Hogeschool van Amsterdam

Urban Technology

Zero-emissie afvalinzameling op basis van groene waterstof

HvA-project H2WasteCollect in tijdschrift van RVO - DKTI Uitgelicht: Demonstratie klimaattechnologieën en -innovaties in transport

25 feb 2021 13:44 | Urban Technology

De gemeente Amsterdam voert in samenwerking met meerdere partijen en de Hogeschool van Amsterdam (HvA) een proeftuinproject uit. Dit project is gericht op de ontwikkeling en het testen van een zero-emissie-afvalinzamelingssysteem op basis van hernieuwbare waterstof. Hiermee willen ze zero-emissie (binnen)stad logistiek snel in gang zetten en hiervoor draagvlak creëren. Michiel Huijgen, onderzoeker H2WasteCollect bij de HvA, is in deze fase van het onderzoek vooral bezig met het opstellen en aanscherpen van de aanpak en het ophalen van data.Hij deelt de bevindingen in dit project om inzicht te geven in hoe deze proeftuin tot stand is gekomen en wat de volgende stappen zijn.

De gemeente Amsterdam wil in 2025 zoveel mogelijk uitstootvrij verkeer in de stad, om zo een bijdrage te leveren aan de klimaatdoelstellingen en ook de gezondheid van de Amsterdammers te verbeteren. Voor Amsterdam is het gebruik van waterstof de beste manier om de stedelijke afvalinzameling te verduurzamen. Uit onderzoek in Europese samenwerkingsverbanden komen de twee belangrijkste redenen hiervoor naar voren: 1. een accu van een batterij-elektrisch voertuig heeft onvoldoende capaciteit voor de dagelijkse inzamelpraktijk; 2. het laadaspect: de bedrijfsvoering is niet afgestemd op langdurig elektrisch laden. Met deze proeftuin wil de HvA de financiële en maatschappelijke effectiviteit inzichtelijk maken. Zo kan de gemeente beoordelen wat deze innovatie kan betekenen voor de stad.

In de projectbeschrijving staat; 'Eind 2020 rijden er in Amsterdam zeker zes H2-elektrische vuilniswagens die worden beleverd met waterstof die is geproduceerd uit het ingezamelde afval afkomstig van het gerealiseerde H2-tankstation.' Is het resultaat behaald?

Huijgen: 'Nee, dit resultaat is nog niet behaald. Er is behoorlijk wat tijd gaan zitten in het vergunningsproces voor de aanleg van het tankstation, dat er moest zijn voordat de H2-elektrische vuilnisauto’s konden worden geleverd. Aanvullend heeft ook de coronacrisis hierop een behoorlijke impact gehad. De bouw van de voertuigen volgt de planning van het tankstation. Volgens de nieuwe tijdslijnen zullen de eerste waterstof-elektrische trucks in de loop van 2021 gaan rijden.'

Evaluatie van waterstoftechnologie op basis van maatschappelijke kosten-batenanalyse

Huijgen onderstreept het belang van de Maatschappelijke KostenBatenanalyse (MKBA) in deze pilot: 'In een workshop stelden we met de gemeente vast welke duurzaamheidsthema’s van belang zijn in dit project. In de volgende fase brengen we met cijfers in kaart hoe deze nieuwe technologie kan bijdragen aan duurzaamheidsdoelstellingen. We gebruiken hiervoor onder anderen gelogde verbruiksdata van de rijdende auto’s om bijvoorbeeld de CO2-emissies of de geluidsimpact uit te kunnen rekenen. Het afwegen van deze maatschappelijke waarde tegen de financiële kosten kan nieuw licht schijnen op de verantwoording van een hogere financiële prijs, maar ook inzicht op punten waar verbetering nodig of mogelijk is bij een nieuw project of bij opschaling.'

Kennisuitwisseling, een belangrijke rol voor kennisinstituten

Huijgen geeft aan kennisuitwisseling breed op te willen pakken als het project gerealiseerd is. 'We willen zelf symposia organiseren en deelnemen aan symposia voor bedrijven in logistieke sectoren en andere gemeenten. Met het kostenplaatje over de levensduur en maatschappelijke kosten-baten kunnen we meer handen en voeten geven aan de brandstofceltechnologie als alternatief voor logistiek en vervoer. Met onzekerheidsanalyses, zoals over de prijs van waterstof of kostprijs van een vuilnisauto in de toekomst willen we ook een doorkijk naar de toekomst bieden. Zelf hopen we uit de kennisdeling meer te leren over opschalingsaspecten: Wanneer is de technologie interessant voor bedrijven? Wat kan dit de maatschappij opleveren bij grootschalige uitrol? Hoe speelt het in op de trends in de transportwereld of in de (bedrijfs-)afvalinzameling? Kennisinstituten kunnen hier een scharnierfunctie vervullen.'

