Hogeschool van Amsterdam

Amfi-studenten schrapen roet om bewustwording aan te wakkeren

Met de 'oogst' van fijnstof wordt uiteindelijk serviesgoed geglazuurd

5 sep 2019 12:05 | Afdeling Communicatie

450 kersverse eerstejaars studenten van het Amsterdam Fashion Instituut aan de HvA hebben gisteren op de meest vieze plekken in de stad roet geoogst. Geen alledaagse bezigheid voor de jonge fashionista’s en een enkele fashionisto. Maar dat was ook de bedoeling, benadrukt initiator en docent Jan Piscaer. “Pas als je het doet, dringt het tot je door wat luchtvervuiling eigenlijk inhoudt."

Welke lucht adem ik gedurende de komende studiejaren eigenlijk in? Hoe gezond of ongezond is die? En wat kan ik daar als aanstormend modeprofessional mee? Het zijn vragen die langskwamen in de expeditie 'roet oogsten' en waarvan Piscaer hoopt dat ze aanzetten tot nadenken. 

Daar komt bij dat het inspirerend is om te zien dat je van vieze dingen (zoals fijnstof) ook in iets ongevaarlijks en moois kunt maken zoals servies. "Hopelijk gaan de studenten dat inzicht verder gebruiken in de opleiding."

Ongemakkelijk

Dat verwacht ook designstudent Lotte van Stijn (20) die met een groepje eerstejaars - met mondkapjes op en handschoenen aan - is neergestreken onder het treinviaduct aan de Wibautstraat. "Het is misschien in eerste instantie wat ongemakkelijk om met je mooie outfit tussen de viezigheid te zitten, maar uiteindelijk is het een wake up call. Fashion is niet alleen maar 'glamorous'. Het is één van de meest vervuilende industrieën."

Het idee om fijnstof te verwerken in serviesgoed komt van architect Iris de Kievith en ontwerper Annemarie Piscaer (geen familie). Met hun project Ser-vies hebben zij een manier gevonden om vervuiling in de lucht zichtbaar te maken. Piscaer hoopt daarmee ook het design onderwijs te inspireren. "Voor ons is het heel interessant dat deze groep uit toekomstige mode-ontwerpers bestaat en te gek dat het er zo veel zijn."

Glazuur

Het fijnstof wordt verzameld en opgelost in glazuur, waarmee kopjes en schaaltjes worden afgewerkt. Afhankelijk van de hoeveelheid fijnstof verandert het servies van kleur: hoe meer roet hoe donkerder. En daarmee vertellen de verschillen in kleur iets over de luchtkwaliteit.

Grotere groep

De eerste expeditie roet oogsten vond vorig jaar plaats in Rotterdam. HvA-docent Jan Piscaer deed toen zelf mee met een klein groepje andere vrijwilligers. "Terwijl ik bezig was met schrapen dacht ik: dit schiet niet op. We moeten het met een veel grotere groep doen." En zo ontstond het idee om zijn studenten te betrekken.

Na de oogst keert het project nog twee keer terug in het curriculum van de eerstejaars. Zo is er in november een follow-up over de voortgang van het project. Want de fijnstof wordt nog geanalyseerd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Cocaïne

"We willen weten wat de precieze hoeveelheid is die Amsterdam aan fijnstof produceert en waar dat uit is opgebouwd," aldus Piscaer. Want fijnstof is niet één specifieke stof maar bestaat uit allerlei verschillende bestanddelen zoals rubber, nitraten, koper, ijzer en aluminium. "Misschien vinden we er in Amsterdam ook wel cocaïne in terug," filosofeert de AMFI-docent.

Jan Piscaer zou graag zien dat de expeditie de komende jaren terugkeert aan de HvA en dat ook andere opleidingen hun studenten gaan betrekken. "En dan hopen we natuurlijk dat het serviesgoed ieder jaar lichter van kleur wordt."

Andere materialen

Voor eerstejaars Zoï Huizing (22) is de expeditie nu al geslaagd. "Ik was me er niet van bewust wat je met troep allemaal kunt doen. Maar ik vind dit een heel vernieuwend idee. Dat inspireert mij om nóg breder te kijken dan stof alleen. Je kunt ook andere soorten materialen gebruiken."

De Amsterdamse expeditie roet oogsten kwam tot stand in samenwerking met de Bewonersgroep Valkenburgerstraat. Deze groep maakt deel uit van de Knowledge Mile, de mijl waaraan de Stopera en ook het Amsterdam Fashion Instituut ligt. De Hogeschool van Amsterdam en de Bewonersgroep Valkenburgerstraat trekken al langere tijd samen op in het leefbaarder maken van de buurt.