Hoofd boven water: de volgende stap in klimaatadaptatie is mentaal
Nieuws
Nu de gevolgen van klimaatverandering merkbaar worden in Amsterdam, is klimaatadaptatie urgenter dan ooit. Daarbij verschuift de aandacht van vooral fysieke maatregelen naar ook mentale voorbereiding: omgaan met klimaatemoties, gedragsverandering en oog voor kwetsbare inwoners. Vier onderzoekers en lectoren van de HvA vertellen hoe hun onderzoek bijdraagt aan een klimaatbestendige stad en weerbare inwoners.
‘Veel Nederlanders wonen te heet’
Hoe gaat het met de klimaatbestendigheid van Amsterdam? ‘Voor Amsterdam en de Nederlandse steden geldt eigenlijk hetzelfde,’ zegt Jeroen Kluck, lector Klimaatbestendige Stad. ‘Enerzijds gaat het goed. De gemeenten en betrokken organisaties zijn de afgelopen jaren volop met klimaatadaptatie aan de slag gegaan. Maar de veranderingen in het klimaat gaan sneller dan de aanpassingen aan de stad. Dus we gaan daar toch meer last van krijgen dan we hadden gewild.’
Veel is nog onbekend. ‘We moeten op zijn minst met twee graden opwarming rekening houden. En misschien wel met 2,7 graden of meer aan het eind van deze eeuw. Die impact kunnen we niet in zijn geheel wegpoetsen. We kunnen wél zorgen dat de rampen minder erg worden.’
Kluck: ‘De hitte gaat sterk toenemen en veel huizen zullen daardoor vaker te heet zijn. We hebben het nu al over bijna 900 hittedoden per jaar voor 2035 en zelfs over 2300-3700 doden voor 2050. Maar uit de laatste cijfers van het RIVM blijkt dat het aantal voorspelde doden niet zo hard meer toeneemt. De campagnes rondom hittegolven blijken effectief: let op elkaar, drink voldoende water, blijf zoveel mogelijk binnen of in de schaduw.’
Nog geen hitteregels voor wonen
Maar het aantal doden door hitte staat niet op nul. ‘Dat kan ook bijna niet, omdat veel Nederlanders te heet wonen. We hebben nog geen hitteregels voor wonen: wat vinden we te heet? Hoeveel mensen mogen daar last van hebben? Hoeveel doden vinden we te veel? We zijn daar nog niet uit en ondertussen worden er volop nieuwe huizen gebouwd. De huurregels voor hitte verwachten we ook pas over vijf of tien jaar.’
Sterker nog, we bouwen en renoveren voor de energietransitie, en dat maakt de problemen in huis nog erger. ’Als je isoleert, zorg je dat warmte die eenmaal binnen is, er niet meer uit gaat. Dus je moet die isolatie wel combineren met héle goede ventilatie die de warmte 's nachts uit het huis blaast.’
De veranderingen in het klimaat gaan mogelijk sneller dan de aanpassingen aan de stad.

Jeroen Kluck
lector Klimaatbestendige Stad
Koelte in de buitenruimte
En dit is alleen nog maar de woning. Daarnaast is er de buitenruimte. ‘Op een hete dag wil je dat mensen naar buiten kunnen en ze daar niet alleen maar in de brandende zon lopen. Je wil dat er groen is en schaduw.
De bomen die nu geplaatst worden, zijn nog klein. ‘Maar straks zorgen zij ervoor dat de omgevingstemperatuur lager wordt, dat het aan het eind van de dag eerder koel is en dat je het raam eerder open kunt zetten.’

Bomen hebben het zwaar
Bomen zijn belangrijk voor koelte, biodiversiteit en een aangenaam stadsbeeld, maar ze hebben het zwaar. ‘Ze krijgen in onze steden vooral ondergronds vaak te weinig plek en moeten concurreren met al het andere wat we onder de grond stoppen, zoals pijpen en kabels. Daardoor komen ze sneller in de problemen als het lang droog is.’
En hoe zit het met de mensen die het zwaar hebben? ‘We zijn net begonnen met een onderzoek dat heet Engaged. In het verleden dacht de overheid: we zetten een subsidie voor klimaatmaatregelen beschikbaar zodat mensen zichzelf kunnen helpen en dan komt het goed. Dat blijkt niet zo te werken. We moeten extra investeren in de kwetsbare mensen.’
