Hogeschool van Amsterdam

Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie

Mantelzorgers oordelen verschillend over thuiszorgprofessionals

6 mei 2019 12:25 | AKMI

Sommige groepen mantelzorgers zijn minder tevreden over het delen van hulp met thuiszorgprofessionals dan anderen. Dat geldt bijvoorbeeld voor mensen die hulp bieden aan een ouder of kind met een psychische aandoening en voor mensen die hulp aan iemand met een psychische aandoening met een betaalde baan combineren. Dat blijkt uit onderzoek van Yvette Wittenberg, docent/onderzoeker bij het lectoraat Langdurige Zorg en Ondersteuning van de HvA.

De sterkere nadruk die ook in Nederland wordt gelegd op het bieden van hulp aan elkaar zorgt ervoor dat mantelzorgers en thuiszorgprofessionals steeds meer met elkaar in contact komen. Dat maakt het belangrijk om goede manieren te vinden om hulp met elkaar te delen. Yvette onderzocht hoe tevreden mantelzorgers zijn over het delen van hulp met thuiszorgprofessionals. Naast thuiszorg vanuit de Wmo gaat dit ook over de zorg die wijkverpleegkundigen bieden. Om een beter begrip te krijgen van verschillen in ervaringen van mantelzorgers, is het onderzoek uitgevoerd vanuit intersectioneel perspectief. Er is onderzocht welke persoonlijke kenmerken van mantelzorgers en welke situationele kenmerken, zoals de relatie met en de aandoening van de zorgvrager, gerelateerd zijn aan het oordeel van mantelzorgers.

Het onderzoek laat zien dat er bepaalde groepen mantelzorgers zijn die minder tevreden zijn over het delen van hulp met professionals. Het gaat dan bijvoorbeeld om jongere mantelzorgers, mantelzorgers die werken, hoogopgeleide mantelzorgers en mantelzorgers die iemand met een zware zorgvraag helpen. Sommige combinaties van kenmerken versterken een negatiever oordeel. Dat betekent dat mensen die hulp bieden aan naasten met een psychische aandoening en die een ouder/kind-relatie met diegene hebben, tussen de 45 en 64 jaar oud zijn of een betaalde baan hebben minder tevreden zijn over het delen van hulp met professionals dan anderen. Datzelfde geldt voor mannelijke mantelzorgers die hulp krijgen van anderen uit het sociale netwerk van de zorgvrager. Hoewel in dit onderzoek niet kon worden nagegaan of mensen met een niet-Nederlandse achtergrond een ander oordeel hebben, zijn er vanuit de literatuur wel indicaties dat verschillende etnische groepen verschillende ervaringen hebben met het geven van mantelzorg.

Deze kennis is van belang voor professionals die in thuissituaties hulp bieden. Het maakt verschillen in de ervaringen van mantelzorgers duidelijk, waardoor duidelijk wordt dat groepen mantelzorgers waarvan bekend is dat zij vaker ontevreden zijn over het delen van hulp meer aandacht nodig hebben.

De resultaten zijn onderdeel van het promotieonderzoek van Yvette, wat gaat over de mening van mantelzorgers over de verdeling van zorgverantwoordelijkheden tussen mantelzorgers, professionals en overheden. Op dit moment onderzoekt Yvette of verschillende groepen mantelzorgers een andere visie hebben op de verdeling van zorgverantwoordelijkheden. De opbrengsten van beide deelonderzoeken zullen gebruikt worden om in de loop van 2019 focusgroepen met mantelzorgers en professionals te organiseren. Zo kunnen we een diepere betekenis geven aan deze resultaten. In de focusgroepen zal bovendien in co-creatie met betrokkenen gewerkt worden aan verbetermogelijkheden voor Social Work-opleidingen, zodat aankomende professionals zo goed mogelijk leren hoe zij kunnen samenwerken met verschillende groepen mantelzorgers.

Het artikel Informal caregivers’ judgements on sharing care with home care professionals from an intersectional perspective: the influence of personal and situational characteristics is geschreven door Yvette Wittenberg, Alice de Boer, Inger Plaisier, Arnoud Verhoeff en Rick Kwekkeboom. Het verscheen onlangs in het Scandinavian Journal of Caring Sciences. De publicatie is hier te vinden: https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/scs.12699.