Logo Hogeschool van Amsterdam – link naar startpaginaLogo Hogeschool van Amsterdam – link naar startpagina

Ad Frontend Design & Development

associate degree, voltijd, 2 jaar

Verhaal

Docent Koop: 'In twee jaar leiden we studenten heel gericht op tot frontend developer'

Een praktijkgerichte hbo-opleiding waarin je in twee jaar uitgroeit tot frontend developer.

De Associate Degree Frontend Design & Development is een tweejarige hbo-opleiding. Dit ‘kleine zusje’ van de bachelor Communication and Multimedia Design is een gespecialiseerde opleiding gericht op één beroepsrol: frontend developer, ook wel ‘frontender’ genoemd.

Docent Koop Reynders en student Chama Elabhar vertellen hoe je in twee jaar tijd wordt klaargestoomd voor een vak met volop baankansen.

Alles wat je ziet én waar je op klikt 

Een frontender ontwerpt en bouwt websites. Of je nu op je telefoon door een site scrolt of op je laptop een formulier invult, iedereen krijgt te maken met het werk van een frontender. “Alles wat jij als eindgebruiker ziet als je een website bezoekt, alles waarop je kunt klikken, is het werk van een frontender. Deze specialist codeert de ‘voorkant’ van de website”, legt Koop uit. Voor Chama was dat precies de reden om verder te studeren na haar mbo-opleidingen Allround Desktop Publishing en Mediavormgeving. “Ik wilde mijn designervaring aanvullen met het ontwerpen en coderen van websites. Begrijpen hoe iets technisch in elkaar zit, niet alleen hoe het eruitziet. De Ad FDND is de enige tweejarige opleiding waarin je zowel leert ontwerpen als coderen”, zegt ze. En het vakgebied is breed inzetbaar. “Een van de grote voordelen van een Ad is dat studenten na twee jaar meteen op hbo-niveau aan de slag kunnen op plekken waar een goed werkende website essentieel is. Bijvoorbeeld bij bedrijven als Mediamarkt en Albert Heijn of op Schiphol”, zegt Koop. 

Verdieping op hbo-niveau

De opleiding is aantrekkelijk voor mbo’ers die zich willen verdiepen op hbo-niveau, zoals studenten Software Development of Mediavormgeving van het Mediacollege. “Zij kunnen zich bij ons in twee jaar verder verdiepen op hbo-niveau. Dat is aantrekkelijk omdat mbo’ers het soms lastig vinden om een baan te vinden of een stageplek”, vertelt Koop. Maar er is meer instroom dan alleen vanuit het mbo. Ongeveer een kwart van de studenten komt van de havo. “Dat zijn vaak studenten die niet nog vier jaar willen studeren. Twee jaar voelt voor hen overzichtelijker. Sommigen stromen daarna alsnog door naar een bachelor, anderen gaan meteen werken.” Chama herkent dat. Zij zocht bewust geen brede opleiding meer, maar verdieping. “Ik wilde echt leren hoe je websites bouwt.”

Motivatie versus voorkennis

De opleiding biedt ruimte om te ontdekken wat bij je past, maar vraagt wél om motivatie. Zeker omdat je ook zonder programmeerkennis kunt instromen. “In het begin kunnen er flinke niveauverschillen zijn: sommige studenten hebben al code-ervaring, anderen zijn helemaal nieuw. Ons programma is daarop ingericht. Tegelijkertijd moeten we studenten met mbo-ervaring blijven uitdagen, zodat ook zij echt de verdieping ervaren”, vertelt Koop. Motivatie blijkt soms belangrijker dan voorkennis. “Het leuke is: sommige van onze beste studenten begonnen met bijna geen voorkennis, maar waren wél enorm gemotiveerd.” 

