Hogeschool van Amsterdam

LO in Beweging

ALO-docent Erik Hein over digitaal lesgeven

‘Ik ben zwaar onder de indruk van wat ik zie’

25 mei 2020 12:47 | LO in Beweging

Nu het klaslokaal alweer een tijd geleden is vervangen door de laptop, is het tijd voor dé grote vraag. Lukt het een beetje? Zijn we niet stiekem klaar met die talking heads? En weten we eigenlijk nog wel wat er onderling speelt? Erik Hein, coördinator van de minor Special Needs is even optimistisch als altijd, maar ook net zo beschouwend en recht voor zijn raap. ‘Covid-19 is een gamechanger.’

Halverwege de minor brak Covid-19 uit. Wat betekende dat voor jullie?
Erik: “We moesten radicaal het lespakket omgooien naar een digitale omgeving. Dat was behoorlijk switchen, want we zijn sterk fysiek gericht. Normaal zet ik studenten bijvoorbeeld in tweetallen tegenover elkaar en laat ik ze elkaars lichaamstaal lezen. Of ik geef demo’s waarbij ik ze uitnodig om mee te doen. Tot mijn eigen verbazing bleek het gros gelukkig net zo goed online te kunnen.”

Wat werkte minder goed?
“Ik kijk liever naar wat er beter kan. Als we iets van Covid-19 hebben geleerd, dan is het wel dat fysiek contact essentieel is. En dan heb ik het niet alleen over elkaar aanraken, maar ook in elkaars nabijheid zijn en elkaar aanvoelen. Het is mooi als dat straks weer kan, ook met betrekking tot het onderwijs, want leren doe je uiteindelijk samen. De relatie met de student is daarbij cruciaal en ook dat vraagt om fysiek contact. Ons credo is niet voor niets: relatie voor prestatie.”

Wat bedoel je daar precies mee?
“We willen studenten echt leren kennen. Wie zijn ze? Wat zijn hun wensen en dromen? Maar ook: wat zijn hun verwachtingen? Om die reden laten we voor aanvang van de minor iedereen solliciteren. We willen weten wie we tegenover ons hebben zitten, en dat vraagt tijd en aandacht. Het echte onderwijs begint pas zodra de student het lokaal uitstapt. Het zijn juist die kleine gesprekjes na de les, waardoor je iemand langzaam leert kennen.”

Dat is nu niet mogelijk. Hoe monitor je nu je leerlingen?
“Ook die term gebruik ik niet. Dat klinkt als observeren en controleren en daar geloof ik niet in. Ik ga volledig uit van vertrouwen. Misschien is het naïef, maar ik geloof dat iedere student gelukkig wil zijn en daar iedere dag aan wil werken. Motivatie is zodoende eveneens geen issue. Als een les niet loopt, ligt dat aan mij. Dan heb ik niet de juiste snaar weten te raken.”

Dat is een pittige taak met 32 studenten. Zeker nu, op afstand.
“Klopt, maar er zijn skills om te achterhalen wat er speelt, zoals studenten betrekken bij opdrachten en kleine opiniepeilingen te doen, en dat kan net zo goed online. Zelfs de small talk op de gang kan je ondervangen door studenten bijvoorbeeld een mind map te laten tekenen en ze te vragen waar ze staan of naartoe willen.”

Hoe bevalt het online lesgeven je tot nu toe?
“Ik ben echt impressed! Het is iedere les volle bak en er worden prachtige producten opgeleverd, van blogs en vlogs tot podcasts en interviews met deskundigen. In dat opzicht denk ik dat deze Covid-crisis een gamechanger is: we zien nu dat het heel goed werkt om in je eigen tempo en omgeving te kunnen leren. Idealiter wordt het onderwijs straks een mooie mix van online en fysiek aanwezig zijn.”

Vast een overbodige vraag, maar hoe blijf je zelf gemotiveerd in een turbulente tijd als deze?
“Dat is inderdaad niet moeilijk, want ik doe wat ik graag doe: werken aan het welbevinden van anderen. Op welke manier dat gebeurt is ondergeschikt. Het uitgangspunt is en blijft eveneens hetzelfde: mensen zijn geen robots. Zodoende ben ik geen voorstander van een efficiëntiemodel zoals meten is weten. Het prachtige risico van onderwijs is dat lesgeven iets geven is. Je geeft een geschenk en het is aan de student of hij of zij dit aanneemt of niet. Je kunt dat niet op voorhand voorspellen. In dat opzicht is onderwijs überhaupt raar, want niemand weet wat we straks precies nodig hebben.”

Wat hoop je jouw studenten uiteindelijk mee te geven?
Ik hoop dat ze straks niet alleen aan de motorische vaardigheid van mensen gaan werken, maar breder kijken naar positieve gezondheid. Dankzij Covid -19 staat de gezondheid weer volop op de agenda en dat is goed, maar het wordt te veel vernauwd tot een biologisch streven, de afwezigheid van ziekten en klachten. Positieve gezondheid is meer de capaciteit een plezierig en zinvol leven te hebben. Wat geeft mijn leven betekenis? Welke sterke kanten zet ik daarvoor van mezelf in? Et cetera. Allemaal vragen die life skills vereisen en waar de minor Special Needs bij kan helpen.”

Over de minor Special Needs

De minor Special Needs wordt gegeven door ALO-docenten Erik Hein en Steven Mauw. Doel van de minor is om door middel van beweging het welbevinden van diverse doelgroepen te vergroten. Dit kan zijn bij de politie, justitie, ziekenhuizen et cetera. Tijdens de minor kunnen de studenten een masterclass Positieve Psychologie volgen. Deze stroming gaat uit van de sterke kanten van mensen. Niet de tekorten maar de talenten staan centraal.