Hogeschool van Amsterdam

'Lesgeven over onderzoek doe ik nu met meer vertrouwen.'

Terugblik Fadie Hanna op zijn promotie

22 sep 2020 15:00 | Kenniscentrum Onderwijs en Opvoeding

Op dinsdag 15 september was het zover. Fadie Hanna verdedigde om 15.00 uur in de Agnietenkapel zijn proefschrift ‘Teacher identity and professional identity tensions among primary student teachers: A focus on theory, measurement, and longitudinal associations.' Vanwege de coronamaatregelen was er geen publiek bij, maar was de plechtigheid online live te volgen. Fadie blikt terug en deelt met ons de laudatio van zijn promotor Ron Oostdam.

Fadie: ‘Veel vrienden en collega’s hadden er natuurlijk graag bij willen zijn. Gelukkig konden ze het online volgen en in de app met elkaar in gesprek tijdens de ceremonie. Voor mij was het vooral belangrijk dat ik de ceremonie wel in de Agnietenkapel had. Daarvoor doe je het ook.
Hij vervolgt: ‘Er mochten maar dertien gasten aanwezig zijn bij de ceremonie. Dat zijn niet veel mensen maar dat maakte de sfeer wel intiem. De mensen die er waren, waren er ook echt voor mij. Dat praat altijd makkelijk. Ik was ook heel blij met de aanwezigheid van Marjan Freriks (oud-decaan HvA, red.). Zij heeft me vanaf het eerste moment gesteund in dit aanlooptraject. Van de vragen van de commissieleden heb ik genoten. Ik vind het leuk om met anderen over het thema van leerkrachtidentiteit van gedachten te wisselen. En toen tot slot, het moment dat Ron Oostdam de bul aan mij overhandigde. Dat was heel speciaal, heel bijzonder. Ik dacht: eindelijk is het gelukt.’

Fadie Hanna verdedigt zijn proefschrift in de Agnietenkapel

Op de vraag waarom Fadie is gaan promoveren, antwoordt hij: ‘Ik vond het idee dat ik verder kon leren over het thema van leerkrachtidentiteit aantrekkelijk. Ik had behoefte om hierover te lezen, te denken en te schrijven. Daarnaast wilde ik ook verder werken aan mijn onderzoeksvaardigheden.
Via de HvA heb ik als onderdeel van mijn promotietraject de research master aan de UvA kunnen volgen.’
Als hij terugkijkt, zou Fadie zijn verdediging of een aanpak niet veranderd hebben. Fadie: ‘Nee hoor. Ik heb mijn best gedaan. Feit blijft dat je in gesprek gaat met commissieleden die veel meer ervaring hebben dan jij. Daar kan geen training of voorbereiding tegen op.’

Invloed op rol als docent

Zijn promotietraject heeft Fadie zijn rol als docent zeker beïnvloed: ‘Vooral op het gebied van onderzoeksvaardigheden ben ik zekerder van mijn zaak geworden. Lesgeven over onderzoek en het schrijven van scripties doe ik nu met veel meer vertrouwen.’

Een tip voor toekomstige promovendi

Tot slot nog een tip van Fadie voor toekomstige promovendi: ’Blijf tijd vinden voor het (her)lezen van literatuur. En als je de kans hebt, volg onderzoeksvaardighedenmodules aan een research master.'

'Beste Fadie, weledelzeergeleerde heer Hanna. Het is volbracht, je hebt je ambitie om te promoveren waargemaakt en daarmee gehoor gegeven aan je roeping een bijdrage te leveren aan relevant onderzoek waarmee de lerarenopleidingen en het beroepenveld verder kunnen.

En wat heb je een geweldige prestatie geleverd. Het hele traject met ijzeren discipline binnen de gestelde tijdsplanning afgerond met als resultaat een mooi vormgegeven proefschrift waarvan inmiddels al drie hoofdstukken in de vorm van internationale artikelen in toonaangevende tijdschriften zijn gepubliceerd.

Wat zijn wij ongelooflijk trots op wat je allemaal hebt bereikt en het is mij dan ook een groot genoegen om je vandaag als eerste te mogen feliciteren. Dat doe ik uiteraard mede namens je medepromotor Sabine Severiens en copromotor Bonne Zijlstra.

Het is goed om hier te memoreren dat toen ik bij de Faculteit Onderwijs en Opvoeding van de Hogeschool van Amsterdam begon als hoogleraar-onderzoeksdirecteur van het kenniscentrum, de toenmalige decaan Marjan Freriks mij attendeerde op een jonge en veelbelovende kracht bij de pabo-opleiding. Daar moet je eens mee gaan praten. Dat is een collega met een roeping die als opleider niet alleen studenten inspireert maar ook een waardevolle aanwinst kan zijn als toekomstig onderzoeker.

