Etnische en sociaaleconomische verschillen in voedingspatronen

Burgers met een lagere opleiding en een niet-Nederlandse afkomst leven gemiddeld korter dan hoger opgeleiden en geboren Nederlanders. Viyan Rashid promoveert op voedingspatronen die vanaf de jeugd ten grondslag liggen aan overgewicht.
‘Mensen met een lager opleidingsniveau of een niet-Nederlandse achtergrond leven korter dan hoger opgeleiden en oorspronkelijke Nederlanders’, start Viyan Rashid. ‘Ook leven zij richting het einde van hun leven meer jaren in een slechter ervaren gezondheid. Tijdens de kindertijd wordt de basis gelegd voor de gezondheid op latere leeftijd. Het lichaamsgewicht is hierbij een belangrijke factor. In Amsterdam heeft 1 op de 5 kinderen overgewicht of obesitas. Dit aantal is ongelijk verdeeld over verschillende bevolkingsgroepen. De (vroege) jeugd is dus dé periode waarin je een verschil kunt maken en toekomstige gezondheidsverschillen kunt verkleinen.’
ABCD-studie
Viyan Rashid is opgeleid als diëtist en voedingskundige. Ze werkt een kleine 16 jaar als docent-onderzoeker aan de opleiding Voeding en Diëtetiek van de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Vanuit haar interesse voor voeding en de ontwikkelingen binnen wetenschappelijk onderzoek vroeg ze een Nwo-beurs voor leraren aan. Voor een promotieonderzoek naar voedingspatronen van kinderen met een lagere sociaaleconomische status en/of een niet-Nederlandse achtergrond, die kunnen leiden tot overgewicht en/of andere gezondheidsproblemen.
Haar promotieonderzoek maakte deel uit van de Amsterdam-Born Children and their Development (ABCD)-studie. Een grootschalig en langlopend onderzoek van het Amsterdam UMC naar de gezondheid van 8.266 kinderen die in 2003-2004 in Amsterdam geboren werden. In de ABCD-studie wordt onderzocht welke factoren tijdens de vroege zwangerschap of in de eerste levensjaren van invloed zijn op de later ervaren gezondheid van deze kinderen. Rashid richtte zich in haar promotieonderzoek op het gewicht van Amsterdamse kinderen.
(On)gezond opgroeien
Overgewicht op jonge leeftijd ontstaat vaak door een ongezond voedingspatroon. Maar wanneer is een voedingspatroon ongezond? Rashid: ‘In mijn proefschrift spreek ik hiervan wanneer de voeding afwijkt van de richtlijnen opgesteld door de Gezondheidsraad en het Voedingscentrum. Kinderen hebben voldoende voedingsstoffen nodig om gezond op te groeien. Als ze te veel suiker binnenkrijgen worden zij niet alleen te zwaar, ook hun focus en concentratie kunnen afnemen. Daardoor komen ze bijvoorbeeld minder makkelijk mee op school. Verder spelen er ook sociale nadelen. Kinderen met overgewicht worden regelmatig gepest en kunnen vaak minder goed meekomen in de gymlessen en/of bij een sportvereniging. Op latere leeftijd lopen deze kinderen een verhoogd risico op diabetes type 2 en hart- en vaatziekten.’
In haar onderzoek - Diatery patterns in children – maakte Rashid gebruik van uitgebreide voedingsinformatie en fysieke metingen vanuit het ABCD-onderzoek. Ik analyseerde de voedingsinname van 2.800 kinderen op 5-jarige leeftijd en hun gewicht, hun vet- en vetvrije massa op 5-jarige en 12-jarige leeftijd. Ook nam ik het gewicht op 10-jarige leeftijd mee in mijn onderzoek. Deze informatie legde ik naast hun etnische afkomst en hun sociaaleconomische positie op 5-jarige leeftijd. Om de sociaaleconomische positie vast te stellen, gebruikte ik het opleidingsniveau van de vader en moeder, de sociaaleconomische status van de wijk en het gemiddelde inkomen van het huishouden. Met deze informatie kon ik uitspraken doen over de invloed van het voedingspatroon op de langere termijn.’
Mager of volvet
Om verschillende voedingspatronen te ontwarren gebruikte Rashid 3 statistische methoden. Rashid: ‘Zo kon ik voedingsmiddelen clusteren, voedingspatronen afzetten tegen de richtlijnen van het Voedingscentrum én een koppeling maken tussen voeding en lichaamssamenstelling. Een bijzondere uitkomst was dat 2 van de voedingspatronen, bestaande uit voornamelijk gezonde producten - enerzijds water, thee, groenten, fruit, noten, peulvruchten en vis, en anderzijds de magere varianten van vlees, zuivel en kaas, en vruchtensap, fruit, water en thee - werden gerelateerd aan een hogere vetmassa en gewicht. Ongeacht de etnische achtergrond en de sociaaleconomische status van de ouders. Deze tegenstrijdigheid hadden we niet verwacht.
We vermoeden dat ouders met dit voedingspatroon al vroeg geïnformeerd werden over het overgewicht van hun kind, bijvoorbeeld op een consultatiebureau. Zij hebben vervolgens mogelijk geprobeerd om hun voedingspatroon aan te passen met gezondere producten. Maar vermoedelijk werd er naast de gezonde voeding nog steeds te veel gesnackt en/of frisdrank gedronken.
Naast bovenstaande patronen zagen we onder meer een voedingspatroon bestaande uit volvette producten. Dit patroon leidde, met name bij kinderen met een Nederlandse afkomt en een goede sociaaleconomische status, juist tot een lagere gewichtsontwikkeling. Hoe dit komt, weten we als voedingsdeskundigen eigenlijk nog onvoldoende. Op dat gebied is dus meer onderzoek nodig. Wel is hiermee bewezen dat kinderen van ouders met een niet-Nederlandse afkomst en een lagere sociaaleconomische status vaker te maken hebben met overgewicht.’
Op de barricaden
Er zijn diverse factoren die bijdragen aan het risico op een ongezond eetpatroon. ‘In mijn onderzoek ontdekte ik dat met name het opleidingsniveau van de moeder bepalend is voor het voedingspatroon van kinderen. Maar ook de financiële situatie kan het meest bepalend zijn. Daarnaast speelt de voedselomgeving een rol. Zit er op elke hoek een snackbar en zie je veel advertenties voor fast food? Dan haal je makkelijk een patatje.
Vanuit GGD Amsterdam zijn er al programma’s die gezonde voeding stimuleren, maar we zien dat er nog veel moet gebeuren om kinderen uit alle bevolkingsgroepen gezond te laten opgroeien.’ Of Rashid daarvoor op barricaden gaat? ‘Wellicht tijdens een vervolgonderzoek, maar eerst is het tijd om te promoveren.’ En dat doet ze op 21 januari 2026 in het Auditorium van de Vrije Universiteit (VU)(opent in nieuw venster) Amsterdam. In aanwezigheid van haar promotor prof. Peter Weijs (HvA/VU), prof. Arnoud Verhoef (UvA) en haar co-promotoren Mary Nicolaou (Amsterdam UMC) en Martinette Streppel (HvA).
Promotie Viyan Rashid
Datum: woensdag 31 januari 2026 van 15.45 - 17.15 uur
Bijwonen: volg promotie live via deze link(opent in nieuw venster)
Proefschrift: download proefschrift Viyan Rashid(opent in nieuw venster)
Onderzoeksproject: Amsterdam-Born Children and their Development (ABCD)-studie