Hogeschool van Amsterdam

Kenniscentrum Techniek

Forensische rapportages onbegrijpelijk?

‘Forensische rapportages worden door professionals verschillend geïnterpreteerd’, in publicatie van HvA-onderzoeker Elmarije van Straalen

16 jun 2020 00:00 | Faculteit Techniek

“De bevindingen van het dactyloscopisch onderzoek zijn 50.000 maal waarschijnlijker wanneer het dactyloscopisch sporenmateriaal afkomstig is van de verdachte, dan wanneer het afkomstig is van een willekeurige andere persoon”, aldus een conclusie in een forensische rapportage. Geen gemakkelijk taalgebruik. Een kwart van de professionals interpreteert zulke conclusies dan ook verkeerd, blijkt uit de recente publicatie van Elmarije van Straalen, onderzoeker aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA) over gebruik en interpretatie van vingersporen in de strafrechtketen. ‘Alleen realiseert men zich dit niet altijd’, vertelt Van Straalen.

In veel strafzaken komen forensische rapporten aan de orde, bijvoorbeeld over vingerafdrukken, DNA-analyses, schoensporen of digitale sporen. Dat zijn vaak nogal technische rapporten die helemaal niet makkelijk te begrijpen zijn. Vijf typen professionals uit het vak (forensisch onderzoekers, rechercheurs, officieren van justitie, advocaten, rechters) kregen daarom drie rapporten over vingerafdrukken te lezen met verschillend geformuleerde conclusies, om hen vervolgens vragen over de interpretatie ervan te laten beantwoorden. Met als uitkomst: verschillend geformuleerde uitspraken die door de deskundigen als equivalent bedoeld zijn, worden door een kwart van de professionals anders geïnterpreteerd.

Conclusies onbewust verkeerd geïnterpreteerd

‘Misschien nog wel interessanter is het feit dat veel van de lezers helemaal niet doorhebben dat ze het verkeerd interpreteren’, vertelt Van Straalen verrast. ‘Een deel van de respondenten zegt de conclusies te begrijpen, terwijl ze de vragen over de interpretatie ervan niet correct hebben beantwoord. Zij hadden er gewoonweg wat anders in gelezen dan wat bedoeld was. Dat is een probleem.’

Het gemiddelde percentage juiste antwoorden op vragen over conclusies in rapport per type professional

Verschil in taalgebruik

‘De politie wil natuurlijk niet dat een verdachte onterecht wordt veroordeeld doordat te sterke uitspraken zijn gedaan’, geeft Van Straalen als voorbeeld. ‘Dus gaan ze al snel over op zo voorzichtig en “correct” mogelijk taalgebruik. Bijvoorbeeld, wanneer de politie net te weinig overeenkomsten ziet tussen een spoor en vingerafdruk van een verdachte, wordt in de conclusies van hun rapportage gezet: “het spoor is mogelijk afkomstig van de potentiële donor, de vergeleken persoon is daarmee niet uit te sluiten als donor van het spoor”. De professionals in het onderzoek interpreteerden dit echter als een vrij zwakke uitspraak.’

‘Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) gebruikt ter vergelijking weer andere vormen van conclusies in rapportages, zoals getallen of een schaal met vastgestelde termen. Bij het gebruik van dergelijke schalen is het belangrijk dat duidelijk verantwoord kan worden waarom voor een conclusie een specifieke categorie is gekozen.’

Schakel een forensisch adviseur in

Wat kan er gedaan worden om technische rapportages en conclusies begrijpelijk te maken voor alle professionals? Van Straalen pleit voor forensisch adviseurs die hulp bieden en voorlichten bij het vertalen van forensische rapportages. ‘Dat wordt al gedaan bij sommige rechtszaken. Maar er is wel enige cultuurverandering voor nodig. Professionals moeten natuurlijk wel willen en durven toegeven dat ze conclusies in een rapportage niet begrijpen. Gebeurt dit niet, of blijven professionals denken dat ze het toch wel begrijpen, maak het gebruik van een forensische ‘vertaler’ standaard tussen elke schakel in de gerechtelijke keten. En op de lange termijn? Cursussen erover aanbieden, zelfs verplichten, en opleidingen erop aanpassen!’

Promotieonderzoek vingersporen

De publicatie is onderdeel van het promotieonderzoek van Van Straalen naar Gebruik en interpretatie van vingersporen in de strafrechtketen. Dit promotieonderzoek maakt deel uit van het programma Vingersporen, de bron en verder. Hierin wordt onderzocht wat vingersporen nog meer kunnen vertellen dan identificatie en hoe die informatie benut kan worden in het proces van opsporing, vervolging en bewijsvoering.