En wat had Marjan gelijk. Dat was mij ook direct duidelijk na het eerste gesprek. Een gesprek waar ik niet jou voor moest uitnodigen, maar waarvoor jij mij actief benaderde. En dat is meteen een typerend persoonskenmerk. Je bent allesbehalve passief en afwachtend. Integendeel, je onderneemt actie en je wilt het liefst meteen boter bij de vis. Je laat je zeker niet met een kluitje in het riet sturen.

Tegelijkertijd ben je ook ongeduldig. Wat je in de kop hebt, heb je niet in de kont zitten zegt het spreekwoord.

Of anders gezegd: wat je je eenmaal hebt voorgenomen, daar laat je je niet meer van afbrengen. Na dat eerste gesprek was het voor mij dan ook niet zozeer de vraag of je zou gaan promoveren, maar bovenal wanneer je zou gaan promoveren.

Toch heeft dat nog even geduurd, want je ongeduld zat je soms ook danig in de weg. Je had allerlei ideeën en plannetjes, maar na intensief overleg met elkaar bleek veel niet zo goed haalbaar of waren er bij nader inzien toch te veel haken en ogen. Maar uiteindelijk viel alles op zijn plek rond het thema van de beroepsidentiteit van leraren. Een thema waar je met hart en ziel aan verbonden was als lerarenopleider. In je dagelijkse praktijk bij de pabo zag je onze studenten worstelen met de ontwikkeling van hun identiteit als toekomstig leraar en was je ook continu op zoek naar mogelijkheden om daar begeleiding en ondersteuning aan te geven. Want een goed ontwikkelde identiteit als leraar was toch het fundament onder het kunnen verzorgen van goed onderwijs. Jij wist als geen ander dat een goede leraar voor sommige leerlingen het verschil kon uitmaken.

Nadat het thema in onderling overleg met Sabine goed was uitgediept en een globale onderzoeksopzet was besproken, was de volgende stap het schrijven van een goed onderzoeksvoorstel. Een belangrijke fase, want in feite wordt het gehele promotieonderzoek dan al grotendeels in de grondverf gezet en tijdens diverse begeleidingssessies bijgesteld en aangescherpt. En die eerste fase was soms best moeilijk.

Vanaf het begin was duidelijk dat jij niet zomaar de eerste de beste promovendus was. Als ervaren opleider bij de pabo had je al duidelijke opvattingen en ideeën over het belang van een goede beroepsidentiteit en dus ook waar het promotieonderzoek zich op moest richten. Dat leverde in het begin tijdens werkbijeenkomsten altijd boeiende en uitdagende, maar ook leerzame discussies op.

Afgaand op je eigen ervaringen had je allerlei aannames en uitgesproken opvattingen met betrekking tot de problemen die studenten ondervinden in hun ontwikkeling naar het beroep van leraar en de invloed daarvan op de ontwikkeling van hun professionele beroepsidentiteit.

Jij vond bijvoorbeeld dat er binnen de opleiding aandacht besteed moest worden aan alle professionele spanningen die studenten konden ervaren want dat zou een negatieve invloed kunnen hebben op hun professionele ontwikkeling. In de opleiding zou er volgens jou sowieso meer aandacht en begeleiding moeten komen voor de ontwikkeling van de professionele identiteit.

Als begeleiders was het dan onze taak om te stellen dat het juist het doel van het onderzoek was om daar met een onafhankelijke wetenschappelijke bril naar te kijken. Misschien viel het wel mee met die spanningen of misschien was er wel helemaal niet zo’n duidelijke samenhang met de professionele identiteitsontwikkeling. En dan was er natuurlijk ook nog het conceptuele vraagstuk van de professionele ontwikkeling van de leraar. Wat moesten we daar nu eigenlijk precies onder verstaan en hoe zijn die zogeheten professionele spanningen nader te definiëren? Waren het eigenlijk wel spanningen of betrof het misschien gewoon leerervaringen die zich nou eenmaal onvermijdelijk in elke opleiding voordoen?

Het was allemaal niet tegen dovenmansoren gezegd. Met een tomeloze energie ging je aan de slag. Boekenkasten vol werden doorgespit en als begeleiders werden wij gebombardeerd met een groot aantal theoretische modellen, diverse definities van centrale begrippen en overzichten van mogelijke meetinstrumenten. Onze eigen beroepsidentiteit raakte behoorlijk van streek door deze stortvloed aan informatie die je in een enorm hoog tempo aan ons voorschotelde.

