Logo Hogeschool van Amsterdam – link naar startpaginaLogo Hogeschool van Amsterdam – link naar startpagina
Nieuws

Minder scherm, meer mens: werken aan mentale gezondheid voor jongeren

Het gaat niet goed met de mentale gezondheid van Nederlanders, met name van jongeren. Dat stelden onderzoekers van het RIVM en het Trimbos Instituut vorig jaar vast in de Monitor Mentale Gezondheid 2025. Uit de resultaten blijkt dat de mentale gezondheid bij een aantal groepen al langere tijd achteruit gaat: pubers, jongvolwassenen en vrouwen. Op de HvA werken we op allerlei manieren aan oplossingen.

Belangrijke factoren die volgens de monitor samenhangen met mentale gezondheid zijn onder andere hoe gezond mensen zich voelen en hoeveel steun ze ervaren vanuit hun netwerk van familie en vrienden. Laat beide nou onder druk staan bij pubers en jongeren door het vele mobiele telefoongebruik. Het urenlange scrollen leidt zoals bekend tot minder beweging en minder nachtrust, maar Esther Hammelburg, aanstaand lector Hybrid Realities, stelt daarnaast dat de vervlechting van de fysieke en digitale realiteit ervoor kan zorgen dat onze sociale netwerken krimpen.

Hammelburg werkt aan bewustzijn onder volwassenen en jongeren van deze hybride realiteit en de keuzemogelijkheden die zij hierin hebben. Wilco Verdoold, docent-onderzoeker Marketing, laat zijn studenten een experiment doen om hun gedrag rondom socialmediagebruik, beweging of nachtrust te veranderen.

Nicky Nibbeling, onderzoeker bij het lectoraar Bewegen in en om de School, is in Nieuw-West trekker van een community vóór en dóór jongeren. En Aurelie Lange werkt als onderzoeker Jeugdzorg aan een beter bereik voor @Ease, een plek waar jongeren laagdrempelig hun hart kunnen luchten bij een leeftijdsgenoot. Fysieke ontmoeting als sleutel voor mentaal welzijn.

‘Polarisatie kan je vriendenkring verkleinen’

‘De digitale en fysieke omgeving lopen steeds meer in elkaar over’, vertelt Esther Hammelburg, aanstaand lector Hybrid Realities. ’Sociale media worden vaak besproken alsof het een aparte wereld is, maar dat is allang niet meer zo. Onze realiteit bestaat uit een voortdurende wisselwerking tussen online en offline ervaringen. Die wisselwerking heeft gevolgen voor ons persoonlijk leven, ons mentaal en sociaal welzijn én voor het publieke debat.’

Een duidelijk voorbeeld van deze vermenging waren de anti-immigratierellen in september in Den Haag. Hammelburg: ‘Via livestreams werd gedeeld: “hier moet je wel zijn en hier niet”. Met als gevolg dat mensen kwamen naar de plekken “waar je wel moest zijn”. Op festivals zie je hetzelfde. In Instagram Stories klinkt het: “Ik ben nu hier, kom lekker langs! ”Zo lopen online en offline in elkaar over.’ In het geval van het festival kan dit positief uitpakken: het doorbreekt eenzaamheid, creëert een groep en versterkt het gevoel ergens bij te horen.

Onze realiteit bestaat uit een voortdurende wisselwerking tussen online en offline ervaringen. Die wisselwerking heeft gevolgen voor ons persoonlijk leven, ons mentaal en sociaal welzijn én voor het publieke debat.

Esther Hammelburg

aanstaand lector Hybrid Realities

Lees meer

Maar diezelfde dynamiek kan ook bijdragen aan rellen en groeiende polarisatie. ‘Het effect is zelden direct – niet iedereen die een livestream ziet, “gaat stenen gooien”, net zomin als iedereen naar dat festival rent. Maar voor “de mensen langs de randen”, wie al licht geïnteresseerd is, kan de drempel nét lager worden – in positieve én negatieve zin.’ Je kunt je online al deel gaan voelen van een groep en dat kan net dat zetje geven.

