Hogeschool van Amsterdam

Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie

Gedragsgerichte benadering van armoede in Den Haag en Almere

6 jul 2017 00:00 | AKMI

In opdracht van de gemeenten Almere en Den Haag schreven Marjoka van Doorn, Jorien van der Laan, Winke Goede en Roeland van Geuns een rapport over armoedebestrijding op basis van inzichten uit de gedragsleer. Om niet alleen een papieren tijger te maken, maar gemeentes ook concreet te adviseren, organiseerden ze twee workshops. In die workshops onderzochten beleidsmakers en uitvoerders hoe hun werk ‘gedragsgerichter’ kan.

Een gedragsgerichte benadering van armoede

In de rapportage zetten we zowel uitkomsten van (experimenteel) onderzoek als erkende inzichten uit de gedragseconomie op een rij. Dit overzicht laat zien hoe dienst- en hulpverlening aan mensen in armoede en/of met problematische schulden effectiever kan. De gedragseconomie (behavioral economics) wint aan populariteit als theoretische invalshoek bij armoedebestrijding. Kerninzicht van de gedragseconomie is dat niet rationeel gedrag, maar juist psychologische factoren en de inrichting van de omgeving in sterke mate bepalen welke keuzes mensen maken. Dat geldt niet alleen voor mensen die arm zijn, dat geldt voor iedereen.

Mensen laten zich leiden door wat het makkelijkst gaat, hoe beschikbaar en eenvoudig bepaalde keuzes zijn, en hoe de omgeving subtiel of minder subtiel signalen geeft over wat een ‘juiste’ keuze is. Denk aan de bedrijfskantine die overladen is met ongezond voedsel. Een beroep doen op gezond verstand en wilskracht om mensen gezonder te laten eten is nooit zo effectief als het weghalen van ongezond eten, en aantrekkelijker en beschikbaar maken van gezond eten. Uit onderzoek blijkt dat het zodanig inrichten van de omgeving dat ‘goede’ keuzes makkelijk worden gemaakt, gewenst gedrag bevordert.

Dit geldt ook voor gemeentelijke armoedebestrijding; of het nu gaat om re-integratie, schuldhulpverlening of het aanbieden van inkomensvoorzieningen. De boodschap is: maak hulp- en dienstverlening zo eenvoudig, laagdrempelig en beschikbaar als mogelijk. Ingewikkelde aanvraagformulieren, complexe procedures, versnipperde dienst- en hulpverlening  demotiveren mensen, die toch al in een vaak machteloze en stressvolle positie verkeren. Dit verlaagt onbedoeld de effectiviteit van armoedebestrijding.

Workshop: het vertalen van theorietische inzichten naar de uitvoeringspraktijk

Om de inzichten uit het rapport handen en voeten te geven in de uitvoeringspraktijk, werd in beide gemeenten in aansluiting op de presentatie van het rapport een workshop georganiseerd. Doel was te onderzoeken of de inzichten uit de rapportage in de praktijk herkend worden en hoe hulp- en dienstverleners gebruik kunnen maken van een gedragsgerichte aanpak van armoede. 

In Den Haag analyseerden schuldhulpverleners en beleidsmakers, onder begeleiding van de onderzoekers van de Hogeschool van Amsterdam, waar knelpunten liggen in het traject van schuldhulpverlening. Uitvoerders en beleidsmakers bekeken hoe uitval uit de schuldhulpverlening in de huidige opzet voorkomen kan worden. De gemeente presenteerde het schuldhulpverleningstraject en momenten waarop cliënten uitvallen. Waarom mensen uitvallen, daar hebben de uitvoerders als geen ander zicht op, en beleidsmakers kunnen de organisatorische randvoorwaarden helpen creëren waardoor uitval teruggedrongen kan worden.

Uitvoerders en beleidsmakers bespraken een aantal manieren om de uitval terug te dringen. Het meer coachend maken van het intakegesprek, de nadruk weghalen van administratieve en ‘technische’ informatie, aansluiten bij de behoeften en capaciteiten van de cliënt, een ‘warme’ overdracht tussen hulpverleners om ‘shoppen’ met hulpvragen te voorkomen, waren enkele van de ideeën.

Deze aanpak sluit aan bij de aanbevelingen van een gedragsgerichte aanpak: maak de dienstverlening voor cliënten zo makkelijk, aantrekkelijk, sociaal en tijdig (snel) mogelijk. Een van de beleidsmakers na afloop van de workshop zei: “Dit is natuurlijk niet nieuw, we doen dit al langer en proberen verschillende benaderingen uit, maar nu wordt het weer heel concreet, en we zijn opnieuw gemotiveerd dit in praktijk te brengen.” Het verbinden van theoretische inzichten aan de praktijk, waar uitvoerders samen met beleidsmakers op reflecteren, is de meerwaarde van een dergelijke workshop.

De gemeente Almere nodigde voor de workshop de maatschappelijke organisaties uit die samen met de gemeente verantwoordelijk zijn voor het signaleren van en hulp bieden bij armoede en schulden. Belangrijke aanbevelingen voor een gedragsgerichte aanpak zijn: bundel je hulp- en dienstverlening op 1 plaats, biedt hulp laagdrempelig en dicht bij huis aan, zorg voor een integrale aanpak van verschillende problemen die spelen bij één gezin, speel vroegtijdig in op financiële problemen. In Almere zet de gemeente al langer in op een integrale, multidisciplinaire aanpak en wordt de samenwerking tussen instanties en hulpverleners bevorderd in wijkteams.

In de workshop werden de mogelijkheden onderzocht om samenwerking tussen instanties te intensiveren, en vroegtijdige signalering van armoede en schulden te versterken. Het inspelen op ‘life events’ stond centraal in de analyse van de huidige aanpak. Life events zijn momenten in het leven waarop mensen kwetsbaar zijn voor financiële problemen, zoals het verliezen van een baan, de geboorte van een kind, een scheiding. Alle hulpverleners komen gezinnen tegen die in die situatie zitten, maar zijn vanuit hun eigen expertise (werk, huisvesting, opvoedvragen, psychiatrie) niet altijd gefocust op financiële problemen.

De adviseur armoedebeleid van de gemeente Almere vatte het nut van de workshop na afloop als volgt samen: “Zo’n workshop is eigenlijk al een interventie. Het feit dat we met al die organisaties in gesprek zijn over hoe we onze samenwerking kunnen versterken, en dat we het onderwerp weer onder de aandacht brengen, maakt al dat we elkaar weer sneller weten te vinden en dus cliënten beter kunnen helpen. Daarnaast is het ook belangrijk dat we met de inzichten uit het rapport kunnen vaststellen: we zitten op de goede weg, het heeft zin wat we doen!”. Voor ons als onderzoekers van het lectoraat Armoede Interventies is dat een aanmoediging om ook in de toekomst onderzoek en praktijk aan elkaar te blijven verbinden, samen met de professionals  die in de praktijk het verschil maken.