Leren door te doen, met echte opdrachtgevers

Samenwerken en praktijk staan in de opleiding centraal. Studenten werken altijd met echte opdrachtgevers, zoals het Antonie van Leeuwenhoek ziekenhuis, maar ook interne opdrachtgevers, waaronder de Buurtcampus. “Studenten leren omgaan met briefings, ontwerpen, bouwen en presenteren. Elke drie weken laten zij hun voortgang zien tijdens de ‘sprint review’ met de opdrachtgever”, zegt Koop. Eerstejaars presenteren meerdere varianten; tweedejaars werken in teams aan het daadwerkelijk live zetten van een website. Chama vindt de combinatie van theorie en praktijk een groot pluspunt. “Je krijgt natuurlijk leerstof aangereikt, maar je gaat er vooral meteen mee aan de slag. Niet alleen luisteren, maar doen. En doordat je werkt voor echte opdrachtgevers neem je de opdrachten ook serieuzer. Je maakt toch iets dat echt kan worden gebruikt.” Een opdracht die haar is bijgebleven, is die voor Soundslice. “We maakten een webapp waarin muzikanten muzieknoten in een tekstbox konden invoeren, die vervolgens werden omgezet naar bladmuziek. De opdrachtgever gaf aan elementen uit onze ontwerpen te gaan gebruiken. Dat is heel motiverend.”

Sprints met uiteenlopende thema’s

Een opvallend element in de opleiding is de kruisbestuiving tussen eerste en tweedejaars studenten. “Tweedejaars begeleiden eerstejaars, helpen met instructies en opdrachten en leren zo zelf ook aansturen en communiceren met opdrachtgevers. Dat maakt onze manier van werken echt anders dan bij opleidingen met losse vakken”, zegt Koop. Elke sprint heeft een inhoudelijk thema, zoals ‘all human’ over toegankelijkheid of ‘look & feel’ waarbij studenten leren de huisstijl van de opdrachtgever te verwerken in een website. “Studenten leren bijvoorbeeld over kleurcontrast, W3C-standaarden, CSS-technieken en databases, terwijl ze doorwerken aan hun opdracht.” Chama merkt dat die opbouw goed werkt: “We leren steeds nieuwe technieken die we direct moeten toepassen. Dat maakt het leuk en uitdagend.” 

Je eigen digitale werkplek

Naast de opdrachten voor opdrachtgevers bouwen studenten doorlopend aan hun eigen portfolio. Chama werkt gedurende de hele opleiding aan haar persoonlijke website ‘I love web’. “Dat is eigenlijk je eigen digitale werkplek en portfolio. Je test er code, noteert nieuwe technieken en laat zien wat je maakt.” 

Studente Chama

Structuur en duidelijkheid 

De opleiding is al drie jaar op rij topopleiding in de Keuzegids. Volgens Koop zit dat vooral in structuur en persoonlijke aandacht. “We werken met een vast programma, een vaste locatie, vaste mensen - een mix van ervaren docenten en mensen uit de praktijk - en goede inhoud.” Chama vult aan: “Je weet precies wat er per week van je wordt verwacht. Dat werkt prettig.” Hoe zo’n lesdag eruitziet? Iedereen die weleens bij FDND binnenloopt, herkent het, zegt Koop: “Twee klassen in één grote ruimte, met meerdere docenten en mentoren die rondlopen. Het is druk, levendig en iedereen is aan het werk.”

Bij wie past de opleiding?

Volgens Koop kiezen studenten heel bewust voor deze opleiding. Ze zien zichzelf dit werk over twee jaar echt doen. “We vertellen ook veel over het grotere plaatje: waar werken ze naartoe, wat wordt er van hen verwacht. Daardoor begrijpen ze beter waarom ze doen wat ze doen.” Chama omschrijft het zo: “Als je het leuk vindt om problemen op te lossen en nieuwe technieken te onderzoeken dan zit je hier goed.” 

Open dagen en meelopen

Voor havisten, vwo’ers of mbo’ers die zich oriënteren op een (vervolg)studie, zijn open dagen een eerste manier om kennis te maken met de opleiding. “Studenten die echt willen weten of de opleiding bij hun past, kunnen zelfs een ochtendje meelopen. Ze zitten dan naast een huidige student en doen gewoon mee met het programma. Dat overtuigt vaak meer dan welk verhaal ook", aldus Koop.