Armere wijken zijn minder groen
Ga maar na, juist de armere wijken zijn vaak minder groen. De huizen in die wijken blijven daardoor langer heet. ‘De bewoners hebben minder vaak een eigen tuin. Mogelijk is de wijk minder veilig, waardoor je minder snel een raampje openzet. Zonwering aan de buitenkant mag niet altijd van de woningcorporatie en de bewoners hebben in veel gevallen ook helemaal geen geld hiervoor of voor andere aanpassingen. Zo zijn er allerlei redenen waardoor je als je armer bent, je eerder in de problemen komt door klimaatverandering.’ Daarom is klimaatrechtvaardigheid een belangrijk opkomend vakgebied.
'Zelfs de kunsten hebben moeite de klimaatcrisis te verbeelden’
‘Klimaatverandering raakt Amsterdam nu al concreet, maar voor veel mensen is het nog steeds iets van smeltende ijskappen en zinkende eilanden,’ stelt Sabine Niederer, lector Visual Methodologies. ‘Voor anderen is het iets heel beangstigends, waardoor ze de ogen óók liever sluiten.’ Samen met de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK) en de Gerrit Rietveld Academie zette ze Climate Imaginaries op. Dit is een programma dat creatieve en artistieke verbeelding inzet om mensen op zachtere wijze te betrekken bij het onderwerp klimaatverandering.
Schrijver Amitav Ghosh, bekend van het boek De Vloek van de Nootmuskaat, stelt dat de klimaatcrisis óók een crisis is van de verbeelding, vertelt ze. Het is zo groot dat we het ons bijna niet kunnen voorstellen. ‘Zelfs de kunsten hebben moeite het te verbeelden. Hij zegt: het kan toch niet zo zijn dat als ze in de toekomst terugkijken naar de kunsten van nu, dat niets over klimaatverandering gaat? Als schrijver doet hij een oproep aan andere makers: verhoud je hiertoe!’
Klimaatverandering invoelbaar maken
Niederer voelde zich aangesproken: 'Als opleiders van jonge kunstenaars en makers hebben wij hier een verantwoordelijkheid in. Hoe kunnen wij hen helpen met het ontwikkelen van verbeeldende vormen die klimaatverandering invoelbaar maken zonder mensen heel bang of somber te maken? Hoe kunnen wij mensen helpen na te denken wat ‘leven ten tijde van klimaatverandering’ voor hun leven kan betekenen?’
Het is mogelijk om dat leven dichterbij te halen door te reflecteren op vragen als: hoe wil ik nu en straks leven en wonen, wat wil ik betekenen voor anderen? ‘Dat klinkt confronterend, maar wij hebben gemerkt dat deze reflectie gemoedsrust brengt.’
Reflecteren op klimaatverandering klinkt confronterend, maar brengt gemoedsrust.

Sabine Niederer
lector Visual Methodologies
Een zintuiglijke tijdreis
Binnen Climate Imaginaries verdiept de groep aan de AHK zich in niet-westerse perspectieven. Ze kijken onder andere met jongeren in Suriname en de Antillen, maar ook in Noord- en Zuidoost Amsterdam met behulp van fotografie, spoken word en theater wat de gevolgen zijn van klimaatverandering. Deze zijn voor niet-westerse landen vaak groter dan voor westerse. Dit gaat dus ook over klimaatrechtvaardigheid. De Rietveld Academie doet materialenonderzoek: hoe kleden we ons straks, hoe bouwen we, hoe verandert het landschap met een veranderend klimaat?
‘Vanuit de HvA wilden we ons verdiepen in onze verwevenheid met de natuur. We kijken als samenleving steeds naar wat klimaatverandering betekent voor de mensen, maar wat betekent het voor andere soorten — dieren, planten, andere natuur?’ Werkvormen hiervoor kunnen zo eenvoudig zijn als een wandeling langs het IJ, met reflectievragen: kijk om je heen, hoe zou het klinken onder water, bezien vanuit een vis? ‘Maar we hebben ook met de Rietveld en collectief Loom een project gedaan waarbij we naar verschillende locaties gingen en nadachten hoe het daar vroeger had geklonken. Een soort zintuiglijke tijdreis!’
Pas op voor uitstekende kerktorens
Niederer en haar collega’s ontwikkelden ook de online cursus Reimagining Nature voor docenten, waarbij kunstenaars en makers elke les een andere methode bieden om verbeelding tot stand te brengen.

‘Als belangrijkste opdracht binnen Kijk in de zeespiegel vroegen we scholieren: kies een plek die jou na aan het hart ligt - je thuis, je school - en kijk aan de hand van grafieken hoe hoog de zeespiegel daar is in de toekomst.’ De leerlingen maakten een verbeelding van wat dat betekent voor die plek. Daarnaast ontwierpen de kinderen een verkeersbord uit de toekomst. ‘Daar kwam er, bijvoorbeeld, eentje uit: Pas op voor uitstekende kerktorens. Duister, maar grappig.’
