Vier keer RAAK voor onderzoek faculteit Techniek

Regieorgaan SIA kent subsidies RAAK-PRO en RAAK-publiek toe aan onderzoek

14 jun 2022 09:54 | Kenniscentrum Techniek

De faculteit Techniek van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) heeft onlangs vier RAAK-subsidies ontvangen voor praktijkgericht onderzoek. Regieorgaan SIA kende drie RAAK-PRO-subsidies toe voor vierjarig onderzoek naar een duurzaam voedselsysteem met korte ketens, het upcyclen van materialen, en het zoeken en veiligstellen van sporen met forensisch onderzoek. Daarnaast werd een RAAK-publiek-subsidie toegekend aan tweejarig onderzoek naar de hittebestendige inrichting van woningen. Meer weten over de projecten? Vijf onderzoekers leggen uit wat ze gaan doen.

Ontketen de korte keten voor catering (RAAK-PRO)

In Ontketen de korte keten voor catering wordt onderzocht wat er nodig is om korte voedselketens in de catering op te schalen. Voor dit vierjarige project werken onderzoekers van de HvA, de Aeres Hogeschool en Technische Universiteit Eindhoven samen met diverse publieke en private partijen in de keten van boer tot bord. Het onderzoek speelt in op de groeiende behoefte onder consumenten, bedrijven en overheden aan eten uit de korte keten. ‘Overheden zien een korte afstand in aantal schakels of kilometers tussen producent en consument als een mogelijkheid om het voedselsysteem te verduurzamen’, legt projectleider Susanne Balm uit. ‘Alleen blijkt het voor producenten, cateraars en inkopers niet eenvoudig om de stap naar kortere keten in de praktijk te zetten. Met ons onderzoek bestuderen we welke obstakels in logistiek en besturing de opschaling van korte ketens in de weg staan. Vervolgens willen we hier een oplossing voor vinden.’

Meer informatie over dit project vind je hier .

Geen spoor te verliezen (RAAK-PRO)

Na een misdrijf blijven er vaak DNA-sporen en vingerafdrukken achter op een plaats-delict. Deze sporen kunnen een belangrijke rol spelen bij de opsporing en vervolging van misdrijven. Daarom is het zoeken, vinden, selecteren en veiligstellen van deze sporen van cruciaal belang. Toch is dat niet altijd eenvoudig, omdat deze sporen meestal niet met het blote oog zichtbaar zijn en er op een plaats-delict ook sporen aanwezig zijn die niets met het misdrijf te maken hebben. Dit kan ertoe leiden dat irrelevante sporen worden meegenomen voor verder onderzoek, terwijl kansrijke delict-gerelateerde sporen achterblijven op de plaats-delict. Daarnaast kunnen DNA-sporen op een sporendrager veranderen onder invloed van de tijd en door handelingen tijdens het forensisch onderzoeksproces. Dit kan de integriteit en interpretatie van sporen bemoeilijken. ‘In het project Geen spoor te verliezen onderzoeken we hoe we deze uitdagingen het hoofd kunnen bieden. Zodat we beter kunnen zoeken naar sporen, beter kunnen bepalen of ze relevant zijn, en de informatie in de sporen kunnen behouden tijdens het forensisch onderzoeksproces’, zeggen Christianne de Poot, lector Forensisch Onderzoek, en Bas Kokshoorn, bijzonder lector Dynamiek van Forensische Sporen en Principal Scientist bij het Nederlands Forensisch Instituut. Samen leiden zij het onderzoeksproject.

Urban Upcycling (RAAK-PRO)

Nederland heeft de ambitie om in 2050 volledig circulair te zijn. Dat vraagt onder meer om het hergebruiken van waardevolle reststromen. Denk aan afgedankte meubels, elementen uit interieurbouw en materialen die daar vaak onderdeel van zijn, zoals hout, metaal, kunststof en textiel. De laatste jaren krijgen deze reststromen steeds vaker een tweede leven door upcycling, waarbij ze bijvoorbeeld worden opgeknapt of (deels) worden hergebruikt voor nieuwe, hoogwaardige producten. Dit gebeurt middels particuliere initiatieven, maar ook in de ‘circulaire ambachtscentra’ die verschillende Nederlandse gemeenten ontwikkelen om waardevolle reststromen uit milieustraten te hergebruiken.

