Duurzaam en klimaatbestendig: lectoren dragen hun steentje bij

Van energiepositieve wijken en waterbergende wegen, tot onderzoek naar de beeldtaal in het klimaatdebat

4 nov 2021 11:47 | Urban Technology

Op zaterdag 6 november vindt de Klimaatmars plaats. Een grote groep HvA’ers zal op die dag ook meelopen in Amsterdam, maar de hogeschool doet meer.

Veel van het praktijkgericht onderzoek dat we doen, richt zich op de effecten van klimaatverandering, bewustwording voor het probleem, of het streven naar een duurzamere stad. We lichten er drie voor je uit.

  1. Een duurzame wereld begint bij verbeelding

We kennen allemaal de beelden van smeltende ijskappen en uitgehongerde ijsberen wel als het gaat om klimaatverandering. “Eigenlijk is het jammer dat sommige beelden zo dominant zijn,” vindt lector Visual Methodologies Sabine Niederer. “Ze kunnen namelijk heel erg onze verbeeldingskracht beperken.”

Niederer onderzoekt het gebruik van beelden op (sociale) media als het gaat om klimaatverandering. Zij constateert dat veel beelden zorgen voor een afstand van het probleem. “Het mist heel vaak een persoonlijk perspectief. Terwijl iets waar je je toe kunt verhouden heel belangrijk is.”

De klimaatcrisis is daarmee niet alleen een ecologische crisis, maar ook een crisis van de verbeelding. Met die gedachte nodigt Niederer mensen uit zich een verbeelding te maken van een toekomst die gevormd wordt door een veranderend klimaat. Samen met hen kijkt ze naar hoe je visueel andere keuzes kunt maken.

“Studenten van de opleiding Communicatie en Multimedia Degn hebben, begeleid door een onderzoeker van ons lectoraat, een workshop ontwikkeld voor leeftijdsgenoten om collages te maken over hoe zij de toekomst met klimaatverandering voor zich zien. Dat heeft mooie beelden en levendige discussies opgeleverd over de toekomst van de planeet en de positie van de mens daarbinnen.”

  1. Een duurzame wereld begint bij een duurzame stad

“Klimaatverandering is op dit moment de belangrijkste drijvende kracht achter de energietransitie.” Dat zegt lector Energie & Innovatie Renée Heller. In die energietransitie is een belangrijke rol weggelegd voor de stad. Want als je echt wil dat die maximale opwarming van 1,5 graad in zicht blijft, dan is het terugdringen van de CO2-uitstoot onvermijdelijk.

In de Buiksloterham in Amsterdam-Noord wordt daar in het project Atelier aan gewerkt. Niet alleen door huizen steeds beter te isoleren en van het gas af te halen, maar door de hele wijk ‘energiepositief’ te maken. Dat betekent dat bewoners niet alleen energieconsument, maar ook producent zijn. Energie die wordt opgewekt, bijvoorbeeld door zonnepanelen, kan binnen de wijk uitgewisseld worden met anderen, zo is de gedachte.

Die uitwisseling van energie vraagt niet alleen om technologische innovatie, maar ook om sociale innovatie. “Het vraagt om samenwerking van bedrijven en overheden met de bewoners als actieve handelaars van energie,” legt Heller uit. In Buiksloterham wordt nu onderzocht hoe die samenwerking er uit ziet. Daarnaast wordt gekeken welke technische innovaties kunnen bijdragen aan het energiepositief maken van de wijk.

  1. Maar wat als het toch mis gaat?

Afgelopen zomer hebben we in Limburg kunnen zien welke gevolgen extreme neerslag kan hebben op steden en dorpen. Volgens lector Water in en om de stad Jeroen Kluck zou een vergelijkbare hoeveelheid neerslag boven Amsterdam in ieder geval in de Watergraafsmeer voor natte voeten hebben gezorgd.

Toch is hij gematigd positief, want Nederland heeft over het algemeen zijn waterhuishouding goed op orde. In zijn lectoraat onderzoekt hij niettemin manieren om in de gebouwde omgeving om te gaan met extreme neerslag. De waterbergende weg, een project om hemelwater op te slaan in de bodem van wegen op te slaan is zo’n manier. Een manier een bovendien om problemen met zowel extreme regenval als extreme droogte te beperken.

Want volgens Kluck is vooral dat laatste een steeds groter probleem. “Hitte in de stad is het allergrootste probleem. Er sterven jaarlijks zo’n 250 mensen extra in Nederland door hitte en het zorgt bovendien voor minder arbeidsproductiviteit. Het is kortom belangrijk dat we stil staan bij de vraag: hoe richten we onze stad klimaatbestendig in?”