De beroemde figuren uit de IPCC-rapporten
Niederer en collega’s gaan nu een project doen met het klimaatpanel van de Verenigde Naties, de IPCC en de UvA over de figuren (zoals grafieken) in de klimaatrapporten van IPCC. ‘Die figuren liggen vaak onder een vergrootglas van de media en worden vaak stevig bekritiseerd. Wij onderzoeken hoe ze tot stand komen, binnen een gereguleerd systeem van ontwerpers en internationale peer review-processen, en of ze meer handelingsperspectief kunnen bieden. Zo werken we binnen Climate Imaginaries van vrij en artistiek tot klimaatcommunicatief.’
Mens & natuur samen
De afbeeldingen bij dit artikel komen van The Symbiotic City, een workshop georganiseerd door de VU en ARTIS-Groote Museum, in samenwerking met het Visual Methodologies Collective, in 2024. Experts -van stadsecologen en microbiologen tot architecten en beleidsmakers- bedachten daar nieuwe visies op een Amsterdam waar mens en natuur samen floreren, aan de hand van iconische plekken in de stad. Deze visies werden door het Visual Methodologies Collective geïllustreerd met behulp van Midjourney. 'De visualisaties met AI gaven natuurlijk allerlei onmogelijke afbeeldingen, met planten die nooit naast elkaar zouden groeien of exotische soorten die we niet snel in een gracht zouden tegenkomen,' vertelt Sabine Niederer. De illustraties waren dan ook niet bedoeld als realistische conclusie van de expertgroep, maar als uitnodiging om het gesprek te vervolgen, samen plannen te maken en prioriteiten te stellen.
Beelden: Andy Dockett, Carlo De Gaetano en Sabine Niederer (Visual Methodologies Collective), gemaakt met Midjourney.
‘Het idee is: als je de boel laat verwilderen, ben je een minder goede buur’
In een klimaatbestendige stad speelt ook de verborgen stadsnatuur een belangrijke rol. Maar wat is ‘verborgen stadsnatuur’ eigenlijk? Je denkt misschien aan parken en perken. Maar de verborgen natuur waar senior-gedragsonderzoeker Loes Kreemers het over heeft, is écht verborgen. Het groeit op plekken die we geen blik waardig gunnen. Sterker nog, we binden er regelmatig de strijd mee aan. Een gemiste kans.
‘Neem de korstmossen op de boomschors. Kans is groot dat je er elke dag aan voorbij loopt. Maar wie er met aandacht naar kijkt, ontdekt een hele wereld,’ vertelt Kreemers. Ze is onderzoeker bij het lectoraat Psychologie voor een Duurzame Stad en heeft net een gedragsonderzoek rondom verborgen stadsnatuur afgerond. ‘Je hebt ze in verschillende kleuren, allerlei kleine organismen leven erin. Het zijn hele dorpen en steden op de zijkant van bomen.’
Maar als je op mos googelt, krijg je allemaal advertenties hoe je mos verwijdert. ‘Schoonmaakmiddelen, hogedrukreinigers. De eerste associatie met mos in de stad is vies. En gevaarlijk, want je kan erop uitglijden. Dus mos moet weg.’
De natuur de vrije loop laten in onze tuinen, druist volledig in tegen onze Nederlandse netheid.

Loes Kreemers
senior-gedragsonderzoeker Psychologie voor een Duurzame Stad
Jouw oase in een woestijn van steen
Hetzelfde geldt voor schimmels; die hebben al helemaal een slechte naam. Terwijl ze cruciaal zijn voor signalen tussen bomen en het recyclen van organisch materiaal. En het geldt ook voor wantsen, zweefvliegen, wilde bijen, paddenstoelen en alles dat we onkruid noemen. ‘Het groen dat tussen de tegeltjes groeit is echt het meest ondergewaardeerd.’
Terwijl al dit groen bij elkaar een belangrijk netwerk vormt. ‘Wij zien losse tuintjes, balkonnetjes, een hoekje onkruid en een perkje hier en daar. Maar bij elkaar opgeteld, krijg je een gebied dat tien keer groter is dan de Hoge Veluwe. Dát betekent iets voor biodiversiteit.’
De meeste zweefvliegjes kunnen helemaal niet zo goed vliegen, vertelt Kreemers. ‘Het hopt van groenplekje naar groenplekje; voor de nectar. Het kleinste perkje of het mos tussen je tegels kan precies de verbinding zijn die maakt dat hij de volgende groenplek haalt. Jouw oase in een woestijn van steen kan bijdragen aan zijn overleven.’ De stad heeft dus een onderschatte waarde voor biodiversiteit.
