'Soms kun je het woord klimaat beter helemaal niet gebruiken'
Nieuws
Na vier jaar neemt Janette Bessembinder afscheid als lector Klimaatgeletterdheid. In die jaren heeft ze de kennis van haar werk bij het KNMI weten te verbinden met het praktijkgerichte onderzoek aan de HvA. Nu ze vertrekt, heeft ze haar belangrijkste bevindingen gebundeld in het handboek 'Aan de slag met Klimaatgeletterdheid'. Welke lessen geeft ze mee?
Janette Bessembinder studeerde in Wageningen Tropische Plantenteelt en woonde en werkte daarna in verschillende ontwikkelingslanden, waaronder Costa Rica en Kameroen. Sinds 2005 zorgt ze er als klimaatadviseur bij het KNMI voor dat professionals die klimaatdata nodig hebben – bijvoorbeeld voor het aanleggen van een riolering of voor het verhogen van dijken – toegang hebben tot betrouwbare informatie van klimaatwetenschappers. Als het over klimaat en klimaatverandering gaat, hebben veel mensen namelijk nogal eens moeite met het vinden van de juiste klimaatdata en interpretatie.
‘Toen mijn oudste dochter studeerde, niet aan de HvA overigens, moest ze een keer uitzoeken hoe er in haar omgeving met het klimaat werd omgegaan,’ vertelt Bessembinder. ‘Een leuke opdracht, maar ik zag dat ze in haar opleiding niet de meest recente informatie gebruikten. Ik heb haar toen van alles uitgelegd over de nieuwste klimaatscenario’s en verwezen naar de Climate Explorer, waarmee ze zelf berekeningen kon uitvoeren. Die informatie gaf zij weer door aan haar docenten.’
Veel en tegenstrijdige klimaatinformatie
Toen het KNMI en de HvA samen een zogenaamd L.INT-lectoraat wilden oprichten om hun kennis te bundelen, moest ze aan dit voorval denken. Kon dit lectoraat er niet aan bijdragen om mensen geletterder te maken op het gebied van klimaatdata? Haar idee vond bijval en in mei 2022 werd Bessembinder voor vier jaar benoemd als bijzonder lector Klimaatgeletterdheid.
‘Klimaatgeletterdheid betekent niet dat iedereen alles moet weten van het klimaat en klimaatverandering,’ zegt Bessembinder. ‘Welke kennis iemand nodig heeft, verschilt per rol en werkveld. Een wegontwerper moet bijvoorbeeld neerslagstatistieken goed kunnen duiden om de infrastructuur toekomstbestendig te ontwerpen, terwijl een beleidsmaker meer heeft aan algemenere kennis over klimaat, klimaatscenario’s, mitigatie en adaptatie. Er zijn drie dingen waaraan je kunt werken om mensen klimaatgeletterder te maken.
- Je kunt helpen om de basiskennis te vergroten, zodat mensen beter weten hoe ze klimaatinformatie moeten interpreteren.
- Je kunt ook meer overzicht bieden, zoals ik bij mijn dochter deed, zodat ze makkelijker betrouwbare, up-to-date informatie kunnen vinden binnen de vele en soms tegenstrijdige berichtgeving.
- Als laatste kun je informatie op maat maken voor verschillende groepen, bijvoorbeeld voor beleidsmakers en wegontwerpers.’

1001 hete nachten en Kijk in de Zeespiegel
Voor de HvA werkte Bessembinder mee aan verschillende onderzoeken, waaronder Kijk in de zeespiegel en 1001 hete nachten. Daarnaast maakte ze tien online modules over klimaatverandering (opent in nieuw venster), die voor iedereen vrij te raadplegen zijn. Nu ze vertrekt en het lectoraat wordt beëindigd, blijft ze vanuit het KNMI contact houden met de HvA. ‘Vanuit het KNMI geven we graag gastcolleges,’ vertelt ze. ‘Wanneer er in onderzoeksprojecten klimaatdata worden gebruikt, kan de expertise van het KNMI wellicht interessant zijn. Omgekeerd wil het KNMI graag presentaties van HvA-onderzoekers, zoals Reint Jan Renes eerder heeft gedaan over gedragsverandering. Ook kijken we graag of we in projecten samen kunnen werken, bijvoorbeeld aan case studies.’
Klimaatgeletterdheid betekent niet dat iedereen alles moet weten van het klimaat en klimaatverandering. Welke kennis iemand nodig heeft, verschilt per rol en werkveld.

