Van stappenteller naar bewijsmateriaal: Rens onderzocht iPhone-data

Van DNA-onderzoek tot chemische analyse: er zijn steeds meer technieken om sporen van misdrijven tot in detail te onderzoeken. Het is wel zaak dat bewijsmateriaal op de juiste wijze geïnterpreteerd wordt. Het lectoraat Forensisch Onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam levert hier met onderzoek - samen met de politie en andere partijen in de strafrechtketen - een belangrijke bijdrage aan.


Na een misdrijf blijven er vaak sporen achter op een plaats delict. Deze kunnen een belangrijke rol spelen bij de opsporing en vervolging van misdrijven. Hoe kunnen we het zoeken, vinden, selecteren en veiligstellen verbeteren? Die vraag staat centraal in het project Geen Spoor te Verliezen.

Als mensen handelingen uitvoeren, dan laten ze biologische sporen achter. Sommige mensen lijken consequent meer of minder materiaal achter te laten dan andere. Het project Forensische sporen van individuele variatie onderzoekt de oorzaken, reikwijdte en factoren die dit beïnvloeden.

Veel beslissingen in het forensisch onderzoek worden genomen op basis van ervaringen en aannames. Dit leidt tot variatie en weinig gegronde kennis in de eerste fases van het forensische onderzoeksproces. Het project Kennisgedreven beslissen van plaats delict tot rechtszaal wil hier verandering in brengen.
Christianne de Poot is sinds 2010 lector Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam en de Politieacademie.

Bas Kokshoorn is bijzonder lector Dynamiek van Forensische Sporen aan de Hogeschool van Amsterdam. Daarnaast is hij Principal Scientist bij het Nederlands Forensisch Instituut.

Jan Peter van Zandwijk is bijzonder lector Digitaal Forensisch Onderzoek bij de Hogeschool van Amsterdam. Daarnaast werkt hij bij het Nederlands Forensisch Instituut als forensisch wetenschapper bij de divisie Digitale en Biometrisch Sporen.
