Ergotherapie
Studieprogramma jaar 3 en 4
In het derde en vierde jaar staat je ontwikkeling in de praktijk centraal. Je loopt 2 lange stages, volgt een minor en werkt aan je afstudeerproject. Zo groei je stap voor stap naar het niveau van een beginnend ergotherapeut.
Wat ga je doen in jaar 3?
In jaar 3 combineer je een lange stage met een minor. Je ontdekt welk werkveld, welke doelgroep en welke rol het beste bij jou past
Stage in jaar 3
Je loopt 20 weken stage. Tijdens je stage werk je mee onder begeleiding van één of meer ergotherapeuten. Je kunt stage lopen in bijvoorbeeld:
- een revalidatiecentrum
- een verpleeghuis
- een ziekenhuis
- GGZ instellingen
- reïntegratiebedrijven
- een eigen praktijk van een ergotherapeut
- de wijk, bijvoorbeeld bij een wijkteam
De opleiding regelt verschillende stageplaatsen voor je. Tijdens je stage is er ook tijd voor zelfstudie en krijg je stagebegeleiding vanuit de opleiding. Gemiddeld heb je 7 tot 8 terugkommomenten op school, onder begeleiding van een docent. Samen met je stagegroep organiseer je daarnaast netwerkbijeenkomsten.
Minor in jaar 3
In jaar 3 volg je een minor (30 ECTS) van een half jaar voor het verbreden of verdiepen van je kennis. Je hebt keuzevrijheid, maar er kunnen inhoudelijke eisen gesteld worden door een minor.
Voorbeelden van minoren:
- Zorgtechnologie
- Kinderen
- Arbeid en Gezondheid
- Engelstalige minor, zoals Global Health
Je kunt ook kiezen voor een minor bij een andere opleiding van de HvA of bij een andere hogeschool of universiteit.
Via de premaster Health Sciences kun je je voorbereiden op een master, zoals:
- de master Gezondheidswetenschappen (VU)
- de master Evidence Based Practice (Amsterdam UMC)
- de European Master of Science in Occupational Therapy (HvA)
Wat ga je doen in jaar 4?
In jaar 4 rond je je opleiding af. Je loopt opnieuw een lange stage en werkt aan je afstudeerproject. Je neemt meer verantwoordelijkheid en laat zien dat je klaar bent voor het werkveld.
Stage in jaar 4
Je loopt nog een keer 20 weken stage. Je werkt gemiddeld 32 tot 36 uur per week bij een praktijkorganisatie waarmee de opleiding samenwerkt. Dat kan zijn:
- een zorginstelling, zoals een revalidatiecentrum, verpleeghuis of ziekenhuis of plekken voor mensen met psychosociale problematiek
- een gemeente, bijvoorbeeld een Wmo-afdeling (Wet maatschappelijke ondersteuning)
- een wijkorganisatie
- een bedrijf of ergotherapiepraktijk
Je wordt begeleid door één of meer ergotherapeuten, of door een professional die nauw samenwerkt met ergotherapie. Een stage in het buitenland is ook mogelijk; de opleiding heeft hiervoor een netwerk van organisaties.
Tijdens deze stage:
- werk je direct met cliënten
- gebruik je onderzoeksresultaten in je werk
- let je op de kwaliteit van zorg
- organiseer je je eigen (zelf)studie
Je neemt daarnaast deel aan stagebijeenkomsten met een docent en medestudenten.
Afstudeerproject in jaar 4
Tijdens het afstudeerproject werk je in groepsverband aan een vraag uit het werkveld. Je doet dit in opdracht van bijvoorbeeld:
- een zorgorganisatie
- een onderzoeksgroep van de opleiding
Mogelijke vormen van een afstudeerproject zijn:
- een interventie
- een verbeterplan
- een ondernemingsplan
- een adviesrapport
- een onderzoeksverslag
Met je afstudeerproject laat je zien dat je op het niveau van een beginnend ergotherapeut kunt werken.