hun financiële kennis. Vooral voor de groep mensen met een relatief laag startniveau wat betreft kennis en vaardigheden zijn deze projecten van meerwaarde; zij laten de grootste ontwikkeling zien. Deelname aan de lokale informele armoede- en schuldenprojecten zorgde ook voor een afname van de schulden. Het aantal schuldposten daalt gemiddeld van 2 tot 3 bij aanvang tot 1 tot 2 schuldpost(en) zes maanden na deelname.
Ook het aandeel deelnemers met een schuld neemt geleidelijk af. Na afloop van deelname aan het project heeft een iets lager percentage deelnemers schulden (van 54 procent bij de start naar 52 procent na deelname). Dit percentage neemt bij de tweede nameting nog verder af naar 45 procent.
Al met al zien we dat vooral als het gaat om mensen met relatief kleine en dreigende schulden, het informele schuldaanbod van waarde is en een aanvulling vormt op de formele schuldhulpverlening. Bij een aantal lokale informele armoede- en schuldenprojecten komen deelnemers binnen met grote schulden.

Bij de meeste deelnemers met problematische schulden (meer dan 3000 euro) lijkt de hulp van deze informele projecten niet toereikend: deze deelnemers hebben na afloop van het project vaak nog steeds schulden, waarvan het overgrote merendeel nog steeds problematisch. Voor deze groep is er hoogstwaarschijnlijk officiële professionele schuldhulp nodig om van hun schulden af te komen. Twee derde van de deelnemers met problematische schulden zegt deze hulp echter nu nog niet te ontvangen. Een van de aanbevelingen van ons onderzoek is dan ook te investeren in een (nog) betere samenwerking tussen de lokale informele armoede- en schuldenprojecten en de professionele schuldhulpverlening om te zorgen dat deelnemers met problematische schulden tijdig passende hulp ontvangen. Mogelijk worden deze deelnemers door de informele lokale armoede- en schulden projecten niet (goed) doorverwezen naar de professionele schuldhulpverlening of worden ze wel doorverwezen maar komen ze er niet aan bijvoorbeeld omdat ze de weg er naartoe niet (zelf kunnen) vinden, of haken ze na een eerste contact af. Als een deelnemer problematische schulden heeft is het belangrijk om deelnemers (tijdig) te begeleiden naar de professionele schuldhulpverlening en daar niet mee te wachten. Professionele schuldhulpverleners zijn immers in staat het doorgroeien van schulden te stuiten. Het verdient daarom aanbeveling te onderzoeken hoe de huidige processen lopen en waarom veel deelnemers van lokale informele armoede- en schuldenprojecten nu niet aankomen bij de de professionele schuldhulpverlening. Kortom, hoe kan de ‘diagnose’ rondom problematische schulden en de doorverwijzing bij lokale informele armoede- en schuldenprojecten (nog) beter worden vormgegeven?

Doel van het onderzoek

Het doel van dit onderzoek is antwoord te geven op de vraag hoe burgers met problematische schulden vanuit lokale informele armoede- en schuldenprojecten op een tijdige en zo optimaal mogelijke manier naar de professionele schuldhulpverlening kunnen worden geleid, zodat uiteindelijk meer deelnemers met problematische schulden worden begeleid door de professionele schuldhulpverlening. Dit is daarmee de outcome van het onderzoek: ‘succesvolle toeleiding van burgers met problematische schulden naar de professionele schulddienstverlening’. Uiteindelijk hopen dat de impact daarvan zal zijn dat de problematische schulden van deze burgers omlaag gaan.

Onderzoeksvragen

  1. Wat zijn de kenmerken van lokale informele armoede- en schuldenprojecten die op dit moment wel of juist niet toeleiden naar de professionele schuldhulpverlening? In hoeverre hangen eventuele verschillen tussen projecten samen met projectkenmerken en/of kenmerken van de dominante doelgroep aan projecten en/of de context waarbinnen het project opereert?
  2. Waarom volgen relatief weinig deelnemers van lokale informele armoede- en schuldenprojecten met problematische schulden een professioneel schuldhulptraject? Welke verklaringen hiervoor liggen bij de projecten en welke bij de deelnemers en in welke mate beïnvloeden ze elkaar?
  3. Indien het een bewuste keuze is van lokale informele armoede- en schuldenprojecten om niet door te verwijzen, wat zijn dan de argumenten om dit niet te doen?
  4. Hoe staan medewerkers van lokale informele armoede- en schuldenprojecten en deelnemers aan die projecten met problematische schulden tegenover een doorverwijzing naar professionele schuldhulpverlening? Zouden deelnemers dit wel of niet willen en wat zijn daarvoor de redenen?
  5. Welke ervaringen en verwachtingen hebben de deelnemers ten aanzien van deelname aan een professioneel schuldhulptraject?
  6. Hoe kijken medewerkers van de professionele schuldhulpverlening naar de lokale informele armoede- en schuldenprojecten? Kennen ze deze projecten? En weten de projecten hen te vinden? Hoe vaak worden deelnemers vanuit deze projecten naar hen doorgestuurd? Zien ze de meerwaarde van deze projecten?
  7. In welke mate hebben de lokale informele armoede- en schuldenprojecten en de professionele schuldhulpverlening behoefte om de onderlinge samenwerking te verbeteren? Op welke punten zou men beter willen gaan samenwerken?
  8. Wat is er volgens medewerkers van de professionele schuldhulpverlening en volgens medewerkers en deelnemers van de lokale informele armoede- en schuldenprojecten nodig om tot een zo optimaal mogelijke samenwerking te komen?

Onderzoeksactiviteiten

  1. Een secundaire analyse van de beschikbare data uit het Van Schulden naar Kansen-onderzoek
  2. Telefonische/online interviews onder lokale informele armoede- en schuldenprojecten
  3. Telefonische/online interviews onder vertegenwoordigers van de professionele schuldhulpverlening
  4. De klantreis in kaart brengen
    1. De huidige situatie – volgens de lokale informele armoede- en schuldenprojecten en de professionele schuldhulpverleningsorganisaties
    2. De huidige situatie – volgens de doelgroep
    3. De gewenste situatie
  5. Analyse en rapportage
Gepubliceerd door  AKMI 5 september 2022

Project Info

Startdatum 01 sep
Einddatum 31 dec