Hogeschool van Amsterdam

‘Netwerken’ voor ouderen: meer regie of meer afhankelijkheid?

8 mrt 2016 12:23 | Afdeling Communicatie

Ouderen moeten zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen, en daarbij zoveel mogelijk hun eigen netwerk inschakelen. Maar veel ouderen vinden het moeilijk om hulp van buren, vrienden en familie te vragen. Helpt het wanneer een onafhankelijk iemand het netwerk bijeenbrengt, om zo de taken te verdelen (een zogenoemde ‘Eigen Kracht-conferentie ’)? HvA-onderzoeker Rosalie Metze promoveerde onlangs op dit onderwerp met haar proefschrift ‘Independence or interdependence?’

Oud-collega’s en buren in de huiskamer

Rosalie onderzocht met subsidie van ZonMw of een methode die nieuw is voor de ouderenzorg, uitkomst kan bieden voor het versterken van het netwerk, en daarmee de ‘eigen kracht’ van ouderen.

Ze onderzocht de mogelijkheden van een ‘Eigen Kracht-conferentie’; dat is niet letterlijk een conferentie, maar een huiskamergesprek, of netwerkbijeenkomst. Een onafhankelijke coördinator (een zzp’er, geen hulpverlener) brengt voor de oudere een zo breed mogelijk netwerk bijeen: met bijvoorbeeld oud-collega’s, vrienden, en mensen van de kerk. De coördinator bespreekt op zo’n bijeenkomst met alle aanwezigen welke zorg nodig is, en wie wat zou kunnen doen.

Werkt Maori-methode?

Deze methode (Family Group Conferencing) komt uit Nieuw-Zeeland, waar het is ingezet in de Maori-gemeenschap om te voorkomen dat kinderen uit huis geplaatst worden. Maar werkt dit ook voor ouderen in onze geïndividualiseerde maatschappij? Rosalie voerde een kwalitatief onderzoek uit naar de belemmeringen die ouderen en professionals ervaren bij deze methode. Ook onderzocht zij of het model de ‘eigen kracht’ van acht Nederlandse ouderen inderdaad versterkte.
 

Netwerk vaak niet sterk genoeg

Daaruit blijkt dat er nog veel haken en ogen aan de methode zitten. ‘In theorie moet het eigen regie versterken, maar in de praktijk zijn ouderen juist bang hierdoor de regie te verliezen, want ze moeten hulp vragen. Datzelfde geldt voor professionals:  zij vinden het wennen om de regie uit handen te geven, en het netwerk te laten inspringen.’

Uit Rosalie’s onderzoek blijkt bovendien dat het netwerk het vaak niet vanzelfsprekend vindt om die ondersteuning te bieden. In circa de helft van de gevallen bleek het netwerk van de oudere uiteindelijk ook niet sterk genoeg. In een aantal gevallen hadden de (klein)kinderen zelf zoveel problemen, dat de oudere meer de dupe daarvan werd dan op ondersteuning kon rekenen.

Voor kleine doelgroep geschikt

Toch wil Rosalie de methode niet meteen afschrijven. Het pakte goed uit in de gevallen dat een oudere een relatief sterk netwerk had. ‘De methode is toepasbaar, maar bij een kleine groep. Bij twee van de onderzochte ouderen resulteerde het uiteindelijk in een duurzaam, haalbaar plan. Zij ervaren zich nu gesteund door hun oud-collega’s, buren en familieleden.'

De methode moet wel aan meer voorwaarden voldoen, wil deze positief uitpakken. ‘Is het netwerk of de oudere zelf niet sterk genoeg, dan is een langer proces nodig, waarbij je eerst iemands netwerk versterkt en iemand empowert. Je kunt niet zomaar de oudere en zijn naasten het proces ingooien en succes wensen. Ook is het belangrijk dat de hulpverlener op een nieuwe manier wordt opgeleid: die moet een coachende, motiverende rol innemen, en niet zelf de redder zijn.’

Rosalie werd tijdens haar promotietraject aan het VUmc begeleid door prof. dr. Tineke Abma (VUmc) en dr. ir. Rick Kwekkeboom (co-promotor - Hogeschool van Amsterdam). De dissertatie is in te zien op de website van AKMI https://www.hva.nl/akmi/publicaties/item/independence-or-interdependence.html