Hogeschool van Amsterdam

De klimaatspagaat: over de psychologie van duurzaam gedrag

28 mei 2021 16:26 | Faculteit Maatschappij en Recht

We vinden schone lucht belangrijk, maar laten niet graag de auto staan. Iedereen is voor groene energie, maar windmolens roepen veel weerstand op. Ondanks de stijgende zeespiegel genieten we onverminderd van goedkope vliegvakanties. Hoe komt het dat de meeste mensen wel weten dat de aarde door ons handelen veel te snel opwarmt, maar dat dit besef amper leidt tot een verandering in gedrag?

Deze klimaatspagaat (we willen wel, maar doen te weinig) was het onderwerp van de lectorale rede van Reint Jan Renes (Psychologie voor een Duurzame Stad), uitgesproken op 25 mei 2021.

De rede was een beknopte versie van zijn publicatie De klimaatspagaat: over de psychologische uitdagingen van duurzaam gedrag . Hierin schetst Renes in een aantal korte, overzichtelijke hoofdstukken de urgentie van de klimaatcrisis, waarom het desondanks zo lastig is ons gedrag erop aan te passen, en wat volgens de inzichten van gedragswetenschap wél effectieve veranderingsstrategieën kunnen zijn.

‘Iemand anders zal de planeet wel redden’

Renes: “Als het gaat om klimaatverandering denken veel mensen ‘het heeft niet zo veel zin wat ik als individu doe’ of ‘de industrie moet eerst veranderen.’ Maar 84 procent van de CO2-uitstoot in Nederland is terug te voeren op persoonlijke keuzes die mensen maken.” Gedrag en keuzes van consumenten bepalen de behoefte aan producten en diensten die de industrie maakt en levert. Ons gedrag is wel degelijk een doorslaggevende factor in het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. De benodigde energietransitie vraagt niet zozeer om een technologische transitie, maar veel meer om een sociale transitie.

Waarom passen we dan niet massaal onze leefstijl aan? Renes behandelt verschillende ‘giftige’ psychologische factoren die ons parten spelen.

“Duurzamer gedrag betekent bijvoorbeeld vaak dat we onze routines en automatismen moeten veranderen, en dat vergt veel van onze wilskracht. Veganistisch eten vraagt om een behoorlijke omslag in onze eetgewoontes, korter douchen is moeilijk als je eenmaal onder die comfortabele straal staat.” Daarbij komt dat we graag direct resultaat willen ervaren van onze inspanningen, maar bij klimaatmaatregelen kan het decennia duren voor we de effecten zien. Dan kan ook het ‘zelf-ander compromis’ gaan opspelen: sommige van de gevraagde gedragingen doen we niet zozeer voor ons zelf maar voor anderen, namelijk toekomstige generaties (al is het hoopvol dat mensen daar wel degelijk toe bereid blijken).

Van willen naar doen

Gedragswetenschap verklaart niet alleen wat de psychologische obstakels zijn die meer klimaatvriendelijk gedrag in de weg staan, maar biedt ook inzicht in wat er nodig is om mensen wel tot actie te laten overgaan. Renes noemt drie noodzakelijke randvoorwaarden:

  • Capaciteit: weten wat er speelt en wat je geacht wordt te doen, en de vaardigheden om dat daadwerkelijk uit te kunnen voeren;
  • Motivatie: de wil om te veranderen, die vaak sterk afhangt van het gevoel van nut en urgentie, maar ook van identiteit (hoe je jezelf wil zien) en emoties als angst, zorgen of trots;
  • Gelegenheid: de omstandigheden om het gedrag te kunnen uitvoeren. Hier spelen onder meer de sociale context (hoe kijkt men tegen het gedrag aan) en regelgeving een rol.

“Wie zijn huis wil isoleren, zal dit alleen doen als hij de know-how heeft om het uit te voeren (capaciteit), overtuigd is dat het nut heeft (motivatie) en over de middelen beschikt om dit te doen, bijvoorbeeld dankzij subsidies (gelegenheid).”

Renes pleit ervoor dat deze drie bepalende gedragsfactoren een standaard afwegingskader moeten vormen voor alle beleid en alle technologische innovaties die gericht zijn op de energietransitie. “Inzichten uit gedragswetenschappen worden daar nog veel te weinig in meegenomen. Er worden technologische oplossingen ontwikkeld of beleid gemaakt waarvan we al kunnen voorspellen dat het niet aan zal sluiten op hoe mensen zich uiteindelijk gedragen.”

Psychologie voor een duurzame stad

Er zijn veel vormen van klimaatvriendelijk gedrag en er zijn veel verschillende veranderstrategieën die ingezet kunnen worden. “Draagvlak creëren voor een windturbine vraagt om een andere strategie dan mensen stimuleren om gebruik te maken van het openbaar vervoer. Gedragsverandering is niet een trucje, er is geen ‘golden bullet’ die in alle gevallen werkt.”

Om succesvolle interventies te ontwikkelen moet heel nauwgezet en systematisch bekeken worden om wat voor type klimaatvriendelijk gedrag het gaat en welke psychologische factoren een rol spelen bij het veranderen van dat type gedrag. Dat is precies waar Renes zich met zijn onderzoeksgroep voor inzet. Zodat uiteindelijk de klimaatvriendelijke keuze de default wordt, de standaardkeuze voor elk individu.

Lectorale rede

Aanvullend op de lectorale rede vonden tafelgesprekken plaats met Marieke van Doorninck (wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid bij Gemeente Amsterdam), Geleyn Meijer (rector Hogeschool van Amsterdam), Ika van de Pas (Directeur Milieu Centraal) en Jean Tillie (decaan faculteit Maatschappij en Recht, HvA).
Helga van Leur (meteorologe en televisiepresentatrice) trad op als moderator.

Accepteer de marketingcookies om deze video te zien