Meningen zijn veel meer in your face

Die vermenging van fysiek en digitaal kan ook doorwerken in de persoonlijke verhoudingen binnen je sociale kring. ‘Stel: je hebt een nichtje dat je vier keer per jaar ziet op een verjaardag en dan klets je met elkaar. Dan hoor je ook weleens dat ze op een andere partij stemt dan jij. Maar verder praat je een beetje bij over werk, studie, de liefde. Maar nu zie je op Instagram ineens elke dag haar tamelijk extreme politieke standpunten langskomen. Je houding tegenover haar verandert – haar mening is zo in your face. Op de volgende verjaardag ga je haar misschien uit de weg…’

Laatst hoorde Hammelburg ook van een student dat hij uit de appgroep van zijn voetbalteam was gestapt; vanwege de politieke standpunten van zijn voetbalmaatjes. ‘Hij zei: ik kan niet meer lekker met die gasten voetballen en een biertje drinken.’ De  vermenging van online en offline kan bijdragen aan polarisatie in je vriendenkring, waardoor je afstand neemt van familie of vrienden. ‘Dat kan heel heftig zijn, want zo'n voetbalclub is mogelijk een belangrijk onderdeel van je sociale leven. Zoiets heeft veel impact op je mentale welzijn.’

Keuzemogelijkheden in nieuwe realiteit

Juist daarom vindt Hammelburg het belangrijk om onderzoek te doen naar die hybride realiteit. En om jongeren én volwassenen bewust te maken van hun handelingsruimte. ‘De student die uit de appgroep stapte, kon blijven voetballen met zijn maten. Door online afstand te nemen, behield hij offline verbinding.’

 

Bij het nichtje kun je ook kiezen. In plaats van haar te ontvolgen of te ontwijken, kun je denken: ik bel haar; weer even die andere kant van haar zien. ‘We hebben al honderd jaar familieleden en kennissen die anders denken – soms extreem anders, maar vroeger was dat minder zichtbaar. Daardoor zag je meer de andere kanten van dat nichtje: ze bakt altijd iets lekkers als ik langskom. Of: ze belt me op mijn verjaardag. Dat bredere perspectief maakte het verschil draaglijker.’

Zoek de fysieke ontmoeting op

‘Als je merkt dat de balans uit het lood gaat, zoek dan bewust de fysieke ontmoeting op,’ adviseert Hammelburg. ‘Ik wil daarmee niet zeggen dat je meningsverschillen moet negeren. Integendeel. Maar vanuit verbinding kun je het gesprek beter voeren. Als je fysiek met iemand in discussie gaat, doe je dat vaak zachter dan online. Je voelt elkaars kwetsbaarheid.’

Dag in dag uit extreme beelden

Los van schermtijd, slaapgebrek en minder beweging beïnvloedt ook de inhoud van wat we online zien ons mentaal welzijn, stelt Esther Hammelburg. ‘Als je dag in dag uit extreme oorlogsbeelden voorbij ziet komen doet dat iets met je wereldbeeld. Het mooie daarvan is dat je je betrokken kunt gaan voelen bij het leed van anderen en voor hen op kunt komen. Maar het is ook goed om je ervan bewust te zijn dat al die beelden impact hebben op je gemoedstoestand. Als je er dag in dag uit naar kijkt, dan zit je met je hoofd en gevoel in een oorlog, terwijl buiten misschien wel de zon schijnt en de krokussen bloeien.’ Net als bij de snoeprekken in de supermarkt vraagt sociale media om zelfmatiging en begeleiding van jongeren.

Tegelijk dragen platforms verantwoordelijkheid. Hun verdienmodel draait op engagement; conflict levert views op. Hoe meer ophef, hoe beter. Zo TikTok bijvoorbeeld aan extremistische livestreams. ‘Wat ooit beperkt bleef tot tien nazi’s in een schuur, kan nu via algoritmes op ieders For You-page belanden. Dat vraagt om serieuze regulering.’

