Hogeschool van Amsterdam

Vierhonderd kussenslopen mee naar Lowlands

18 aug 2016 14:36 | Afdeling Communicatie

Forensisch onderzoekers gaan dit weekend naar Lowlands. Een van hen is Anouk de Ronde, promotieonderzoeker (Phd) bij de Hogeschool van Amsterdam, de Politieacademie en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Via festivalgangers hopen zij onder andere te achterhalen waar sporen achterblijven als iemand een moord pleegt met een kussen.

En voor zo’n experiment heb je heel wat kussenslopen nodig. “Gewoon bij de Ikea”, lacht Anouk de Ronde op de vraag waar ze vierhonderd kussenslopen heeft gekocht. “Ik heb de goedkoopste uitgezocht. Ze zijn van 100 procent katoen en prima geschikt om de experimenten mee uit te voeren.” De Ronde is promotieonderzoeker (Phd) bij de Hogeschool van Amsterdam, de Politieacademie en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). De TU Delft is ook betrokken bij het project op Lowlands.

Vingersporen, verder dan de bron

Samen met twee mede-promotieonderzoekers werkt De Ronde de komende vier jaar aan het project ‘Vingersporen, de bron en verder’ waarvan de experimenten op Lowlands onderdeel zijn. “Het doel is om meer informatie uit vingersporen te halen dan de bekende lijntjes om mensen te identificeren. Ik kijk vooral naar activiteitniveau, dus wat zeggen sporen over wat er is gebeurd. Mijn collega doet onderzoek naar de chemische samenstelling van vingersporen.”
Ze doelt daarmee op Ward van Helmond, één van de promotieonderzoekers die ook een forensisch experiment uitvoert op Lowlands. Hij vraagt deelnemers om met een vinger over een stuk folie te vegen. Twee keer met ongewassen handen en twee keer met gewassen handen.

Met een pop in bed

‘Als wetenschapper wil je zoveel mogelijk data hebben. Lowlands is een fantastische plek om heel veel data te krijgen in een kort tijdsbestek. Mijn experiment duurt ongeveer een kwartier. In drie dagen kunnen daarom waarschijnlijk maximaal 200 mensen meedoen’, vertelt De Ronde.
De deelnemers krijgen enerzijds de opdracht om een kussen in een kussensloop te stoppen en anderzijds de opdracht om met een ander kussen een pop te verstikken. De vraag die De Ronde wil beantwoorden, is of iemand die een moord pleegt op een andere plek vingersporen achterlaat dan iemand die een kussen verschoont.
‘Ik wilde zo’n realistisch mogelijk scenario creëren, dus de pop ligt echt in bed. Als je dit experiment aan bijvoorbeeld een hoge tafel doet, dan krijg je mogelijk heel andere resultaten.’

Verven

Om te kijken waar de kussenslopen worden beetgepakt, krijgen deelnemers verf op hun handen: Geel op de duim, blauw op de overige vingers en roze op de handpalm. ‘In de voorbereiding hebben we daar goed over moeten nadenken. Welke kleuren zijn goed zichtbaar, ook als ze worden gefotografeerd? En hoe zorg je dat verder alles schoon blijft? Je wilt niet dat verfsporen achterblijven. Die kunnen de uitkomsten van de volgende deelnemer beïnvloeden. Daarom dekken we het bed af met plastic, dat kunnen we tussen de experimenten door gemakkelijk schoonmaken.’
In een donkere ruimte kijken de onderzoekers vervolgens met een forensische lamp waar de sporen zijn achtergebleven en hoe de locaties van de sporen van de twee opdrachten verschillen. ‘We filmen de experimenten met webcams en fotograferen de gebruikte kussenslopen’, legt De Ronde uit. ‘Het doel is uiteindelijk een model te ontwikkelen waarmee we scenario’s kunnen toetsen om te kunnen bepalen wat er op een plaats delict gebeurd zou kunnen zijn. Ik vermoed dat we zeker een jaar nodig hebben om de resultaten van de experimenten op Lowlands te analyseren.’

Partners van het project ‘Vingersporen, de bron en verder’ zijn naast de HvA, het NFI, de Politieacademie en de TU Delft, afdeling BioMechanical Engineering. 

Dit bericht is met toestemming overgenomen van het NFI