Hogeschool van Amsterdam

Forensisch onderzoek

Vingerspooranalyse wordt traditioneel vooral toegepast voor identificatie, maar een vingerspoor bevat mogelijk veel meer detailinformatie. Over gebruik van explosieven of drugs bijvoorbeeld. Kunnen forensische professionals deze bruikbare informatie breder benutten in het proces van opsporing, vervolging en bewijsvoering en hoe? Hogeschool van Amsterdam (HvA) onderzoekt met partners wat vingersporen ons nog meer kunnen vertellen.

Het programma bestaat uit twee onderzoekslijnen:

1. Opsporingsmethoden

Wie heeft het spoor achtergelaten? Welke informatie over de donor is te achterhalen? Met welke activiteit zijn de vingersporen geplaatst? In deze onderzoekslijn richt de HvA zich op ontwikkeling en verfijning van nieuwe opsporingsmethoden waarmee de bron van het vingerspoor en de activiteit betrouwbaar en valide uit vingersporen kan worden afgeleid.

2. Vervolging en bewijsvoering

Het ontwikkelen en toetsen van methoden waarmee professionals uit de strafrechtketen de ontwikkelde opsporingstechnieken optimaal kunnen inzetten en de resultaten ervan optimaal kunnen gebruiken in het proces van opsporing, vervolging en bewijsvoering.

Deze onderzoekslijnen samen bieden inzicht in de wijze waarop informatie die in de vorm van latente sporen aanwezig is op de plaats delict, onder invloed van technische en menselijke factoren haar gang naar de rechtbank vindt.

Drie onderzoeksprojecten

Binnen de twee onderzoekslijnen zijn drie projecten opgezet, die het proces van opsporing, vervolging en bewijsvoering optimaliseren:

Gepubliceerd door  Faculteit Techniek 6 maart 2020

Project Info

Startdatum 01 jan 2016
Einddatum 31 dec 2020