Hogeschool van Amsterdam

Urban Technology

Diversiteit logistieke hubs in en om de stad is groot

Onderzoekers van de Hogeschool van Amsterdam onderscheiden drie typen hubs

25 nov 2019 13:10 | Urban Technology

Dagelijks transporteren we grote hoeveelheden goederen in en naar de stad, alleen al om alle winkels te bevoorraden. Gemeenten willen dat zo slim en duurzaam mogelijk inrichten, bijvoorbeeld met Licht Elektrische Vrachtvoertuigen (LEVV’s). Maar die lenen zich niet voor elke vracht, weg en afstand. Logistieke hubs in en om de stad bieden een oplossing, want daar kun je van voertuig wisselen. Susanne Balm, projectleider in het Onderzoeksprogramma Urban Technology aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA) onderzocht hoe die hubs verder ontwikkeld kunnen worden: “De business case hangt altijd samen met het type diensten, klanten en activiteiten in de hub. Er is dus niet één pasklare oplossing, maar er zijn wel richtlijnen.”

Samen met social enterprise Lentekracht vergeleek de HvA negen hub-initiatieven, die van elkaar verschillen in omvang, functie en de inzet van voertuigen. Balm: “Vooral de locatie van de hub blijkt belangrijk; er moet voldoende ruimte zijn voor de gevraagde goederen en aanvullende diensten, maar ook goede bereikbaarheid voor de gewenste voertuigen, zowel voor halen als voor brengen. Op basis van de verschillende kenmerken kwamen we tot drie typen hubs.”

Groot volume aan de rand van de stad

Aan de rand van de stad is meer ruimte dan in de binnenstad. Dat biedt mogelijkheden voor grotere hubs (500-5000 m2), zoals distributiecentra. Vrachtwagens kunnen hier grote hoeveelheden goederen in rolcontainers en op pallets afleveren en kleinere busjes en vrachtwagens kunnen het overige transport naar de stad overnemen. De hubs zijn gevestigd op een afstand tot circa 10 kilometer van het stadscentrum. Hulshoff is zo’n voorbeeld; dit bedrijf opende onlangs een nieuwe locatie op Bedrijventerrein Sloterdijk.

Middelgroot, in of bij de stad

Middelgrote hubs (100-500 m2) kunnen in of aan de rand van de stad worden gevestigd. Aanlevering gebeurt door kleine vrachtwagens en busjes en aflevering door een fiets met aanhanger, e-bakfiets of klein busje, binnen een straal van 5 kilometer. MYPUP heeft bijvoorbeeld vier middelgrote stadshubs in Nederland waar ze pakketjes ontvangen en vervolgens distribueren naar pakket-kluiswanden bij organisaties in de stad.

Kleinschalig en dicht bij huis

Tot slot is er de optie om kleine hubs te maken in de stad (maximaal 100 m2). Dat kunnen bijvoorbeeld ook ophaalpunten bij mensen thuis zijn, zoals ViaTim. Denk aan een ZZP-er die veel thuiswerkt en makkelijk overdag de deur open kan doen. Vanaf hier kunnen pakketten lopend, met de (bak)fiets of met een klein busje worden opgehaald, binnen een straal van ongeveer een kilometer.

Ontwikkeling concept hubs

Volgens Balm zijn dit op hoofdlijnen de mogelijkheden voor inrichting van de hubs. Daarmee beperk je het aantal grote vrachtvoertuigen in de stad, de CO2-uitstoot door transport en is meer on-demand levering mogelijk. “Maar er is meer nodig om ze te laten slagen”, merkt ze op. “Vooral bewustwording van de mogelijkheden én grote organisaties zouden het voortouw moeten nemen om hub-initiatieven succesvol van de grond te krijgen. Grote inkopers hebben het volume dat hubs nodig hebben om rendabel te zijn. De rol van grote inkopers in duurzame stadslogistiek onderzoeken we dan ook nader in het project CILOLAB.”

LEVV-NL2 in opdracht van Connekt

Het onderzoek naar de logistieke hubs is onderdeel van het project LEVV-NL2 en uitgevoerd in opdracht van Topsector Logistiek. Het sluit aan op het afgeronde project LEVV LOGIC. Voor het onderzoek naar hubs werden de volgende bedrijven onderzocht: Parcls, ViaTim, CityServiceBike, MYPUP, Fietskoeriers.nl, SimplyMile, GoederenhubsNederland, Hulshoff en CityHub. Het onderzoek bevatte tevens een enquête naar het huidige en toekomstige gebruik van LEVV’s.