Lessen volgen om een goede leerkracht te worden
Nieuws
Mila van Beek (22) is vierdejaars student Pabo HvA en heeft een duidelijke mening over aanwezig zijn in de lessen. “Kom gewoon naar alle lessen! Je wilt later toch ook dat jouw leerlingen in de klas zijn.” Na de zomer krijgt ze haar diploma, en hopelijk een baan als ‘juf’. Hoe kijkt ze terug op de opleiding en wat staat haar te wachten op de arbeidsmarkt?
Ze moet nog een paar dingen afronden maar dan is ze echt klaar met haar opleiding. “Tot de zomer loop ik nog LIO-stage in West Knollendam, een heel klein dorpje. Helaas kan ik er niet blijven. Het is zo’n klein schooltje dat ze geen ruimte hebben voor een nieuwe leerkracht. Dus ik ben nog volop aan het solliciteren.” En dat blijkt in Alkmaar en omgeving minder makkelijk dan gedacht: er zijn relatief weinig vacatures deels omdat er in deze stad veel bijzonder of speciaal onderwijs is. Ook het vinden van deze plek was nog spannend vertelt Mila. “Meerdere scholen wilden me graag hebben, maar dat liep toch anders. Op het laatst moest ik echt nog snel een plek vinden. Dat was echt op de valreep.”
Studiekeuze tijdens corona
Ze had zich goed georiënteerd en is naar allerlei open dagen geweest. “Ik heb vwo gedaan en hoorde dat er ook een universitaire Pabo was. Dat klonk interessant, maar toen kwam corona. Ik kon niet meelopen of proefstuderen, dus het werd een beetje een gok.” De Universitaire Pabo van de Universiteit van Amsterdam (UPvA) – een samenwerking met de Pabo HvA - bleek veel theoretischer dan verwacht. “Het is meer een startpunt richting bijvoorbeeld orthopedagogiek of logopedie. Maar ik wil gewoon juf worden. Daar heb ik geen universitaire vakken voor nodig. Helaas redde ik mijn propedeuse niet op de UvA maar omdat het vooral universitaire vakken waren, moest ik op de HvA toch opnieuw beginnen.” Dat vond Mila niet erg want nu zou ze gelijk met nieuwe klasgenoten beginnen waar je toch ook de hele opleiding mee doorloopt. “Dus wel fijn om die meteen te leren kennen; het voelde ook wel logisch.”
Hoe verschilt de HvA van de UPvA, de universitaire Pabo?
“Het voelde op de HvA veel meer als ‘met je groep’ studeren. Met je eigen klas, je medestudenten die ook echt leert kennen. Op de UPvA had ik dat veel minder. De HvA voelde bijna als de middelbare school, maar dan een niveau hoger. Ik vond dat fijner. En vanaf het eerste jaar loop je stage. Dat was ik gelukkig al gewend van de UPvA, maar ik vind het ook echt een enorme meerwaarde. Veel vriendinnen die géén Pabo doen, doen pas in het laatste jaar van hun opleiding afstudeerstage. Die schrikken: ineens zien ze hoe het er écht aan toegaat in de praktijk en dat het heel anders is dan hun beeld van de studie. Bij een lerarenopleiding weet je vanaf het begin: dit is het werk dat je later gaat doen. Dat vind ik top.”
Lesgeven in een grootstedelijke, diverse klas
Mila doet haar eerste stage op een school in Assendelft. Maar leerde ze daar wel de grootstedelijke context kennen? Lesgeven in een diverse klas vraagt bewustzijn en voorbereiding. “Op de Pabo krijg je daarom vakken als levensbeschouwing en burgerschap. In levensbeschouwing leer je hoe je het gesprek voert over verschillende meningen en culturen, en over de feestdagen en rituelen van allerlei religies. Bij burgerschap gaat het meer over democratie in de klas: hoe je samen besluiten neemt en leert respectvol met elkaar om te gaan.”
