LO in Beweging

HARRY EN BARRY GAAN UIT ELKAAR

Oude en nieuwe generatie ALO: Harry Hageman en Barry Dammers

24 jun 2022 16:29 | LO in Beweging

Meer overeenkomsten konden we niet vinden: ze hebben de ALO gedaan, ze werk(t)en op de RSG Enkhuizen (VO), zijn helemaal overtuigd van de grondvormen van bewegen, en zelfs hun voornamen schelen maar één letter. We zijn in gesprek met een oude en nieuwe generatie ALO’ers: Harry Hageman (67) en Barry Dammers… (31), op zoek naar de verschillen en overeenkomsten uit die rijke geschiedenis van de ALO. We vonden vooral overeenkomsten!

Harry

Harry

Hij kreeg zijn opleiding aan de Pedagogische Academie. Daarna doorliep hij de ALO en studeerde hij fysiotherapie in Utrecht waarna hij twee dagen per week als fysiotherapeut in het Westfriesgasthuis in Hoorn op de afdeling revalidatie werkte.’ Totdat de combinatie met het lesgeven op het RSG niet meer ging en hij definitief koos voor het bewegingsonderwijs, want hij wilde graag kinderen iets bijbrengen op LO-gebied.

Harry was op de RSG docent bewegingsonderwijs en schoolopleider en is inmiddels met pensioen. ‘Ik was echt beteuterd toen men mij vertelde dat ik eruit moest, wilde ik helemaal niet!’ Gelukkig werkt hij nu nog wat uren voor de ALO Amsterdam als instituutsbegeleider voor derde- en vierdejaars studenten.

Barry

Barry

Geboren en getogen in Enkhuizen, volgde zijn middelbare school aan de RSG (had daar les van Harry), studeerde aan de ALO Amsterdam van 2008-2013. Hij deed beide stages (eerste en vierdejaars) bij Harry op de RSG en vond er in 2014 zijn baan als docent bewegingsonderwijs.

Inmiddels is hij vader van een peuter van anderhalf jaar. ‘Ik wil mijn leerlingen op persoonlijk en/of sportief vlak graag iets meegeven. Het liefst zoveel mogelijk breed motorische vaardigheden, zodat ze op allerlei vlakken sportief kunnen zijn en blijven.’

Klik

Tussen Harry en Barry was gelijk al een goede klik. Barry: ‘Ik kon groeien bij Harry, als leerling en later ook als stagiair en collega.’ Qua visie op het vak zitten ze ook aardig op één lijn. De gehele sectie van de RSG trouwens, ze staan erg achter het concept van de grondvormen van bewegen, uit het Athletic Skills Model (ASM). Harry: ‘Ik hoopte met mijn werk als docent LO én met de inzet van ASM ervoor te zorgen dat elke leerling op zijn/ haar niveau het gevoel zou krijgen ‘iets te kunnen’. Iets dat je niet kunt is niet leuk. Datgene wat je kunt, smaakt naar meer.’

Het goede voorbeeld of de juiste kennis?

Zelf kreeg Harry op de ALO nog heel sport-specifiek les: ‘Je leerde turnen of softbal, precies volgens de regels van de sport. En vroeger was het heel belangrijk dat je ook alles zelf kon laten zien.’ Barry vult aan: ‘Tegenwoordig is het belangrijker dat je kinderen en jongeren motorisch beter kunt maken, door passend en gevarieerd bewegingsonderwijs te bieden. Natuurlijk is theoretische kennis en eigen ervaring ook nodig, maar het is veel leuker om een goede brede basis te bieden, van waaruit kinderen zelf verder kunnen.’ Barry kreeg in ‘zijn tijd' (best recent dus) ook nog les vanuit het oude vakgerichte curriculum op de ALO.

Eigen creativiteit

Harry en Barry hebben zich het ASM dus helemaal eigen gemaakt en doorgevoerd op de RSG in Enkhuizen. Met name Harry was hierin wel een voorloper. Hoe moet het nu op de RSG zonder Harry? ‘Tja,’ zegt Barry, ‘Er valt wel wat weg, want Harry deed veel voor de sectie. Ik probeer het nu zelf op te pakken met de collega’s.’ Hij lacht: ‘Het is net als bij het ASM, ik krijg het nu niet meer expliciet uitgelegd, maar mag kijken naar wat de omgeving biedt en mijn eigen creativiteit laten stromen.’