Logo Hogeschool van Amsterdam – link naar startpaginaLogo Hogeschool van Amsterdam – link naar startpagina
Nieuws

Digitale sporen als bewijs: van smartwatch tot rechtszaal

Van een telefoon die registreert hoe snel je rijdt tot een smartwatch die je gelopen stappen vastlegt: steeds vaker laten fysieke handelingen digitale sporen achter. Sporen die cruciaal kunnen zijn in strafzaken. In zijn lectorale rede toont Jan Peter van Zandwijk, bijzonder lector Digitaal Forensisch Onderzoek, welke kansen én valkuilen deze technologie biedt als bewijs in de rechtszaal. En waarom experimenteel onderzoek met een stevige wetenschappelijke basis hierbij onmisbaar is.

Anno 2026 is digitaal forensisch onderzoek niet meer weg te denken uit de opsporing. ‘Digitale sporen bevatten veel waardevolle informatie over activiteiten in de fysieke wereld’, vertelt Van Zandwijk. ‘Denk aan stappen, afstanden, verdiepingen of hartslagregistraties op smartphones en smartwatches. Maar voordat je deze sporen kunt gebruiken als bewijs in strafzaken, moet je eerst weten hoe betrouwbaar die informatie is. Dat vraagt om zorgvuldig onderzoek.’ Dat is precies waar hij aan werkt met zijn lectoraat, een samenwerking tussen de Hogeschool van Amsterdam en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Studenten helpen met actueel onderzoek

Die samenwerking is extra belangrijk omdat de technologie in zijn vakgebied zich razendsnel ontwikkelt. ‘Als je nu onderzoek doet naar een smartwatch of telefoon, is dat over een half jaar vaak alweer verouderd’, zegt Van Zandwijk. ‘Er komen voortdurend nieuwe modellen en software-updates bij. Juist daarom is de bijdrage van studenten binnen mijn lectoraat zo belangrijk.’ Doorlopend doen ze onderzoek en voeren ze experimenten uit met de nieuwste apparaten. Zo wordt er continu nieuwe data verzameld en blijft het onderzoek actueel en relevant voor de praktijk.

Digitale sporen bij verkeersongevallen

Het afgelopen halfjaar deden studenten Biomedische Technologie en Forensisch Onderzoek, in opdracht van het NFI, onderzoek naar verkeersongevallen. Ze onderzochten wat digitale informatie uit smartphones kan vertellen over de omstandigheden van een ongeval, zoals de gereden snelheid, en hoe betrouwbaar die informatie is.

De studenten vergeleken snelheidsregistraties op telefoons met nauwkeurige metingen van snelheid en positie door apparatuur van het NFI. Ze reden daarvoor verschillende routes, zowel in een bosrijke omgeving als in de stad. Zo konden ze vaststellen in hoeverre de omgeving invloed heeft op de meetresultaten.

Onderzoek naar crashdetectie op telefoons

Daarnaast deden studenten onderzoek naar crashdetectie op smartphones. ‘Moderne telefoons kunnen automatisch hulpdiensten bellen wanneer ze een ernstige botsing vaststellen’, legt Van Zandwijk uit. ‘Studenten onderzochten onder welke omstandigheden die functie wordt geactiveerd. Zo leren we meer over wat er tijdens een incident kan zijn gebeurd.’ De studenten testten dit door telefoons te beschermen met piepschuim en ze van hoogte te laten vallen, maar ook door ze uit een rijdende auto te gooien.

Digitale sporen bij overlijden

Naast het studentenonderzoek doet Van Zandwijk ook zelf onderzoek voor het NFI. Zo voerde hij vorig jaar een eerste studie uit naar de mogelijkheden van digitale sporen bij overlijdensonderzoeken.(opent in nieuw venster) Met forensisch arts Tanja Gosseling en forensisch patholoog Bart Latten bekeek hij of smartwatches kunnen helpen om het tijdstip van overlijden te bepalen, en hoe betrouwbaar dat is.

‘De resultaten lieten zien dat je op basis van sporen uit smartwatches, zoals hartslag en beweging, het overlijden binnen een tijdsvenster van ongeveer 30 minuten kunt bepalen. Vanwege meerdere onzekere factoren is dit wel met de nodige slagen om de arm, maar het laat zeker de potentie van deze technologie zien.’

Daarnaast deed de lector met een andere forensisch arts onderzoek naar postmortale verplaatsing: kun je aan digitale sporen zien of een lichaam na overlijden is verplaatst? De resultaten volgen later dit jaar.

Brug tussen digitaal en fysiek

Van Zandwijk merkt dat de belangstelling vanuit de praktijk voor zijn vakgebied groot is. Politie en Openbaar Ministerie volgen het onderzoek nauwgezet, vooral vanwege de vraag naar betrouwbaarheid van digitale informatie. Tegelijkertijd ziet hij nog winst in betere samenwerking tussen partijen uit de praktijk. ‘Denk aan forensisch onderzoekers die sporen veiligstellen op een plaats delict en collega’s die digitale sporen op bijvoorbeeld telefoons bestuderen. Dat zijn nu nog vaak gescheiden werelden.’

Als lector wil hij die werelden dichter bij elkaar brengen, zodat forensisch onderzoekers op de plaats delict kennis over digitale sporen kunnen gebruiken om vragen te beantwoorden. Daarom is hij bezig om een professional doctorate-traject op te zetten bij de HvA, gericht op betere samenwerking tussen digitale en forensische opsporing. ‘Een stap die bijdraagt aan een belangrijk doel van mijn lectoraat: technologie, onderzoek en praktijk nog beter met elkaar verbinden.’

Lees meer over het lectoraat Digitaal Forensisch Onderzoek

Lectorale rede en symposium

Op donderdag 12 februari 2026 houdt Jan Peter van Zandwijk, bijzonder lector Digitaal Forensisch Onderzoek, zijn lectorale rede met de titel: 'Fysieke activiteiten en digitale sporen. Van registratie naar interpretatie.' Voorafgaand aan de rede vindt een symposium over digitale sporen plaats. Lees er meer over en meld je aan(opent in nieuw venster).