Ook al het voorafgaande onderzoek dat was verricht met betrekking tot je onderzoeksthema had je in een mum van tijd doorgenomen en omdat je soms nog allerlei aanvullende vragen had bij bepaalde onderzoeken, schroomde je niet om diverse collega’s in den lande te benaderen en te onderwerpen aan een kritische ondervraging, of misschien is het beter om te spreken van een kruisverhoor. Op grond van je verslaglegging van dergelijke collegiale consultaties hielden wij soms een beetje ons hart vast, want door je ongeduld was je vaak een beetje wars van strategische nuances. Maar hoe het ook zij, je was in ieder geval lekker op dreef en binnen onze eigen landsgrenzen en bij onze Vlaamse vrienden kon het inmiddels niemand zijn ontgaan dat jij bezig was met een onderzoek naar de beroepsidentiteit van de leraar.

Het was geweldig om getuige te zijn van je enthousiaste, gemotiveerde en nauwgezette wijze van werken. Ook al zagen wij opnieuw een hoge mate van ongeduld. Je was bijzonder actief en het kon je allemaal bij wijze van spreken niet snel genoeg gaan.

Sterker nog, je was een voortrazende trein met een machinist die voortdurend op zijn klokje aan het kijken was om maar zo snel mogelijk zijn eindbestemming te bereiken. Wij zaten als begeleiders met open mond alles aan te horen en moesten na elk overleg altijd even bijkomen van wat je ter tafel had gebracht. Je leek jezelf nauwelijks rust te gunnen om alles eens goed te laten bezinken.

Gelukkig kwam die rust er wel toen je moest gaan rapporteren. Hoewel je geen moeite had om veel tekst te produceren, was de bevalling van je eerste artikel toch zwaarder dan verwacht. Je had zichtbaar moeite met onze feedback om teksten beter te structureren, formuleringen aan te passen, en zaken meer te nuanceren en scherper te onderbouwen. En ook de commentaren die je terugkreeg van reviewers dwongen je soms om even een pas op de plaats te maken.

Maar zoals bij alles, was ook je leerpotentieel voor schrijven groot. Je ging steeds beter formuleren en je was steeds beter in staat om op een respectvolle wijze belangrijk voorwerk van collega’s te bespreken en te bekritiseren. Je ontwikkelde een professionele identiteit als schrijver en kon steeds beter met je eigen schrijf(in)spanningen omgaan. Je stellige manier van iets poneren vanuit eigen overtuiging, maakte plaats voor een genuanceerde presentatie van eigen bevindingen en conclusies, gelardeerd met gepaste kritische zelfreflectie. Of anders gezegd, je werd gewoon een steeds betere schrijver.

Na het afronden van je eerste artikel heb je met veel kennis, inzet, creativiteit en passie theoretisch goed onderbouwde toets- en lesmaterialen ontwikkeld en uitgeprobeerd. Met hetzelfde gemak en dezelfde snelheid waarmee je door boekenkasten theoretische literatuur was heengegaan, vergaarde je kennis van allerhande statistiek. Je volgde de colleges van Bonne en het statistisch programma R kende al snel geen geheimen meer.

Tussen de bedrijven door verzamelde je met strakke hand alle benodigde data en vervolgens ging je – uiteraard tot groot genoegen van Bonne – helemaal los op het proces van data-analyse. Ons was wederom geen rust gegund, want het aantal werktabellen met de resultaten van ingewikkelde statische analyses, stapelde zich op, evenals de intensieve werksessies over de interpretatie en rapportage van alle bevindingen.

Fadie, wat heb je hard gewerkt en wat een geweldige ontwikkeling heb je doorgemaakt als onderzoeker. En wat heb je ons als begeleiders hard laten werken. Maar wat was het een uitdagend en inspirerend proces. Wij hebben als begeleiders enorm van je genoten en wat zullen we je gaan missen.

Dat zal in beduidend mindere mate gelden voor Johan Jelsma als opleidingsmanager van de pabo en Erna van Hest als onderwijsdirecteur bij UvA-POW. Zij hebben je de afgelopen jaren geweldig gesteund, maar hebben je inzet als opleider nu wel lang genoeg moeten missen en dat geldt zeker ook voor alle leraren-in-opleiding. Tijd om je kennis en ervaring ook daar weer in te zetten.

En ook het thuisfront, Marjolein, zal blij zijn dat je weer meer tijd kunt besteden aan haar en dat je als vader van een jong gezin alle aandacht kunt wijden aan je kinderen.

Beste weledelzeergeleerde heer Hanna, het is je allemaal gelukt. Gelukkig kon deze plechtigheid, ondanks alle beperkingen vanwege Covid-19, weer fysiek plaatsvinden. Hoogste tijd voor ontspanning. Wij verlaten zo deze Agnietenkapel voor een hapje en een drankje. Daar zijn we met zijn allen na dit intensieve traject wel aan toe. Geniet met volle teugen van deze mooie dag. Je hebt het dubbel en dwars verdiend.'


Prof. dr. R. Oostdam