'Daarom vinden we kennisuitwisseling tussen DKTI-projecten van belang. Er zijn veel DKTI-projecten waarbij onderzoek gedaan wordt naar dezelfde onderwerpen of met methodologische raakvlakken. Het kan nuttig zijn om de aanpak te vergelijken zodat resultaten vergelijkbaar en te valideren zijn. Dit biedt mogelijk ook nuttige inzichten voor opschaalbaarheid van de technologie en de mogelijke resultaten buiten de pilotomgevingen.'

Wat zijn naast kennisdeling nog meer belangrijke leerpunten uit dit project?

Huijgen: 'Ik denk dat het belangrijk is om meer tijd te nemen voor de eerste fase. Op voorhand kunnen we meer onderzoek doen of een project haalbaar is en welke onderlinge afhankelijkheden er spelen. Mijn voorstel zou zijn om in vervolgprojecten een extra fase in te bouwen die de financierbaarheid en haalbaarheid toetst en afsluit met een GO/NOGO moment. Zodat men pas nadat de planning goedgekeurd is daadwerkelijk de pilot start.'

'Ook organisaties buiten het consortium kunnen een belangrijke faciliterende rol spelen. Havenbedrijf Amsterdam heeft bijvoorbeeld geholpen met het vaststellen van de locatie, maar ook met het promoten van het toekomstige waterstoftankstation zodat lokale transportbedrijven zich bewust zijn van de optie om hun vloot met waterstoftechnologie te verduurzamen.'

Welk tip wil je nieuwe aanvragers meegeven?

Huijgen adviseert bij het opstellen van een planning te focussen op het resultaat, de deadline en de doorlooptijd van het project. 'Realiseer je dat er verschillende stakeholders betrokken zijn, die je wellicht op voorhand niet had voorzien. Het toevoegen van een onafhankelijke partij, die meer vanuit helicopterview kijkt, kan voordelen met zich meebrengen. Houd ook altijd rekening met de duur van vergunningstrajecten of toewijzing van een perceel bij realisatie van vastgoed. Daarnaast is het van groot belang om je bewust te zijn van organisatorische verschillen tussen je consortiumpartners, zoals in schaal of in besluitvormingstrajecten. Dit kan van invloed zijn op hoe je onderling afstemt of hoe je de planning en beslismomenten inricht. '

Wat is je hoop en verwachting voor ZE-voertuigen/logistiek?

Huijgen: 'Voor de transport- en logistieksector zijn stedelijke zero-emissiezones een van de belangrijkste drijfveren om te verduurzamen. Vooral het zware vervoer is moeilijk en kostbaar om te verduurzamen. Uitkomsten van DKTI-projecten zoals H2WasteCollect over de financiële en maatschappelijke impact kunnen inzichten geven voor het verkennen van de juiste verduurzamingsweg van zwaar vervoer binnen de stad. Dat kan een bepaalde technologie zijn, zoals batterij of waterstof, of vervanging door kleinere voertuigen. Dat is afhankelijk van de toepassing. Voor veel binnenstedelijk goederenvervoer zit veel verduurzamingspotentieel in de alternatieve stadslogistiek met kleinere elektrische voertuigen of fietsen en meer coördinatie en collectief gebruik van de voertuigen. Dat laatste vereist ook dat logistieke partijen meer data met elkaar delen. Vanuit logistiek oogpunt brengen die concepten weer andere uitdagingen met zich mee, zoals planning, vrachtcapaciteit, de actieradius, de energie- en laadinfrastructuur en de plaatsing van ‘logistieke hubs’ in de stad. Deze zijn oplosbaar, maar verdienen absoluut de aandacht bij het ontwikkelen van zero-emissiebeleid op landelijk en gemeentelijk niveau.'

Meer informatie H2WasteCollect

Projectpagina H2WasteCollect
Transitiethema Mobility & Connectivity
Lectoraat Citylogistiek