‘Zonder uitzondering willen studenten: minder scrollen, minder social media, meer slaap’

Door zijn studenten in het vak Neuromarketing met nudges te laten experimenteren met iets wat ze willen veranderen in hun leven, heeft Wilco Verdoold, docent-onderzoeker Marketing & AI, min of meer per toeval een kijkje gekregen in het mentaal welzijn van zijn studenten. ‘Zonder uitzondering komen zij met: minder scrollen, minder social media, minder snacken, meer bewegen, meer slaap.’

‘Marketing is als dynamiet,’ stelt Verdoold. ‘Met dynamiet kun je fantastische dingen doen. Je kunt mensen letterlijk met elkaar verbinden door een tunnel te blazen in een grote berg. Maar je kunt er ook iemand mee doden. Zo kun je marketing inzetten om mensen te laten roken, maar ook om ze het goede, of gewenste, te laten doen.’ Zoals stoppen met roken, afval in de juiste bak gooien, of vaker de auto laten staan.

De grote techbedrijven maken duidelijk waartoe marketing zonder ethiek in staat is. Het is ook cynisch dat juist jongeren en dus onze studenten hier de dupe van zijn.

Wilco Verdoold

onderzoeker Marketing & AI

Lees meer

Het gevaar van marketing zonder ethiek

Neuromarketing is een soort overtreffende trap van marketing. ‘Het ontstond ooit als bijna letterlijk kijkje in het brein: een zoektocht naar de “koopknop”, aan de hand van bijvoorbeeld MRI-scans. Tegenwoordig wordt het vak ook ingezet om nudges te ontwikkelen, om mensen aan te zetten tot gewenst gedrag.’

’Ik zeg wel eens spottend: ethiek is een keuzevak. Dan zouden we het bij Marketing juist moeten geven aan iedereen die het níet kiest.’ Verdoold zegt het grappend, maar hij is ook serieus. ‘De grote techbedrijven die achter alle scrollverslaving en polarisatie zitten, maken heel duidelijk waartoe marketing en commercieel denken zonder ethiek in staat zijn. Het is ook cynisch dat juist jongeren en dus onze studenten hier de dupe van zijn.’

Neuromarketing zelf ervaren

Om studenten de theorie van neuromarketing te laten ervaren, geeft Verdoold hen de opdracht iets in hun eigen gedrag te veranderen. Ze kiezen een gewoonte die ze willen doorbreken en passen daarop alle geleerde modellen toe.

Inmiddels heeft neuromarketing zich verder ontwikkeld. ‘We gebruiken eerder inzichten uit onderzoek dan MRI-scans.’ Bekend is bijvoorbeeld het gedragsmodel van B.J. Fogg: gedrag ontstaat als drie elementen samenkomen – motivatie, gemak en een trigger.

Een trigger kan van alles zijn: een advertentie, een opvallende plek in het schap of een socialmediapost. Maar zo’n trigger werkt alleen als iemand voldoende gemotiveerd is én als het gedrag makkelijk genoeg is. Daarom verhogen overheden bijvoorbeeld de prijs van sigaretten of verminderen ze verkooppunten: ze maken het gedrag moeilijker. Bedrijven doen vaak het omgekeerde: ze vergroten motivatie en gemak.

Een klein gedragsexperiment


Verdoold: ’We vragen studenten een klein gedragsexperiment op te zetten. Het hoeft niet wetenschappelijk te kloppen qua aantallen, maar wél qua opzet: kies één gewoonte, verander één variabele en meet een week lang wat er gebeurt. Bijvoorbeeld: leg je telefoon ’s nachts in een andere kamer of verwijder je social media van je telefoon en houd je schermtijd bij. De resultaten delen ze in kleine, veilige groepjes, wat vaak tot verrassend open gesprekken leidt.’

