Forensisch onderzoek

The influence of rapid identification technologies on CSI behavior

Project

Mobiele analysetechnieken maken het in de nabije toekomst mogelijk sporen zoals DNA- en vingersporen tijdens een sporenonderzoek op de plaats delict snel te analyseren, te vergelijken met referentiemonsters en de resultaten te gebruiken in het verdere onderzoek.

Dergelijke technieken kunnen de opsporing behoorlijk versnellen, maar ze brengen ook risico’s met zich mee. In dit onderzoek is met drie experimenten onderzocht wat de invloed is van snelle analysetechnieken op de manier waarop informatie wordt verwerkt door forensisch rechercheurs gedurende de verschillende fasen van een plaats delict onderzoek. Het onderzoek laat zien dat het interpreteren van de plaats delict met sporeninformatie leidt tot andere conclusies dan interpretaties zonder deze informatie. Dit effect is het grootst als rechercheurs de sporeninformatie kunnen gebruiken om een bestaand scenario te toetsen.

Daarnaast lijkt het doel van rechercheurs invloed te hebben op de manier waarop sporen worden gewaardeerd. Engelse rechercheurs, die sterker zijn gericht op het vinden van de dader, blijken te worden beïnvloed door het feit dat een spoor matcht met een persoon uit de databank, terwijl Nederlandse rechercheurs, die sterker gericht zijn op de reconstructie van het delict, dit effect niet laten zien. Daar beoordeelden de rechercheurs de sporen als even belangrijk. Die vonden dat ook heel vanzelfsprekend: ‘Elk spoor is belangrijk als het met het delict te maken heeft.’ Zij denken meer na over de relatie tussen het spoor en het misdrijf. Het feit dat het DNA van iemand op een plaats delict wordt aangetroffen betekent namelijk niet dat diegene het misdrijf ook heeft gepleegd.

Dit onderzoek maakt deel uit van het programma Beter opsporen met het lab op zak.

Gepubliceerd door  Kenniscentrum Techniek 29 november 2018

Project Info

Startdatum 01 aug 2012
Einddatum 09 nov 2017

Contact

Madeleine de Gruijter