Logo Hogeschool van Amsterdam - Link naar startpaginaLogo Hogeschool van Amsterdam - Link naar startpagina

Gebouwen die de tijd doorstaan

Nieuws
Bouwtekeningen

Pleidooi voor architectuur met een langetermijnvisie. Woningen in het betaalbare segment worden kleiner, soberder en relatief snel gesloopt. Ondertussen groeit de groep mensen die tussen wal en schip valt op de woningmarkt gestaag. Onderzoekers Ed Melet en Rashid Rashidi van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) kwamen na drie jaar onderzoek tot een verrassende conclusie: de sleutel tot betaalbaar wonen zit hem in een hogere kwaliteit, langduriger en adaptief gebruik en een financieel model waarin sociale en ecologische waarden worden meegenomen. Ze presenteren hun bevindingen in het ‘boek Waardenrijke Woongebouwen.

Dertig vierkante meter

‘Woningen in het middensegment worden steeds kleiner en soberder,’ zegt Ed Melet, associate lector Circulair Bouwen bij het lectoraat Klimaatbestendige Stad van de HvA. Hij is als een van de onderzoekers betrokken bij het onlangs afgeronde project de Circulaire waarden van Architectuur. ‘Gemeenschappelijke ruimtes worden teruggebracht tot het absoluut noodzakelijke en het niveau van afwerking daalt.’ In Amsterdam zijn microappartementen van dertig vierkante meter inmiddels gewoon. Collega-onderzoeker Rashid Rashidi: ‘Ik werk in Amsterdam, maar kan er als architect met een modaal inkomen niet wonen. Willen we steden sociaaleconomisch toegankelijk houden, dan moeten we het woningvraagstuk anders gaan benaderen.’

Circulariteit

Het onderzoek van Melet en Rashidi richtte zich op woongebouwen die de tand des tijds doorstaan - technisch, economisch én sociaal. De achterliggende gedachte: een gebouw dat honderd tot honderdvijftig jaar functioneel blijft, heeft jaarlijks een fractie van de milieubelasting van een gebouw dat na twintig jaar wordt gesloopt. ‘Circulariteit zit hem in de eerste plaats in levensduur, en in materialen die zo zijn gemonteerd dat ze - mocht het gebouw ooit toch tegen de vlakte moeten - als Lego uit elkaar te halen zijn voor hergebruik,’ zegt Melet.Sociale en ecologische waarde

Maar de waarde van gebouwen gaat verder dan levensduur en demontage alleen. Ed en Rashid vertaalden in het onderzoek niet alleen de financiële, maar ook sociale en ecologische waarde ervan naar euro’s. De theoretische basis hiervoor vonden ze bij economen Willem Schramade en Dirk Schoenmaker (respectievelijk Erasmus Universiteit en Nyenrode Business University).

Biobased bouwen kost nog altijd vijf tot tien procent meer dan bouwen met traditionele materialen zoals beton en kalkzandsteen - precies de reden waarom beleggers er weinig voor voelen. ‘Maar als je ook de ecologische winst meerekent, ziet het kostenplaatje er ineens heel anders uit,’ zegt Melet. ‘Hout stoot minder CO₂ uit bij productie, en in een houten gebouw is bovendien CO₂ opgeslagen.’ De provincie Utrecht hanteert voor interne opdrachten een schaduwprijs van 875 euro per ton CO₂. ‘Reken je dat door voor een woongebouw, dan wordt biobased bouwen ineens aanzienlijk goedkoper dan traditioneel bouwen.’

 

Psychologisch en sociaal welzijn

De onderzoekers rekenden ook de meerwaarde van extra ruimte en ontmoetingsplekken voor bewoners door in termen van psychologisch en sociaal welzijn. ‘Uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat welvarende mannen negen jaar langer leven dan mannen die minder geluk hebben gehad in hun leven. Bovendien kennen zij 25 meer gelukkige levensjaren. Dat is onrecht,’ zegt Rashidi. 

Deze zaken in concrete waarde uitdrukken bleek echter behoorlijk ingewikkeld. ‘We hebben hier uiteindelijk de meeteenheid QALY voor gebruikt: Quality Adjusted Life Year. Een QALY staat voor een jaar in perfecte gezondheid, en combineert levensduur met kwaliteit van leven’, vertelt de onderzoeker.

Nederlanders blijken 80.000 euro aan medische zorg over te hebben voor één extra gezond levensjaar. Dit bedrag wordt ook aangehouden voor maatregelen die zorg kunnen voorkomen, zoals het jaarlijks keuren van auto’s. Door elk jaar oudere auto’s een apk te laten ondergaan kunnen wellicht ongelukken en daarmee persoonlijk letsel worden voorkomen. ‘Eenzelfde soort vergelijking hebben we aangehouden voor het berekenen van de sociale waarde van woongebouwen,’ legt Melet uit. ‘Stel dat bewoners zich met bredere gangen en meer gemeenschappelijke ruimtes (iets) minder eenzaam voelen en zich in combinatie met een royalere woning gelukkiger voelen, dan zou dat veel zorgkosten kunnen besparen.’ 