Belangrijk is de analyse: wanneer en waarom doe je dit? ‘Een student ontdekte dat hij nagelbijt uit verveling of zenuwen. Door die momenten te herkennen en alternatieven klaar te leggen, werkte hij aan zijn motivatie en triggers. Een andere student wilde minder snacken, omdat hij er puistjes van krijgt. Verdoold: ’Hij liet de klas een foto zien van zijn gezicht vóór en na de week zonder snacken. En inderdaad, de foto na: zo goed als geen puisjes. Daarvan kreeg ik een brok in m'n keel. Stoer dat hij zich zo kwetsbaar opstelt tegenover zijn klasgenoten.’

‘Je wilt jongeren bereiken op plekken waar ze toch al komen’

Waar kun je als jongere terecht als je gewoon even je hart wilt luchten over iets dat je dwars zit? @Ease is geen therapie, maar een veilige plek waar jongeren kunnen praten met leeftijdsgenoten die luisteren en meedenken. ‘Het idee: praten helpt. En soms praat het makkelijker met iemand van je eigen leeftijd dan met een hulpverlener,’ vertelt Aurelie Lange van het Lectoraat Jeugdzorg. Toch blijft de inloop bij @Ease in Amsterdam achter. Samen met de Amsterdamse locaties kijken Lange en haar collega’s hoe de bekendheid én het bereik vergroot kunnen worden, zodat meer jongeren hun weg naar @Ease vinden.

We weten dat het gemiddeld tien jaar duurt voordat een nieuwe vorm van zorg landt in de praktijk.

Aurelie Lange

onderzoeker lectoraat Jeugdzorg

Lees meer

‘Wat @Ease uniek maakt, is de extreme laagdrempeligheid: je loopt zonder afspraak binnen, je hebt geen verwijzing nodig en er wordt geen dossier aangemaakt.’ Bij zwaardere problematiek kunnen de vrijwilligers wel doorverwijzen. En bij acute nood is er een professionele achterwacht beschikbaar. ‘@Ease is een landelijk initiatief, oorspronkelijk ontwikkeld in Australië, en staat bekend als een effectieve interventie voor jongeren met mentale klachten. Daarom wilden wij graag aan dit onderzoek meewerken.’

HvA doet het onderzoek samen met het Amsterdam UMC en het Verwey-Jonker Instituut. Het UMC interviewt jongeren over mentale gezondheid en hoe geneigd ze zijn om hulp te zoeken. Lange en haar collega’s richten zich op de bekendheid van @Ease onder samenwerkingspartners. ‘Op dit moment zijn we de antwoorden van de netwerkpartners aan het analyseren. Daarna ontwikkelen wij samen met @Ease Amsterdam strategieën om meer jongeren te bereiken en gaan we die strategieën monitoren.’

Zichtbaarheid is een sleutel

Er zijn al eerste inzichten. Lange: ‘@Ease zit op drie locaties in Amsterdam, die elk één dagdeel per week open zijn. In andere steden is er soms de hele week inloop. Ook zijn er locatiewisselingen geweest, wat de vindbaarheid niet ten goede komt. Door wisselingen in coördinatoren bij @Ease is het lastig gebleken duurzame relaties op te bouwen met jongerenwerk, scholen, GGD en huisartsen. Terwijl dat juist degenen zijn die jongeren kunnen doorsturen. Dat contact bouwt @Ease nu opnieuw op.’wisselingen geweest, wat de vindbaarheid niet ten goede komt. Door wisselingen in co

 

Zichtbaarheid is een andere sleutel. ‘Je wilt jongeren bereiken op plekken waar ze toch al komen, zodat de drempel laag blijft,’ zegt Lange. ‘Sommigen vinden de schoolomgeving prettig en vertrouwd, anderen willen juist niet dat klasgenoten zien dat ze bij @Ease naar binnen lopen. Maar zichtbaarheid op school zou ook kunnen betekenen dat er posters hangen.’ Jongeren moeten simpelweg weten dat @Ease bestaat.