Onze netheid als ecologisch probleem
Maar een hoopje bladeren laten liggen, onkruid niet weghalen en de hogedrukreiniger in de schuur laten staan?! Dat druist volledig in tegen onze Nederlandse netheid! ’Als je de boel een beetje laat verwilderen associëren mensen dit met onverzorgdheid. Groen alla, maar groen buiten de perken? Dat is een blijk van verwaarlozing.’

Dit blijkt uit het Gedragsonderzoek Ruimte voor Verborgen Stadsnatuur dat Kreemers en haar collega’s op het punt staan te publiceren. Hiervoor hebben 1134 mensen een vragenlijst beantwoord over thema’s als: Hoe kijken ze aan tegen biodiversiteit en verborgen stadsnatuur? In welke mate doen zij hier al dingen in en zijn ze geneigd meer te doen?
Uit het onderzoek bleek dat 74% van de ondervraagden verwildering er onverzorgd uit vindt zien. ‘Hiervan zei 40 procent volmondig ja op de vraag of ze dachten dat hun buren er last van zouden hebben als zij hun tuin of stoepje lieten verwilderen.’ De netheidsnorm is ook een sociale norm.
Verwildering re-framen als zorg
Hoe moeten we omgaan met een netheidsnorm die zo diepgeworteld is? Daar zijn verschillende strategieën voor denkbaar, zegt Kreemers. ‘De eerste is de norm zelf kantelen: verwildering re-framen als een vorm van zorg in plaats van verwaarlozing. De tweede strategie is pragmatischer: accepteer de norm en zorg voor grotere groenvlakken.’
Dat doet Amsterdam al. Daarmee beweegt de gemeente mee met de Nederlandse netheid in plaats van er tegenin te gaan. ‘Dat werkt. Mits de planten biologisch zijn. En daaraan heeft de gemeente Amsterdam zich gelukkig gecommitteerd.’
Persoonlijk urgentie voelen is doorslaggevend
Het is niet zo dat Nederlanders zich niet met de natuur verbonden voelen, benadrukt Kreemers. Ze maken zich ook zorgen over biodiversiteit. Maar het voelt voor velen nog niet persoonlijk relevant. ‘Ik denk dat dat ook komt doordat veel mensen zich nog niet beseffen hóe ernstig het is gesteld met de biodiversiteit.’
Al in het jaar 2000 was er nog maar 15 procent van de oorspronkelijke biodiversiteit in Nederland over. ‘Toch denkt 66 procent van de ondervraagden dat het matig tot goed gaat. Dat is jammer, want persoonlijke urgentie voelen is de doorslaggevende factor of je wel of niet tot duurzame handelingen overgaat.’
‘Leerlingen denken wel aan klimaatverandering, maar oorlogsdreiging staat voorop’
Waar maken jongeren zich zorgen over? Wat gaat er in hun hoofd om? ‘Uit vragenlijsten weten we dat leerlingen zich zorgen maken over de toekomst en over het klimaat. Maar wat hun zorgen precies zijn, hoor je alleen maar als je één op één met ze praat. Met zesentwintig leerlingen in de klas is dat niet te doen voor een docent,’ vertelt docent-onderzoeker Tessa de Leur. Binnen de programmalijn Verborgen Kennisbronnen ontwikkelde ze daarom ToekomstTekeningen: een les om kinderen te laten tekenen over hun toekomst. ‘Verbeelding werkt goed om onzichtbare kennis en ervaringen zichtbaar te maken.’
De Leur deed eerder onderzoek naar verbeeldingsopdrachten in de geschiedenisles. ‘Creatief verbeelden’ is een goede manier om boven water te halen wat leerlingen al weten van bepaalde historische gebeurtenissen.’ In gesprek met collega-onderzoekers van andere vakken zag ze dat verbeelding ook kan helpen om te achterhalen hoe leerlingen denken over de toekomst.
Tekenen werkt hier goed voor, want dat kan alleen als je heel concreet wordt. De Leur: ‘Je kan niet om dingen heen kletsen. Zelfs al kan je niet tekenen, in je hoofd moet je toch precies hebben bedacht wát je wilt tekenen. Dat concrete denkproces maakt dat we heel dichtbij de gedachten van de leerling kunnen komen.’
