Hogeschool van Amsterdam

Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie

Pleidooi voor betere toepassing van interventies in Jeugdzorg

Bridging the implementation gap

28 sep 2016 16:35 | AKMI

Bij interventies voor kinderen en jongeren met gedragsproblemen blijkt sprake van een implementatiekloof. Het ondersteunen van professionals en op de juiste wijze toepassen van de interventie vergroot de positieve effecten, aldus Pauline Goense. Zij promoveerde op donderdag 22 september aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Meer ondersteuning voor professionals bij uitvoeren interventies

Goense pleit ervoor om de ondersteuning te integreren rond factoren en competenties die alle professionals nodig hebben voor het goed uitvoeren van verschillende interventies. Dat voorkomt een opeenstapeling van ondersteuningssessies. Een wens om deze te verminderen leeft bij jeugdzorgorganisaties en professionals. Volgens Goense is er voldoende kennis ontwikkeld over wat werkt, maar de toepassing van deze kennis is in de praktijk nog onvoldoende. Dat is de zogenaamde implementatiekloof. Ook de behandelintegriteit, de juiste toepassing van de interventie door de behandelaar, verbetert de uitkomsten bij cliënten. Bij studies naar interventies ontbreekt vaak de meting van de behandelintegriteit of wordt deze niet onder de juiste omstandigheden uitgevoerd. Professionals hebben gerichte ondersteuning nodig die hen in staat stelt de interventie uit te voeren zoals bedoeld. Feedback op de behandelintegriteit is daarbij essentieel.

Goense gaat in haar proefschrift in op deze implementatiekloof, waarbij de focus ligt op de juiste toepassing van de interventie door de professional: de zogeheten ‘behandelintegriteit’.