Janette Bessembinder
Bijzonder lector Klimaatgeletterdheid
Handboek: Aan de slag met Klimaatgeletterdheid
Nu ze vertrekt, laat ze een handboek na met hierin verschillende met resultaten, observaties en lessen. Een voorproefje.
Les 1: Check klimaatinformatie
Als Bessembinder iets leerde als lector Klimaatgeletterdheid dan is het wel hoe belangrijk het is om na te gaan welke kennis mensen hebben van het klimaat. ‘Je moet er niet bij voorbaat vanuit gaan dat mensen alles wel weten,’ zegt ze. ‘Ik probeer mee te geven dat het belangrijk is om informatie te checken. Er bestaan veel misverstanden. Zo denken veel mensen dat het aantal winterstormen in Nederland toeneemt als gevolg van klimaatverandering, maar dat is niet zo.’
Les 2: Duurzaamheid gaat over meer dan het milieu en klimaat
Daarnaast ziet Bessembinder dat de termen ‘duurzaamheid’ en ‘klimaat’ vaak door elkaar worden gebruikt. ‘In Nederland hebben we de luxe om met name aan milieuaspecten te denken als het gaat om duurzaamheid, maar zeker in ontwikkelingslanden zijn sociaaleconomische zaken ook belangrijk voor de toekomst. Alleen al het feit dat wij goedkoop kleding kunnen kopen, komt doordat andere mensen weinig betaald krijgen. Bij de Sustainable Development Goals hoort uiteraard een doel dat met klimaatverandering te maken heeft, maar die sociaaleconomischer aspecten horen er ook bij.’

Les 3: Gebruik analogieën
‘In het algemeen is communicatie belangrijk wanneer je het over het klimaat hebt,’ zegt Bessembinder. ‘Je kunt de data wel hebben, maar als je die niet kunt overbrengen, heb je er nog niet zo veel aan. Tegenwoordig gebruik ik steeds vaker analogieën om lastige zaken begrijpelijk te maken. Veel mensen vinden het bijvoorbeeld moeilijk om te begrijpen wat er in de toekomst gaat gebeuren met het klimaat. Vaak hoor ik: “Ik wacht het wel af.” We hebben een klein onderzoekje gedaan met studenten van Creative Research. Na meerdere gesprekken met jongeren kwamen zij met de analogie van een mobiele telefoon, waarvan de batterij bijna leeg is. De meeste jongeren zeiden dat ze in zo’n geval hun telefoon meteen op de besparingsstand zouden zetten, zodat die zo lang mogelijk mee zou gaan. Toen ze daarna uitgelegd kregen dat de zeespiegel in de toekomst kan stijgen of dat er meer hittegolven kunnen komen, maar dat we niet exact weten hoeveel, zeiden leerlingen uit zichzelf, naar analogie van de telefoon: “Dan moet je actie ondernemen en niet nog langer wachten op meer informatie.”
Les 4: Maak klimaatverandering concreet en invoelbaar
Van Tamara Witschge en Elise Talgorn leerde Bessembinder tijdens haar lectoraatsperiode meer over storytellingstechnieken. ‘Met behulp van storytelling kun je laten zien hoe klimaatverandering ons al beïnvloedt, maar ook hoe we met de gevolgen kunnen omgaan,’ zegt ze. ‘Wanneer iemand vertelt hoe extreme regenval schade aan zijn bedrijf veroorzaakte of wanneer een gezin vertelt over de verduurzaming van hun huis, dan wordt klimaatverandering concreet. Het gaat niet langer over smeltende ijskappen ver weg. Het gaat dan ook niet meer alleen om logos (feitelijke uitleg over het klimaat) en ethos (wat je anders zou moeten doen), maar ook om pathos, gevoel.’
Les 5: Zoek aansluiting bij je gesprekspartner
De laatste les die Bessembinder wil meegeven is dat je de juiste invalshoek moet vinden om over het klimaat te praten, afhankelijk van wie je voor je hebt. Soms hoef je daarbij het woord ‘klimaat’ niet eens te gebruiken. Ze vertelt: ‘In 2009 was ik op de COP van Kopenhagen, een grote conferentie over klimaatverandering. Daar raakte ik in gesprek met een aantal jonge VVD’ers. Ze vroegen me of het wel klopte dat het klimaat veranderde en of het daarvoor echt nodig was dat we op alternatieve energiebronnen overgingen. Ik begon met de wetenschappelijke onderbouwing voor klimaatverandering, maar zag dat dit niet echt aansloeg. Toen ik zei: “De vraag is ook of je afhankelijk wilt blijven van landen in een instabiele regio voor je olie of gas," waren ze ineens wel geïnteresseerd en hebben we een leuk gesprek gehad over alternatieve energiebronnen.'
Over het lectoraat Klimaatgeletterdheid
Het lectoraat is gefinancierd via de regeling Lectorposities bij instituten (L.INT) van Regieorgaan SIA. In deze opzet werkt een lector zowel bij een hogeschool als een onderzoeksinstituut. Het lectoraat verbond meerdere disciplines van het onderzoek en de praktijk. Er is samengewerkt met andere HvA-lectoraten, zoals Klimaatbestendige Stad, Psychologie voor een Duurzame Stad, Visual Methodologies, en verschillende bedrijven, maatschappelijke organisatie en overheden.