Tijdens de cultuurweek bezoeken de studenten bijvoorbeeld een synagoge, een kerk en een boeddhistische tempel. Alles is heel duidelijk gekoppeld aan de samenleving in Amsterdam: hoe ziet die eruit, en hoe neem je dat mee je klas in? “Je weet misschien niet alles van alle culturen en opvoedstijlen. Maar je leert genoeg om bewust en respectvol te handelen. Ik wist zelf bijvoorbeeld weinig van de islam, tot ik stage liep in Nieuw-West, tijdens de Ramadan en het Offerfeest. Door wat ik op de Pabo had geleerd, kon ik daarover meepraten en daar rekening mee houden. Je ziet dan dat leerlingen oplichten: ‘Oh, juf snapt het.’ Dat vind ik misschien wel het mooiste aan werken in een grootstedelijke, diverse klas.”
Docenten hebben zelf voor de klas gestaan
“Ik vind de docenten hier heel gezellig. Ze voelen niet als ‘docent’, maar meer als een kritische vriend die het beste met je voor heeft. Je kunt bij hen terecht met problemen – ook die niet direct over hun eigen vak gaan. Bijna allemaal hebben ze zelf voor de klas gestaan. Ze vertellen niet alleen wat je zou moeten doen, ze weten hoe het in het echt gaat. Daardoor kun je met je stage-ervaringen bij hen terecht en hebben ze bijna altijd een bruikbaar antwoord.”

Wat zijn je favoriete vakken en docenten?
“De PPO-lessen (Persoonlijke Professionele Ontwikkeling) vond ik heel waardevol. Dat is eigenlijk een soort mentoruur met je kerndocent. Je reflecteert op wat je hebt meegemaakt, bespreekt casussen met medestudenten: ‘Wat zou jij gedaan hebben?’ Dat helpt enorm om te groeien in je rol als leerkracht.”
Mila is erg enthousiast over de opleiding; veel vakken zijn favoriet. “Pedagogiek vond ik ook heel erg interessant: hoe kijk je rond in de klas? Hoe differentieer je? Hoe ga je om met bepaald gedrag? Dat ging echt over het praktische plaatje van: hoe dóe je het? En Christien, de docent, weet ontzettend veel! Je legt een casus voor en zij werkt hem helemaal met je uit, met tips en tricks. Heel fijn! In het tweede jaar had ik Floortje als kerndocent. Zij is gymdocent. Zij geeft zó enthousiast les dat je vanzelf zin krijgt om te komen. Dat heb ik onthouden: als ik zelf later enthousiasme laat zien, wordt het meteen gezelliger en loopt alles vlotter.”
Meer dan student: ambassadeur en verbinder
Maar Mila heeft niet alleen maar gestudeerd. Ze was ook nog klassenvertegenwoordiger, buddy voor middelbare scholieren die kwamen meelopen en studentvoorlichter. “En tot eind van dit jaar was ik voorzitter van de opleidingscommissie (OC). Dat vond ik erg leuk om te doen. Je bent dan de stem van de studenten. Je gaat met de opleidingsmanager en docenten in gesprek over toetsen, examens; hoe dingen beter kunnen. Je doet aanbevelingen, denkt samen na over lessen en onderwijs. Samen zoeken naar verbeteringen, vanuit zowel student- als docentperspectief.”
Wat ga je na de Pabo doen?
“Ik ga nu nog een extra opleiding doen: de post-hbo Gedragsspecialist bij de iPabo in Amsterdam. Daarna kun je nog door voor gedragsspecialist. In mijn stages zie ik steeds meer complex gedrag in de klas. Met passend onderwijs komen leerlingen met een “rugzakje” ook bij jou. Hoe ga je daarmee om, terwijl je ook nog twintig andere leerlingen hebt? Ik wil daar meer handvatten voor. Daarom lijkt deze specialisatie me heel waardevol.”
Hoe kijk je naar inclusief en passend onderwijs?
“Inclusief onderwijs – dat kinderen zoveel mogelijk samen in één klas zitten – steun ik in principe. Maar bij passend onderwijs heb ik meer twijfels. Sommige leerlingen hebben zulke specifieke behoeften dat ze in een gewone klas niet echt tot leren komen. Dan vind ik het eigenlijk niet eerlijk, in positieve zin, om ze in een setting te plaatsen waar je niet kan bieden wat ze nodig hebben. Als je een leerling hebt waar veel extra aandacht naartoe moet is er geen tijd meer voor bijvoorbeeld een goede rekenles voor de twintig anderen leerlingen. Als passend en inclusief onderwijs de norm is, moet er bijna standaard een onderwijsondersteuner in de klas zijn. Iemand met wie je het kunt verdelen. Als die er niet is, sta je er alleen voor.”
