Hogeschool van Amsterdam

Studenten HvA innoveren DNA-opsporingstechnologie

Een nieuwe techniek om op een plaats delict DNA in vingersporen te visualiseren

11 mrt 2020 14:47 | Faculteit Techniek

Mede dankzij het werk van studenten van Hogeschool van Amsterdam (HvA) wordt het nog lastiger anoniem te blijven na een gepleegde misdaad. Het DNA-afstudeeratelier van de HvA-opleiding Forensisch Onderzoek heeft twee Grassroots-subsidies gekregen, waarmee spullen zijn aangeschaft voor de ontwikkeling van een nieuwe DNA-visualisatietechniek. Het doel is om met studenten op de plaats delict celmateriaal in vingersporen te visualiseren, door middel van fluorescentie. Iets wat tot nu toe praktisch geheel onmogelijk was.

Sinds de start van het testen van de nieuwe DNA-visualisatietechniek is er veel gebeurd. Zes afstudeerders hebben voor hun onderzoek inmiddels gebruikgemaakt van deze techniek, om celmateriaal in vingerafdrukken zichtbaar te maken. Door het NHnieuws is er een nieuwsreportage over deze veel beloofde techniek gemaakt. Verder zijn er goed bezochte workshops gegeven, waaronder bij de start van het nieuwe HvA-studiejaar als ook bij de start van het nieuwe academisch jaar op de politieacademie. Bovendien is er nog een college op het academisch-cultureel podium SPUI25 gegeven en is er op de HvA-website een informatief verhaal gepubliceerd. 

Nieuwe afstudeerders van start

Momenteel staan de nieuwe afstudeerders alweer te trappelen om deze techniek (verder) te mogen doorontwikkelen. Dit wordt gedaan in de vorm van een samenwerkingsstage met de politie en een student van de HvA-opleiding Forensisch Onderzoek. 

Een uitvergroot deel van een vingerspoor. De groene fluorescerende stipjes geven de locatie van het DNA in het vingerspoor aan.

Onderzoek plaats delict nog effectiever uitvoeren

Naast onderzoek naar de optimalisatie van de vingerafdrukvisualisatie-omstandigheden hebben de studenten stappen gezet met het kwantificeren van de fluorescentiebeelden. 'Zowel met de meegeleverde DinoCapture 2.0 software, die de optie heeft om zelf Add-on modules te schrijven en die we graag in de toekomst verder willen ontwikkelen, als ook met behulp van ImageJ en de ‘image processing package’ van Fiji', zegt Jeanine Joling, initiatiefneemster van het afstudeeratelier en HvA docent-onderzoeker. 'Met behulp van deze software is het mogelijk de digitale beelden te vertalen in kwantitatieve waarden om zo objectief met de onderzoeksresultaten om te gaan. Met het idee om zo het onderzoek op plaats delict nog effectiever te kunnen uitvoeren.'

Vingersporen fluorescerend maken

Naast dit onderzoek zijn er voorzichtige eerste stappen gezet om onderzoeksmethoden te ontwikkelen om de apparatuur mobiel in te zetten op een plaats delict. 'Hiervoor zijn door de studenten verschillende manieren onderzocht om vingersporen fluorescerend te maken', zegt Peter Wielinga, HvA docent-onderzoeker. 'Hierbij is onder andere naar verschillende sporendragers en ondergronden gekeken. Vervolgens is gekeken hoe deze vingersporen het best konden worden verzameld voor verdere analyse in het laboratorium. Met name het aanbrengen van de fluorescerende vloeistof op de vingersporen leverde technische problemen op, doordat methodes waarbij de reactieve vloeistof door middel van sprayen werd aangebracht het vingerspoor sterk beïnvloedde. Soms werd het zelfs totaal verstoord. Er is uiteindelijk een langzame ‘druppel’ methode ontwikkeld waarbij de sporen intact bleven. Voor het vervolgens verzamelen van het vingerspoor en meten van het ‘geoogste’ materiaal zijn een scala aan verschillende swabs getest. Hiervan bleek een aantal swabs praktisch zeer goed inzetbaar om het materiaal van het vingerspoor op te nemen en vervolgens te detecteren met behulp van de fluorescentiemicroscoop.'

Een swab waarbij het verzamelde vingerspoormateriaal duidelijk te zien is in de swabkop als de groen fluorescerende kleur.

'In vervolgprojecten willen we de detectiemethoden verder (door)ontwikkelen door middel van stageprojecten in het DNA-afstudeeratelier en in samenwerking met verschillende werkveldpartners waaronder de politie', aldus Jeanine. 'Daarnaast willen we de ontwikkelde onderzoeksmethoden en protocollen gaan herschrijven zodat deze aan het FO-onderwijs kunnen worden toegevoegd. Om zo deze nieuwe ontwikkeling als voorbeeld te nemen van een vernieuwende methode voor het werkveld. Één die nu misschien nog in de kinderschoenen staat, maar die over tien jaar mogelijk deel uitmaakt van het standaard arsenaal van de forensisch onderzoeker.'