Volgens Inge Oskam, lector Circulair Ontwerpen en Ondernemen, biedt upcycling biedt veel maatschappelijke kansen. ‘Het vergroot bewustwording over de waarde van spullen, creëert nieuwe sociale werkgelegenheid en stimuleert lokaal ondernemerschap, met name in een stedelijke omgeving. Allerlei instanties – gemeenten, afvalinzamelaars en -verwerkers, maatschappelijke organisaties, makers, ontwerpers en producenten – willen dan ook graag met upcycling aan de slag. Wel zijn er nog veel vragen over hoe ze dit samen kunnen aanpakken. Hoe kunnen ze het beoordelen, opslaan en verwerken van de materialen het beste regelen? Hoe verloopt het ontwerpen en realiseren van aantrekkelijke producten? En hoe kunnen ze haalbare en schaalbare circulaire businessmodellen realiseren voor circulaire ambachtscentra en voor upcycling van afgedankte meubels en reststromen? Met het onderzoeksproject Urban Upcycling helpen we hen om die vragen te beantwoorden.’

Hitte in de woning (RAAK-Publiek)

Als gevolg van de klimaatverandering zijn er in Nederland vaker periodes met hoge temperaturen, droogte en veel zon. Hierdoor neemt hinder door oververhitting in woningen toe. Bovendien kan een stijgende koelbehoefte in verschillende kenmerkende woningen in Nederland leiden tot een stijgende energievraag, terwijl dit nog niet overal is meegenomen in de gemeentelijke warmtevisie. Het aanpakken van deze kwestie vraagt om maatregelen op verschillende niveaus: gebied, gebouw en gedrag. Zo zoeken gemeenten naar hittebestendige maatregelen voor de inrichting van de buitenruimte en het effect hiervan op de temperatuur in de woning (gebied). Daarnaast hebben woningcorporaties behoefte aan een doordachte aanpak bij de renovatie van woningen, waarbij ze rekening kunnen houden met de binnentemperatuur (gebouw). Tot slot spelen ook bewoners een rol bij het beperken van hitte in hun woning (gedrag).

‘Op dit moment is er nog onvoldoende kennis over maatregelen tegen oververhitting die zich integraal op deze drie niveaus richten. Met het project Hitte in de woning willen we daarin, samen met onze consortiumpartners, voorzien’, vertelt projectleider Froukje de Vries. ‘Met praktijkmetingen bepalen we de koelbehoefte van woningen en het effect van verschillende maatregelen. Ook wordt het gedrag (handelen om te koelen) van bewoners onderzocht om inzicht te krijgen in hun handelingsperspectief en de effectiviteit van de maatregelen. De daaruit voortkomende inzichten helpen woningcorporaties, gemeentes en provincies om op een energiezuinige manier aan de koelbehoefte te voldoen.’

Meer informatie over dit project vind je hier .

RAAK-PRO

Bij RAAK-PRO staat een vraag uit de beroepspraktijk centraal. Lectoren en onderzoekers doen samen met het kennisnetwerk en de beroepspraktijk gedurende 4 jaar praktijkgericht onderzoek. Door dit langdurig gezamenlijk onderzoek ontstaat een duurzame samenwerkingsrelatie tussen hogescholen en betrokken partners. Dit bevordert de kwaliteit van praktijkgericht onderzoek en het versterkt de onderzoekscapaciteit bij de hogeschool.

RAAK-Publiek

In een RAAK-publiek-onderzoek staat een vraag uit de publieke sector centraal. Lectoren en onderzoekers van hogescholen doen samen met hbo-professionals uit de publieke sector 2-jarig praktijkgericht onderzoek. Gezamenlijk komen ze tot kennis en innovaties die bijdragen aan de oplossing van maatschappelijke vraagstukken.