Je moet zorgen dat lessen echt de moeite waard zijn: samenwerkingsopdrachten, casussen, rollenspellen. Als je actief bezig moet zijn, kom je wel.

Mila van Beek
Pabo HvA
Een goede leerkracht heeft lessen gevolgd
Al een paar maanden wordt er gesproken over een ‘studeercrisis’: studenten komen nauwelijks naar de colleges. Mila heeft daar een duidelijke mening over. “Kom gewoon naar alle lessen! Sociaal sta je dan meteen veel sterker. Je bouwt een vaste groep om je heen op. En bovendien: je wordt leerkracht?! Je wilt later toch ook dat jouw leerlingen in de klas zijn. In de opleidingscommissie hebben we vaak over aanwezigheidsplicht gesproken. Ik ben voor zo’n aanwezigheidsplicht: je komt hier om te leren hoe je een goede leerkracht wordt, en daar horen lessen bij.”
Waarom denk je dat studenten minder naar de les komen?
“Ik denk dat jongeren andere dingen willen doen. Een terrasje pakken, leuke dingen doen – leren staat minder centraal dan vroeger. Vroeger ging je na schooltijd gewoon aan je huiswerk. Nu is het vaak: telefoon, sociale media, baantjes. Daarnaast voelen studenten soms dat ze het ook wel redden zonder de lessen. Presentaties kwamen vroeger standaard op Brightspace, dus dan kon je thuis alles even doornemen. Dan mis je de druk om naar de lessen te komen, terwijl juist het sociale en het oefenen met casussen zo belangrijk is. De hogeschool heeft daar óók een taak. Je moet zorgen dat lessen echt de moeite waard zijn: meer samenwerkingsopdrachten, casussen, rollenspellen, situaties uit de praktijk oefenen. Als je actief bezig moet zijn, kom je wel.”
Voorlezen in de Kinderboekenweek
Hoewel Mila zelf niet veel leest – eigenlijk alleen in de vakantie – leest ze wel graag voor. “Ik merk dat er minder wordt voorgelezen, zeker thuis. Kinderen krijgen dan de iPad en daarna is het bedtijd. Terwijl voorlezen voor het slapen zoveel voordelen geeft. Sommige kinderen kennen de Gruffalo of Jip en Janneke helemaal niet.”, zegt ze verontwaardigd.
“Op school is officieel de regel: tijdens het tienuurtje wordt voorgelezen. Toch zie ik soms klassen naar het Jeugdjournaal kijken. Dat kan prima, maar dan liever op een ander moment – en dan met een gesprek erbij. In mijn klas moeten leerlingen ’s ochtends lezen als ze binnenkomen, voor de rust. Dan lees ik zelf mee want als ik achter de computer ga zitten, vinden leerlingen het oneerlijk: ‘Hoezo mag jij wel op de computer?’ Als ik zelf ook een boek pak, voelen ze: het is nu leestijd. Je bent samen aan het lezen. Dat maakt het moment sterker én laat zien dat lezen er echt toe doet.”
Het is nog even spannend voor Mila maar ze heeft er alle vertrouwen in dat ze straks haar eigen klas heeft. Ze heeft een duidelijke visie op onderwijs, gedrag en lezen. Eerst nog even afronden tot de zomer en daarna is ze klaar om als juf het onderwijs in te gaan.
Pabo HvA bestaat 150 jaar!
Met het thema 'Ieder kind verdient een goede leerkracht' viert Pabo HvA dit jubileum met verschillende activiteiten in oktober. Omdat (voor)lezen en leren lezen zo belangrijk is in de schoolloopbaan van een kind organiseren we een voorleesmoment tijdens de Kinderboekenweek op dinsdag 6 oktober. Een feestelijke reünie voor oud-studenten en oud-collega's staat gepland op 22 oktober.