Hogeschool van Amsterdam

Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie

Slotbijeenkomst ‘Samenwerken met bewoners?’ in Zaanstad

5 sep 2019 00:00 | AKMI

Hoe kom je er als gemeente achter waar de potentie ligt om met bewoners samen op te trekken in beleidsvorming en uitvoering? En hoe werk je vervolgens op een succesvolle en duurzame manier samen? Door een collaboratief onderzoek in drie Zaanse wijken, dat we samen met allerlei ambtenaren van de gemeente uitvoerden, hebben we het afgelopen jaar een antwoord op deze vragen geprobeerd te vinden.

We stuurden de ambtenaren drie Zaanse buurten in om interviews te houden met bewoners. Zo verzamelden ze zelf de data op basis waarvan ze vervolgens ook een (toekomstige) acties en plannen konden baseren. We verkregen niet alleen zicht op de potentie tot samenwerking in de drie wijken, maar trainden de ambtenaren tegelijkertijd om met een nieuwe ‘bril’ naar samenwerking met burgers te kijken.

 

Die nieuwe bril om het samenwerkingspotentieel met bewoners te begrijpen is het perspectief dat  collaborative governance biedt. In het onderzoek is in kaart gebracht hoe de buurt ‘werkt’ (systeem context), welke drijvende krachten er voor samenwerking aanwezig zijn (zoals leiderschap en het gevoel van noodzakelijkheid om het probleem aan te pakken) en waar de potentie voor een succesvolle samenwerkingsdynamiek is te herkennen. Wat die interviews nu precies hebben opgeleverd bespraken we op 26 juni op de afsluitende bijeenkomst. Enkele bevindingen:

 

Ten eerste viel op de dat wijze waarop de gemeente een buurt begrenst, vaak totaal niet overeenkomt met de manier waarop bewoners dat doen. Op een aantal uitzonderingen na voelen de respondenten zich verbonden met een relatief klein deel van de wijk. Dat heeft belangrijke implicaties voor de betrokkenheid die mensen voelen en de bereidheid om ergens over mee te denken of te praten.

 

Dat ‘micro-lokale’ karakter zien we ook terug bij het samenwerkingspotentieel. Binnen de grenzen van het gebied dat hen zelf aan gaat ontstaat gemakkelijker een potentie tot samenwerking met bewoners. Die potentie moet bovendien aan concrete en overzichtelijke trajecten gekoppeld worden, in plaats van langlopende complexe projecten, daar verbinden bewoners zich niet graag aan. Een belangrijke les over projecten uit het verleden is dat bewoners vaak ervaren dat er vanuit institutionele partijen (gemeente, maar ook projectontwikkelaars of woningbouwcorporaties) weinig continuïteit in betrokken personen is. Anders gezegd, men ervaart een enorme doorloop van betrokkenen, en dat frustreert de samenwerkingsdynamiek op verschillende (negatieve) manieren. Nieuwe betrokkenen gaan sleutelen aan de doelen die gesteld zijn en aan de wijze waarop die doelen bereikt zouden moeten worden. De motivatie van bewoners om nog langer deel te nemen neemt hierdoor af, men steekt minder tijd in de samenwerking, en zo gaat een samenwerking steeds meer verloren.

 

Hoewel doorstroom van personeel een gegeven is, zeker als trajecten langer lopen, verdient het aanbeveling om aan het begin van de vicieuze cirkel te kijken naar oplossingen. Het helpt om uitgebreid aandacht te besteden aan en overeenstemming te vinden over welke doelen centraal staan en hoe deze te bereiken zijn. Dit staat in de literatuur bekend als principled engagement. Dit wordt vaak maar minimaal gedaan en lijkt te worden onderschat vanuit alle partijen. Een paar informatieavonden alleen zijn verre van voldoende hiervoor. Het gebrek aan principled engagement frustreert het samenwerkingsproces en heeft een extra negatieve impact als er weer nieuwe mensen bij het project betrokken raken.

 

Voor meer informatie: Eelco van Wijk & Marian Zandbergen