Hogeschool van Amsterdam

Urban Governance and Social Innovation

Presentatie vrije ruimte in de stad

Lessen aan wethouder Cultuur Amsterdam

12 dec 2019 14:25 | Urban Governance

Wat kan Amsterdam leren van Gent, Londen en Berlijn over het beschermen en beschikbaar maken van vrije ruimte in de stad? Deze vraag stond centraal in een verkennend onderzoek dat Urban Management de afgelopen maanden heeft uitgevoerd. Op 21 november presenteerde Karin de Nijs de resultaten en aanbevelingen aan diverse ambtenaren, vrije ruimte-experts Aukje Dekker van Sociëteit SEXYLAND en Bart Stuart van W139 en wethouder Touria Meliani.

Tijdens de avond werden er meerdere onderzoeken gepresenteerd.  Liese Kingma en Arno Bouma van Spaces of Urgency presenteerden de resultaten van hun behoeftenonderzoek onder gebruikers van vrije ruimte en Theo Tegelaers en Marlies van Hak van TAAK gaven hun reflectie op vrije ruimte als publieke ruimte.

De onderzoeken vonden plaats in het kader van de Bestuursopdracht Vrije Ruimte van gemeente Amsterdam. Deze opdracht geeft uitvoering aan de ambitie in het coalitieakkoord om rafelranden en tegencultuur in de stad te beschermen. Juist nu Amsterdam groeit, verdicht en drukker wordt, heeft de stad volgens het college plekken nodig die ruimte bieden voor experiment, reflectie en ontmoeting. Tegelijkertijd staan dergelijke plekken onder druk door de grote woningbehoefte en stijgende vastgoedprijzen in de stad. Hoe kan Amsterdam het tij keren?

 

Bevindingen uit HvA onderzoek in Gent, Londen en Berlijn

Uit het onderzoek komt naar voren dat Gent, Londen en Berlijn elk op hun eigen manier met vrije ruimte omgaan. Waar in Gent de lokale overheid een belangrijke rol inneemt in het stimuleren en aansturen van tijdelijk ruimtegebruik door burgerinitiatieven, hebben initiatieven in Londen veelal meer autonomie – waarbij ook meer zelfstandigheid wordt verwacht bij financiering en organisatie. In Berlijn kwam vrije ruimte lange tijd zonder veel overheidssturing tot stand, omdat huurprijzen laag waren en er veel leegstand was. De laatste jaren verandert dit snel en zien we voorbeelden van coöperatieve structuren waarbij ambtenaren en burgers gezamenlijk plekken ontwikkelen en beheren.

Eén van de aanbevelingen voor gemeente Amsterdam is dan ook om eerst te overwegen welk ‘model’ van vrije ruimte men nastreeft, voordat het beleid concreter wordt uitgewerkt. Coöperatieve modellen bieden veel zeggenschap aan de gebruikers van vrije ruimte, maar hoe maak je dit inclusief en toegankelijk voor diverse groepen? Daarnaast is regelgeving noodzakelijk om marktwerking te begrenzen, maar kan overregulering ook juist het experimentele karakter van vrije ruimte beperken.

Meer weten over dit project? Neem contact op met Karin de Nijs.