Hogeschool van Amsterdam

Mbo-hbo-gesprek: Talent moet kunnen doorstromen

23 sep 2014 12:12

Het hbo moet mbo’ers die willen én kunnen de kans bieden om door te stromen en het hbo succesvol te doorlopen. Daarover waren gastsprekers Thom de Graaf (Vereniging Hogescholen), Jan van Zijl (MBO Raad) en HvA-rector Huib de Jong het eens tijdens het drukbezochte ‘Grote mbo-hbo-gesprek’ bij de HvA.

De uitval van mbo-studenten die doorstromen is hoog, met name in het eerste jaar. Daarmee opent Marcelle Peeters, programmanager van toekomstig HvA-lectoraat Vmbo-mbo-hbo, het Gesprek. Een kwart van de mbo-studenten stroomt door naar het hbo, en daarvan maakt alleen zo’n 57% zijn opleiding af. ‘We kunnen dit niet meer adresseren aan de individuele student- we doen iets niet goed.'

Arbeidsmarkt vraagt hoger opleidingsniveau

Jean Tillie, voorzitter van domein Maatschappij en Recht, nodigt de drie gastsprekers op het podium dan uit om een pitch te houden van 3 minuten. HvA-rector Huib de Jong kaart de arbeidsmarkt aan als argument: de vergrijzing vraagt om de doorstroom van ieder talent dat wil doorstuderen. Ten tweede vragen functies om een steeds hoger opleidingsniveau. ‘Juíst het hbo moet zich ontvankelijk opstellen,’ betoogt de rector, ‘Het hbo heeft de functie van portal naar het hoger onderwijs. We moeten deze doorstromers begeleiden- voor, in en na de poort- en het curriculum verder flexibel maken.’ De Associate degree kan een handig instrument zijn om mbo-studenten toch een hogere kwalificatie te bieden.

Oneens met Bussemaker

Thom de Graaf onderstreept die taak van het hbo. Het hbo is deel van de beroepsonderwijskolom en staat daarom niet los van andere sectoren, in het bijzonder het mbo. ‘Ik ben het totaal niet eens met minister Bussemaker, die aangeeft dat mbo’ers genoeg hebben aan hun kwalificatie om de arbeidsmarkt te betreden, ‘ bepleit De Graaf. ‘Het is wél erg als mbo’ers die dat willen en kunnen stap niet zetten door invoering van het leenstelsel.‘

Mbo’ers hebben alternatief

Jan van Zijl, voorzitter van de MBO Raad, verdedigt dan de trots van het mbo: sommige havisten en vwo’ers past het mbo beter. Mbo’ers vallen uit omdat ze een alternatief hebben, denk Van Zijl: ze kunnen werken. Om dit te voorkomen hebben mbo en hbo samen een maatschappelijke opdracht. 

Struikelblok  

‘Wat is hét struikelblok in de doorstroom?’ vraagt Jean Tillie de sprekers. Huib de Jong ziet als oorzaak de verschillen in didactiek en kennisniveau. Maar, het ‘meest irritante’, volgens de rector: de verschillen in organisatie en institutionele regels. Die andere leerstijl wijst ook Jan van Zijl aan als oorzaak. Maar ook moeten mbo-leerlingen meer geboeid raken, juist omdat zij het alternatief van werken hebben. Daarnaast is ‘schuin oversteken’ een risico: van zorg naar techniek bijvoorbeeld.

‘Niet tegen selectie’

Thom de Graaf herkent het risico van 'schuin oversteken.': 'Een BAS aan het einde van het eerste jaar komt nog te veel voor. Maar zij die het eerste jaar wel halen, studeren sneller af dan de havisten en vwo’ers.’ Maar leerlingen die juiste vooropleiding of het niveau missen, of het talent niet hebben, moeten daar goed over nadenken. Daar moet het hbo ook aandacht aan geven, door goede studiekeuzechecks uit te voeren. De Graaf ziet daarom geen bezwaar tegen selectie op basis van motivatie en match.

De sprekers zijn het erover eens: het mbo zou enorm gebaat zijn bij betere doorstroom. Daarvoor is meer aandacht voor de individuele student nodig, evenals meer maatwerk, en de instellingen moeten dit samen doen.

Lees ook het blog van rector Huib de Jong over dit onderwerp.

Maar hoe zit het met het imago van de mbo’er die niet doorstroomt? Van Zijl verafschuwt de indeling van het mbo in niveaus 1 t/m 4: ‘Stel je eens voor dat we van havo niveau 1 zouden maken en van gymnasium niveau 4: er zou enorme ophef ontstaan. Het imago van het mbo is door deze indeling het imago van de onderkant geworden.’

Thom De Graaf betreurt de gevolgen van het streven van Nederland naar een zo hoog mogelijk opgeleide beroepsbevolking. Het hoger onderwijs is daardoor massaal geworden, bovendien is een cultuur gecreëerd waarin de mbo’er als loser wordt gezien.

Dan komt Tanja Jadnanasing op: zij breekt een lans voor de mbo’er. Jadnanansing vertelt hoe zij aanvankelijk persoonlijk contact had met een mbo’er die geen enkele opleiding leuk vond, en die toen door een enthousiaste leraar werd uitgenodigd om 2 weken langs te komen in de fietsenwerkplaats. De jongen vond het fantastisch en wil nu de beste fietsenmaker van Amsterdam worden. Zet mbo’ers niet weg als jongeren met ‘gouden handjes’, waarschuwt Jadnanansing, want mbo’ers kunnen wel meer dan dat. Het zijn denkende doeners.