Nieuwe interventies hebben tien jaar nodig

‘Uit de wetenschappelijke literatuur weten we dat het gemiddeld tien jaar duurt voordat een nieuwe vorm van zorg echt landt in de praktijk,’ vertelt Lange. ‘Zeker bij programma’s uit het buitenland kost het tijd om ze passend te maken voor de Nederlandse context.’ Het is zoeken naar balans: aanpassen aan heersende cultuur en zorgsysteem, zonder de oorspronkelijke, werkzame kern te verliezen. ‘Het duurt dus even voordat je die vorm van zorg in jouw land up-and-running hebt.’”

Uit de interviews met de samenwerkingspartners blijkt ook hoe belangrijk het is om te werken aan zichtbaarheid en bekendheid in de wijk. Daarnaast helpen informele ontmoetingen: organiseer gezellige activiteiten waar jongeren op afkomen, zorg dat ze je al een beetje kennen, dat je vertrouwen opbouwt. Dan zoeken ze je eerder op als er iets aan de hand is.

Zorg dat je team representatief is

@Ease merkt ook dat nu nog vooral hoger opgeleide Nederlandse jongeren binnenlopen, terwijl Amsterdam zeer divers is. ‘De uitdaging is niet alleen om het bereik te vergroten, maar ook te verbreden,’ zegt Lange. ‘Partners zeggen daarover: zorg dat je team in ieder geval al divers en representatief is.’ Zo kan @Ease nog beter aansluiten bij alle jongeren in de stad.

Wat maakt dat je hulp zoekt?


Hoe snel iemand hulp zoekt bij mentale klachten hangt af van vier factoren:

Houding
Welke houding heeft iemand tegenover mentale gezondheid? Is er openheid, of spelen schaamte en onderschatting van klachten een rol?

Vaardigheid
Hoe vaardig is iemand in het zoeken en vinden van hulp? Hoe verbaal is diegene? Hoe groot is zijn of haar netwerk? Kan iemand een interventie vinden en beoordelen?

Vindbaarheid
Hoe zichtbaar en toegankelijk is de hulp? Hoe makkelijk kom je er? Zijn er financiële drempels?

Passendheid
Sluit de hulp aan bij wat iemand daadwerkelijk nodig heeft?

In het onderzoeksdeel van UMC ligt de focus vooral op houding en vaardigheden (1 en 2). Het onderzoek van HvA richt zich met name op vindbaarheid (3).

‘Dertig meiden, keiharde muziek en lekker voetballen’

‘Er wordt vaak óver jongeren en hun gezondheid gepraat, maar niet mét hen’, stelt Nicky Nibbeling, onderzoeker bij het lectoraat Bewegen in en om de School. ‘Dat zie je bijvoorbeeld bij urban sportvoorzieningen: ze worden aangelegd en daarna wordt gehoopt dat jongeren ze gebruiken. Als je jongeren from scratch laat meedenken en hun wensen serieus neemt, krijg je een aanbod dat echt aansluit en wordt benut.’

Daarom kiest het Living Lab Beweeg de Toekomst voor de vorm van een community vóór en dóór jongeren. Het doel: gezondheidsverschillen verkleinen tussen jongeren in Nieuw-West en andere delen van de stad. Nibbeling is een van de aanjagers van het Living Lab.

Fysieke en mentale gezondheid onlosmakelijk verbonden

De verschillen tussen Nieuw-West en de rest van de stad zijn groot. Nibbeling: ‘In Nieuw-West is het aanbod van naschoolse activiteiten, sportverenigingen en cultuur kleiner dan in andere stadsdelen. Daarnaast hebben gezinnen gemiddeld minder financiële ruimte. Sport, vrije tijd en gezonde voeding krijgen dan logischerwijs minder prioriteit.’

Dat werkt door in het dagelijks leven van jongeren: minder beweging, meer stress en minder gezonde routines. ‘Fysieke en mentale gezondheid zijn onlosmakelijk verbonden. Als je lekker in je vel zit, kun je je beter concentreren, ben je gemotiveerder en kijk je positiever naar de toekomst.’

