Centre of Expertise Urban Vitality

Variatie leert

12 jan 2021 11:45 | LO in Beweging

Grondvormen van bewegen, gevarieerd bewegen, breed motorisch ontwikkelen, een nieuwe gymzaal zaal met de schijf van tien op de muur geschreven. Het lijkt te gonzen en te schuiven in de wereld van het bewegingsonderwijs. We willen graag helder uit de doeken doen wat deze vernieuwende inzichten en toepassingen betekenen voor het onderwijs aan de ALO van de Hogeschool van Amsterdam (HvA).

“De basis van dit alles ligt in de theorie van het motorisch leren”, legt Sander Plomp uit, ALO-docent in het vierde leerjaar. “Met deze theorie zijn we natuurlijk al vrij lang bekend, maar het krijgt een steeds stevigere basis in het vernieuwde curriculum dat we sinds vier jaar op de ALO aanbieden.” Het motorisch leren helpt het ‘leren bewegen’ als een natuurlijk proces te zien. “We willen niet langer alleen maar technieken aanleren waarvan we denken dat het de beste zijn; we willen ‘ontdekkend laten bewegen’ zodat elk kind op zijn of haar niveau vooruitgang boekt en een positieve succeservaring met bewegen heeft.”

Sander Plomp ALO HvA

Sander Plomp

De perfecte variant

“Er bestaat geen perfecte techniek.” Dat klinkt als een pittige uitspraak en Sander legt hem snel uit: “Het leren van een beweging is niet het leren van een ideale uitvoering; een kind of sporter komt tot bewegingsoplossingen vanuit de totale complexiteit. Het creëert dan de perfecte eigen variatie.” Hij lacht en haalt voorbeelden aan uit de topsport: “Lang geleden hadden we de Duitse schaatsster Gunda Niemann (wie kent haar nog?). Zij had geen schaatstechniek uit een boekje, maar zij schaatste wel bijzonder hard én iedereen van de baan.

Recenter is er de klimtechniek van wielrenner Chris Froome en de golfswing van Matthew Wolff, allebei ook voorbeelden van ‘geen perfecte techniek’, maar wel bijzonder succesvol.” In sport en bewegen staat het resultaat dus voorop en de beweger kiest zelf, vanuit een automatische reactie van het lichaam (dat noemen we zelforganisatie), welke beweegoplossing hij of zij toepast. “Op de ALO leren wij onze studenten daarom om de omgeving zo in te richten dat de beweger bepaalde keuzes heeft en eindeloos kan variëren tot hij een perfecte eigen variant vindt, binnen gestelde kaders en doelen.”

Lesvoorbereiding en feedback

Het betekent voor een ALO-student die een gymles voorbereidt dat hij of zij vooral het eindresultaat helder moet hebben en dat de omgeving is ingericht om dit op diverse manieren te bereiken. “In de nieuwe gymzaal op de ALO krijgen studenten daarvoor eindeloos veel creatieve ideeën aangereikt, maar in elke andere zaal kan dit óók , mits ‘het doel van de beweging en variatie’ je uitgangspunten zijn.”

Het betekent ook iets voor de manier waarop de kinderen feedback krijgen. Sander: “Je doet vooral een procesevaluatie; je stelt een doel dat door iedereen op het eigen beweegniveau behaald kan worden en geeft feedback op ieders proces en het behaalde resultaat.” Zo kan een minder gevorderde beweger net zoveel resultaat halen als een gevorderde beweger, want ze zijn beiden op hun eigen niveau vooruitgegaan.

Gymles kinderen ALO HvA

Afscheid van oude theorieën

Het vergt wel het loslaten van oude processen en gedachten. Het docententeam van de ALO is door dit veranderproces heen gegaan en ook bij de studenten vergt het wat tijd om de aangeleerde beweegprocessen uit hun eigen onderwijstijd los te zien van het proces van motorisch leren. “We merken ook een gat tussen het werkveld en onze studenten die stages lopen én het zorgt binnen sommige vaksecties ook voor wat dilemma’s. Ga je hier in mee of niet?” Toch gelooft Sander dat dit een waardevolle evolutie van het vak is: “Als studenten en vakcollega’s leren begrijpen dat ze met meer variatie in hun lessen leerlingen toerusten met een (onbewuste) bredere motorische basis, dat de leerlingen veel meer kans hebben om gestelde doelen gemotiveerd én op eigen hun manier te behalen. Daarom durven wij te zeggen: variatie leert. En dat leer je op de ALO.”