 

Architectuur

Spelen met scenario’s

Melet en Rashidi ontwikkelden in hun onderzoek ook de serious-gameBuildings for all futures. Hiermee wilden ze architecten en ruimtelijk ontwerpers uitdagen om na te denken over de toekomstbestendigheid van hun gebouwen. ‘Deelnemers verkennen in de serious game allerlei toekomstscenario’s - van demografische veranderingen tot klimaatverandering - en toetsen daarmee hun ontwerp,’ vertelt Rashidi. 

Het spel werd gespeeld met medewerkers van tien architectenbureaus en is inmiddels onderdeel van het afstudeeratelier aan de HvA. 'Bureaus realiseerden zich dat hun ontwerpen te weinig zijn voorbereid op wat de toekomst brengt,' vertelt Rashidi. 'Na afloop wilden ze sessies als deze voortaan structureel inbouwen in hun ontwerpproces.' 

Zo realiseerde de spelers van de serious game zich ineens dat gevels met grote openingen op het zuiden en westen slecht bestand zijn tegen toekomstige hittegolven, en dat de huidige trend van kleine woningen met rigide betonnen structuren weinig flexibel is als huishoudens over twintig jaar er anders uitzien. De centrale les: ontwerp adaptief, zodat een gebouw zonder fundamentele ingrepen kan meebewegen met wat de toekomst brengt.

Wonen als kerntaak

De onderzoeksuitkomsten hebben ook beleidsmatige implicaties. Melet en Rashidi pleiten ervoor dat wonen terugkomt als kerntaak van de overheid, met grond in publiek of gemeenschappelijk bezit. ‘Een belegger rekent met een horizon van vijftien tot twintig jaar,’ zegt Rashidi. ‘Die kan een businesscase met circulaire waarden niet dragen. Dat vraagt om een langetermijnperspectief en daar ligt wat ons betreft een taak voor de overheid.’ Marktpartijen hoeven wat de onderzoekers betreft niet buitenspel gezet te worden op de woningbouwmarkt, maar de gebouwen zelf zouden in publiek bezit moeten blijven.

Melet pleit daarnaast voor woongebouwen met een gezonde mix van inkomensgroepen, zoals in de jaren zestig en zeventig. ‘Dan kwamen mensen uit alle lagen van de bevolking elkaar tegen in de hal, bij de lift. Tegenwoordig zie je ook, afhankelijk van waar iemand woont, tot welke sociale en economische klasse deze persoon behoort. Woongebouwen weerspiegelen daarmee in feite de inkomenskloof. Voor een toegankelijke en leefbare stad moeten we deze kloof zien te dichten.’

Naar een rechtvaardige stad

Op 9 juni 2026 presenteren Melet en Rashidi hun boek, dat ze schreven samen met collega Kees Versluis, in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. ‘We hebben voor het evenement sprekers uitgenodigd die het debat over het woningbouwbeleid in de breedte voeden,’ zegt Rashidi. Na Amsterdam volgen bijeenkomsten in Groningen en Rotterdam. ‘Ons onderzoek brengt ons een stapje dichter bij een rechtvaardige stad,’ zegt Rashidi. ‘Een die voor iedereen toegankelijk is, en waar het goed toeven is.’

Aanmelden

Aanmelden voor de boekpresentatie van de onderzoekers kan via de website van Pakhuis de Zwijger (opent in nieuw venster). Het boek, Ontwerpen aan waardenrijke woongebouwen, is nu al te bestellen bij de uitgever. (opent in nieuw venster)

Over het onderzoek

Het project Circulaire waarden van architectuur - gebouwen die de tijd doorstaan liep van 2022 tot 2025 en werd uitgevoerd door onderzoekers van de HvA in samenwerking met een consortium van partners uit de bouwsector. De serious game Building for all futures, ontwikkeld als validatiemethode, wordt inmiddels ook ingezet in het onderwijs. Het onderzoek valt onder het lectoraat Circulair Bouwen van de Faculteit Techniek.

Biografie

Ed Melet is associate lector Circulair Bouwen van de Hogeschool van Amsterdam. Hij is in 2017 gepromoveerd aan de TU Delft op het onderzoek Activerende Gevels, over gedrag veranderde gebouwen. Sindsdien geeft hij leiding aan de onderzoekslijn Circulair Bouwen, eerst als hoofddocent en inmiddels als associate lector. Melet en zijn team onderzoeken hoe gebouwen en de gebouwde omgeving meer circulair kunnen worden om zo hun milieu-impact te verkleinen.

Rashid Rashidi is architect en oprichter van OOOO Studio. Sinds 2020 is hij docent in de afstudeerrichting Architectonische Techniek aan de Hogeschool van Amsterdam en onderzoeker bij de onderzoeksgroep Circulair Bouwen. Hij is gastdocent aan de TU Delft, afdeling Architectuur, en aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Daarnaast is hij lid van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Lelystad.

Lectoraat Circulair Bouwen

Dit onderzoek valt onder het lectoraat Circulair Bouwen van de Faculteit Techniek van de Hogeschool van Amsterdam. Het lectoraat doet praktijkgericht onderzoek naar gebouwen, materialen en systemen die bijdragen aan een duurzame en rechtvaardige gebouwde omgeving. De nadruk ligt op de samenhang tussen technische kwaliteit, ecologische impact en sociaal-maatschappelijke waarde — met oog voor de lange termijn.