Hogeschool van Amsterdam

Forensisch onderzoek

Rapid DNA technologies at the crime scene

CSI fiction matching reality

Project

Snelle en mobiele DNA-analyse (Rapid DNA) van sporen is al jaren een ‘standaard’ procedure in de welbekende serie ‘CSI’, om daders mee op te sporen. Deze serie is duidelijk fictie, maar is mogelijk een serieuze blik naar het toekomstig forensisch onderzoek. In de afgelopen jaren zijn er vele studies geweest naar het creëren van een volledig geïntegreerd DNA-analyse systeem met als doel het DNA-onderzoek te versnellen. Het streven van deze ontwikkeling is dat de Forensisch Onderzoeker (FO’er) al op de plaats delict een bemonstering van een spoor kan analyseren, middels Rapid DNA, om binnen enkele uren potentieel identificerende resultaten te ontvangen.

Echter brengt deze Rapid DNA-technologie ook risico’s met zich mee. Zo kan de focus van de FO’ers tijdens het sporenonderzoek wijzigen, door bijvoorbeeld meer ‘opzoek’ te gaan naar DNA-sporen, wanneer zij deze techniek tot hun beschikking hebben. Daarbij komt ook dat de techniek minder gevoelig is dan de technieken op het forensisch laboratorium. Hiermee bestaat het risico dat er DNA-sporen geanalyseerd worden met Rapid DNA die geen DNA-profiel opleveren terwijl hetzelfde spoor in het lab wel tot een DNA-profiel had geleid.

Verwacht wordt dat deze baanbrekende ontwikkeling zal leiden tot een fundamentele verandering voor de forensische opsporing, het forensisch laboratorium en het openbaar ministerie. Om er zeker van te zijn dat opsporing en vervolging optimaal zullen profiteren van deze Rapid DNA-technologie is het van essentieel belang te onderzoeken hoe deze techniek zo efficiënt mogelijk ingezet kan worden op de plaats delict om geaccepteerd te worden binnen de strafrechtsketen.

De volgende drie factoren zijn onmisbaar in de analyse naar deze kwestie:

1. De technische mogelijkheden van Rapid DNA.
2. Het gedrag van de gebruikers op de plaats delict wanneer Rapid DNA-beslissingen genomen moeten worden
3. De juridische mogelijkheden om Rapid DNA op de plaats delict uit te voeren.

De uitdaging in dit onderzoek is dat er een koppeling gemaakt moet worden tussen de technologische implicaties, de gedragsimplicaties en de juridische implicaties die aan het gebruik van Rapid DNA op de plaats delict ten grondslag liggen. Deze kennis is vereist om procedurele, contextuele en besluitvormingsprocessen voor het gebruik van Rapid DNA te begrijpen om aanbevelingen te kunnen doen voor toekomstig DNA-onderzoek.

Om de analyse naar de impact van Rapid DNA op de plaats delict uit te voeren zijn acht studies verricht die bovengenoemde implicaties in kaart brengen en koppelen. Deze studies worden in de volgende zeven paragrafen behandeld en afgesloten met een toekomstig perspectief van Rapid DNA op locatie.

Dit onderzoek maakt deel uit van het programma Beter opsporen met het lab op zak.

Gepubliceerd door  Faculteit Techniek 7 oktober 2019

Project Info

Startdatum 01 aug 2012
Einddatum 30 nov 2017