Jongeren minder vaak lid van sportvereniging

Beweeg de Toekomst ging een jaar geleden van start en is nog volop in ontwikkeling. ‘Het eerste jaar stond in het teken van verkennen en verbinden. Wat gebeurt er al in Nieuw-West? Waar zit energie? Wie wil meedoen? We zijn op veel plekken geweest en hebben veel gesprekken gevoerd; onder andere met sportverenigingen, stichtingen, scholen en de stadsdeelraad.’

‘Fysieke en mentale gezondheid zijn onlosmakelijk verbonden. Als je lekker in je vel zit, kun je je beter concentreren, ben je gemotiveerder en kijk je positiever naar de toekomst.

Nicky Nibbeling

onderzoeker lectoraat Bewegen in en om School

Lees meer

Hoe krijg je jongeren in beweging?

Uit voorgaand onderzoek kwamen drie belangrijke aanwijzingen om jongeren in beweging te krijgen:

  1. Zet jongeren zélf in de lead,
  2. Zorg dat er een gezellige community omheen zit,
  3. Betrek de hele wijk.

Ook van Onside, een Osdorpse organisatie die jongeren bereikt via straatvoetbal, leerden Nibbeling en haar collega’s veel. Onside ziet zichzelf ook als community en gebruikt een school als uitvalsbasis. Daar organiseerden ze een voetbaltoernooi. Met aparte avonden voor meiden en jongens, omdat het om een islamitische school gaat. Nibbeling: ‘Het was geweldig! Dertig meiden, een box met keiharde muziek en die jongerenwerkers lekker met ze voetballen.’

Nibbeling vroeg de meiden waarom ze hier wél komen en niet naar een sportvereniging. Het antwoord: ‘Dit is op school — een plek waar we toch al zijn — en het is vrijblijvend. Geen lidmaatschap, geen verplichtingen. Gewoon binnenlopen, bewegen en gezelligheid.’

Leerlingen nemen het voortouw

Ondertussen heeft Beweeg de Toekomst twee uitvalsbases gevonden: het Calland Lyceum en het Comenius Lyceum. Op beide scholen wordt nauw samengewerkt met de leerlingenraad. ‘Daar zit veel energie. De leerlingen zijn assertief en nemen het voortouw,’ aldus Nibbeling. De leerlingen bedachten ideeën en toetsten die onder medescholieren. Een duidelijke wens: meer buitenschools aanbod. En: padellen met school! Binnenkort pitchen de leerlingen hun plannen bij de directie — ook zelf geregeld.

Wat er verder ontstaat, ligt open. ‘We kunnen niet voorspellen waar de jongeren mee komen,’ zegt Nibbeling. ‘Maar we merken nu al dat het breder gaat dan alleen bewegen.’ Scholieren denken ook na over loopbaankansen en persoonlijke ontwikkeling. Samen met HERA, de eerste professionele damesvoetbalclub van Nederland, wordt daarom gewerkt aan een leiderschapscursus voor meiden.

Community van jongeren
 

Zo ziet een community van jongeren er dus uit. Jongeren bepalen de koers; professionals ondersteunen, adviseren en verbinden met partners in de wijk — van jongerenwerk tot gemeente. Het doel: stap voor stap bouwen aan een gezondere, vitalere leefomgeving voor jongeren in Nieuw-West, op hún voorwaarden.

Zo wordt er op de HvA op de meest uiteenlopende manieren gewerkt aan oplossingen voor het mentale onbehagen van jongeren. Of het nou gaat om een sportcommunity, een inloopplek om je hart te luchten, een experiment en openhartige gesprekken in de klas of simpelweg wat vaker het scrollen onderbreken en een koffie halen in het café om de hoek, ontmoeting in de fysieke realiteit is een essentieel onderdeel van de aanpakken aan de HvA én in het herstel van de mentale gezondheid van jonge mensen.