Betere fysiotherapeut door onderzoekservaring

Een stoere stage bij een bekende voetbalclub of meehelpen tijdens onderzoek. Studenten Daan Hubers (19) en Tomas Groen (23) kozen het laatste. Met de onderzoekers van PlaySafe zetten ze zich in voor minder knieblessures bij vrouwenvoetbal.
‘Tijdens mijn stage in de fysiotherapiepraktijk van mijn begeleider Theo van Spanje hoorde ik dat er studenten gezocht werden voor onderzoeksproject PlaySafe’, start Daan Hubers. ‘Normaliter lezen wij tijdens onze studie veel over onderzoek. We zien echter niet hoe het in de praktijk tot stand komt. Nu kreeg ik de kans om dit van dichtbij mee te maken.’
Meewerken aan onderzoek
Daan Hubers (19) en Tomas Groen (23) studeren sinds 2022 Fysiotherapie aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Ze zijn beiden halverwege hun derde studiejaar. Ze volgen dit jaar hun minor, lopen stage en schrijven hun beroepsproduct (een eindproduct waarmee studenten aangeven dat ze een praktijkprobleem kunnen analyseren en oplossen, red.). Daardoor hebben ze volgend studiejaar een lagere studielast en ronden ze hun opleiding naar verwachting eerder af: in februari 2027.
Groen: ‘Daan vertelde mooie verhalen over zijn onderzoekservaringen bij PlaySafe. Bijvoorbeeld over de inzet van zorgtechnologie waarmee de onderzoekers knieblessures in het damesvoetbal beter willen leren begrijpen en voorkomen. Daar werd ik enthousiast van. Technologie en preventie zullen in de toekomst een groot deel van ons vak vormen. Anders wordt de zorg veel te duur. Dus toen er meer studenten gevraagd werden bij PlaySafe, besloot ik mee te doen.’
Hubers: ‘Natuurlijk kun je ook stagelopen bij een grote voetbalclub als Ajax. Daar zijn regelmatig plekken. De mogelijkheden om mee te werken aan een onderzoek als PlaySafe zijn echter een stuk beperkter en dus een buitenkans.’

Groen: ‘Daan vertelde mooie verhalen over zijn onderzoekservaringen bij PlaySafe. Bijvoorbeeld over de inzet van zorgtechnologie waarmee de onderzoekers knieblessures in het damesvoetbal beter willen leren begrijpen en voorkomen. Daar werd ik enthousiast van. Technologie en preventie zullen in de toekomst een groot deel van ons vak vormen. Anders wordt de zorg veel te duur. Dus toen er meer studenten gevraagd werden bij PlaySafe, besloot ik mee te doen.’
Hubers: ‘Natuurlijk kun je ook stagelopen bij een grote voetbalclub als Ajax. Daar zijn regelmatig plekken. De mogelijkheden om mee te werken aan een onderzoek als PlaySafe zijn echter een stuk beperkter en dus een buitenkans.’
Vroeg opstaan
Het PlaySafe-onderzoek loopt van mei 2024 tot en met oktober 2026. Hubers en Groen werken de gehele periode mee. Hubers: ‘Er doen 6 voetbalclubs mee aan het onderzoek. Van alle clubs volgen we de speelsters uit de eredivisie en uit 1 of 2 teams daaronder. Dit doen we samen met de hoofdonderzoekers, docent-onderzoekers Theo van Spanje en Matthijs van der Meer en een masterstudent. Iedere maand besteden we 2 weken aan de metingen. We moeten vaak ver rijden, want de trainingen starten ’s morgens vroeg. Op sommige dagen sta ik daardoor al om 03.00 uur naast mijn bed.’
Groen: ‘Eenmaal bij een voetbalclub beginnen we met alle voorbereidingen. We zetten een tent neer met onze meetapparatuur. Ook creëren we op het veld een cirkel met camera’s. Binnen deze cirkel spelen de dames een rondo. Ze staan in een kring en tikken de bal over. De dame in het midden moet de bal afpakken. Haar bewegingen worden gefilmd. Zij maakt namelijk de richtingsveranderingen die interessant zijn voor ons onderzoek. Het zijn namelijk deze bewegingen die het risico op het afscheuren van de voorste kruisband verhogen.’

Beweeggedrag analyseren
Alle beweeginformatie komt terecht op een laptop en wordt bewaard op een externe harde schijf. Hubers: ‘Op dit moment zijn we alle informatie aan het analyseren. Ieder van ons doet dit voor één van de clubs. Per speelster noteren we het aantal richtingsveranderingen en hoe lang er over de richtingsverandering gedaan is. Gedurende het jaar houden we bij of we veranderingen zien in het beweeggedrag van speelsters. We hebben criteria opgesteld voor de richtingsveranderingen die we bijhouden. Een half rondje rennen, is bijvoorbeeld al een richtingsverandering, maar geen risicovolle.
We letten vooral op bewegingen waarbij er één of meerdere voeten aan de grond zijn en er sprake is van een draaiing, remming of versnelling. Ik noteer alle bewegingen van de speelsters in een Excelbestand. De hoofdonderzoeker laat dit omzetten in grafieken en 3D-beelden.’ Groen: ‘Op basis van deze informatie gaan we volgend jaar in gesprek bij alle clubs. Wij leveren de beweeginformatie; zij hebben informatie over de blessures en de conditie van de dames. Samen hopen we met deze informatie te komen tot een risicoprofiel, waarmee de clubs het beweeggedrag van de dames kunnen bijsturen om hen zo gezond mogelijk te laten voetballen.’
Brede kijk
In de toekomst willen zowel Groen als Hubers een masterstudie volgen en verder met onderzoek. Groen: ‘Tijdens dit onderzoek werken we met mensen die op een veel hoger niveau sporten dan degenen die je in een gemiddelde fysiotherapiepraktijk tegenkomt. Daarnaast krijgen we de nieuwste wetenschappelijke inzichten mee en kunnen we met de nieuwste techniek een bijdrage leveren aan veranderingen in ons vakgebied. De planning van de metingen is nu wel eens lastig te combineren met onze lesuren op de HvA. Gelukkig wordt er altijd meegedacht in oplossingen.’
Hubers: ‘Er zijn weken waarin ik van ’s morgen vroeg tot ’s avonds laat bezig ben met mijn studie. Of dat het waard is? Zeker. Ik leer heel veel. Over het ontstaan van een kniebandblessure, maar ook over samenwerken in een onderzoeksgroep. Ieder heeft zijn eigen rol. Als één van ons zijn deadlines niet haalt, raken we in de knel wanneer we de informatie gaan bespreken met de clubs. Daarbij leer ik zoveel over beweeggedrag. Die informatie kan ik straks als fysiotherapeut inzetten voor topsporters, maar ook voor ouderen die slecht ter been zijn. Ik krijg een veel bredere kijk op mijn vak.’