Als je zo oud bent als je ouders nu zijn
Als opdracht voor het tekenen, geeft De Leur: Teken wat je ziet over 30 jaar, als jij ongeveer zo oud bent als je ouders nu. ‘Op die manier gaan de leerlingen niet volledig de science fiction in, en kunnen ze zich wel voorstellen: ik ben dan volwassen, ik heb een baan en een gezin.’

Nadat de leerlingen hun tekeningen hebben gemaakt, vormen ze duo’s en gaan met elkaar in gesprek. ‘Ze zijn altijd nieuwsgierig naar elkaars tekeningen. Daar hoeven we niks voor te doen. Daarna stellen we ze de vraag, en dat is wat ons betreft de kern, waar word je blij van in je tekening en waar maakt je verdrietig? Zo proberen we bij hun klimaatemoties te komen.’
Vervolgens koppelt de docent klassikaal een aantal patronen terug, zoals: 'Ik heb veel van jullie horen zeggen dat je je zorgen maakt of je later wel een huis kunt vinden.' Zo kan de docent thema's signaleren en ze klassikaal iets groter maken, zonder dat individuele kinderen op hoeven te vallen.
Minder klimaatverandering, meer oorlogsdreiging
Waar leerlingen zich zorgen over maken, is een momentopname, zegt De Leur. ‘Anderhalf jaar geleden zagen we veel tekeningen over woningnood, luchtvervuiling en hier en daar een overstroming. Dit schooljaar staat op veel tekeningen oorlog centraal. Als je het gesprek aangaat, merk je dat leerlingen ook wel nadenken over klimaatverandering, maar oorlogsdreiging staat nu voorop. Verder zie je altijd vliegende auto’s in hun tekeningen, net als zonnepanelen en robots. En grappigerwijs: Amalia als koningin. Want óók dat is toekomst.’
‘De leerlingen geven vaak aan dat ze normaalgesproken nauwelijks met elkaar praten over de toekomst en de problemen die daarbij horen. Maar nu ze elkaars tekeningen zien, komt het gesprek vanzelf. Ze vragen elkaar: wat is dit? Waarom denk jij dat? Hé, ik denk iets heel anders.’
Door de leerlingen te laten tekenen, proberen we bij hun klimaatemoties te komen.

Tessa de Leur
docent-onderzoeker Verborgen Kennisbronnen
De slimme mensen bedenken wel wat voor zichzelf
De Leur en haar collega’s hebben de les ToekomstTekeningen ontwikkeld voor 2 vmbo, omdat deze doelgroep in het onderwijskundig onderzoek wat onderbelicht is. ‘In Nederland gaan de meeste leerlingen naar het vmbo en zij kunnen net zo prima nadenken over de toekomst en hun rol daarin, maar ze krijgen veel minder de kans.’ De leerlingen ervaren dit zelf ook zo. ‘Een leerling zei tegen me: Die slimme mensen bedenken wel wat voor zichzelf. Dat vond ik hartverscheurend. Het was duidelijk dat ze zich niet betrokken voelde.’
Tijdens het tekenen en het gesprek kunnen er emoties loskomen. ‘Het zou bijna raar zijn als dat niet zo was,’ zegt De Leur. ‘Maar als je als docent merkt bij de nabespreking dat leerlingen het spannend vinden om erover te praten, kun je ook zeggen: "Ik word soms een beetje somber van al die verhalen over oorlog. Wat zouden jullie mij aanraden?” Dan laat je zien: je emoties mogen er zijn.’
Je verhouden tot de wereld
De Leur maakt momenteel met een groep docenten een bundel met zeven verbeeldingsopdrachten voor het voortgezet onderwijs. De lessen zijn geschikt voor bijna alle schoolvakken. Ze denkt dat deze lessen een waardevolle toevoeging zijn aan het bestaande curriculum. ‘Ik vind het een belangrijke rol voor het onderwijs: leerlingen helpen hun stem te vinden en zich te verhouden tot zichzelf en de wereld. Dat blijkt goed te lukken met verbeeldingsopdrachten.’
Wat al deze onderzoekers verbindt, is de overtuiging dat klimaatadaptatie meer vraagt dan technische oplossingen. Koelere straten en wateropvang zijn noodzakelijk, maar niet voldoende. Het gaat ook om verbeelding: kunnen voelen wat er op het spel staat. Om eerlijkheid: wie kwetsbaar is, mag niet de zwaarste lasten dragen. Om verbinding: met je buren, je leerlingen, de natuur om je heen. En om moed: het gesprek aangaan dat je steeds uitstelde. Amsterdam wordt niet klimaatbestendig door beleid alleen, maar door mensen die zich - elk op hun eigen manier - verhouden tot de wereld die komen gaat.