Logo Hogeschool van Amsterdam - Link naar startpaginaLogo Hogeschool van Amsterdam - Link naar startpagina

Basisschoolleerkracht met beroepstrots en boekenliefde

Nieuws
Thijs Roovers poseert aan zijn bureau in de klas

Thijs Roovers wist heel lang niet wat hij wilde. Op zijn 28e koos hij uiteindelijk vol overtuiging voor de Pabo HvA en tijdens zijn eerste stage voelde hij: hier hoor ik thuis. “De bevlogen mensen, de cultuur van blijven leren en mogen groeien, dat had ik nog nooit ergens anders ervaren.” Dat salaris moest wel omhoog dus kwam hij in actie. Met succes! Nu staat hij weer met de ‘voeten in de klei’ zoals hij dat zegt, als leerkracht van een middenbouwgroep. Wat vindt hij belangrijk voor basisschoolleerlingen en waar ligt hij nog wakker van?

CBS Tamarinde ligt in een gevarieerde wijk aan de rand van Zaandam. Lopend naar de school vanaf de bushalte zie je eerst veel flatgebouwen, gevolgd door een parkje en daarna tussen de rijtjeshuizen ligt de Tamarine. Het speelplein is niet heel groot maar wordt ook bijna volledig bezet door een prachtig houten speeltoestel met huisjes, buizen, zand en veel groen. De school gaat bijna uit dus het oogt rustig. Binnen wordt nog hard gewerkt en ik neem plaats op het podium tegenover de schoolbibliotheek en wacht tot de leerlingen Thijs z’n klas verlaten. Het duurt even voordat alle leerlingen de sloffen hebben verruild voor hun schoenen. “Ik kom eraan hoor.”, roept Thijs. Nadat hij de kinderen naar buiten heeft gebracht, zitten we 10 minuten later in zijn lokaal aan de thee. 

De hele dag vrolijk

Thijs is duidelijk in zijn element. “Voor de klas staan vind ik heerlijk. Je kunt gewoon jezelf zijn, je hoeft geen rol te spelen. Natuurlijk is het een vak dat je moet leren – daar zijn de Pabo, de stages en de inductiefase voor. Ik kan me oprecht geen leuker werk voorstellen dan werken op een school. Ik ben eigenlijk de hele dag vrolijk, vind het fantastisch om te zien dat kinderen iets leren. Het is nooit saai.”, legt hij uit.

We zien steeds meer jongeren hun studiekeuze uitstellen en twijfelen. Misschien kan deze enthousiaste leerkracht middelbare schoolleerlingen een advies geven? “Als je twijfelt over je studiekeuze, loop dan gewoon eens een basisschool binnen. Ruik de potloden, hoor het geroezemoes, zie die kinderen over het schoolplein rennen. Als dát je niks doet, moet je hier natuurlijk niet willen werken. Maar als je voelt hoe bijzonder het is om met kinderen te zijn, dan weet je genoeg. En inmiddels verdien je in het basisonderwijs ook gewoon goed.” Daar heeft Thijs zich een paar jaar geleden hard voor gemaakt. Dus daar moeten we nog even op terugkomen.

Als je twijfelt over je studiekeuze, loop dan eens een basisschool binnen. Ruik de potloden, hoor het geroezemoes, zie die kinderen over het schoolplein rennen. En inmiddels verdien je goed in het basisonderwijs.
foo-com-montessori-vakbekwaam-kinderen-potloden-portrait.jpg

Thijs Roovers

leerkracht basisschool

Meelopen met de leerkracht

Hij vervolgt: “Ik zou er zelfs voor pleiten om op de middelbare school profielen te maken waarin onderwijs een plek krijgt; net zoals je nu zorgprofielen hebt. Laat leerlingen al vroeg kennismaken met het vak, bijvoorbeeld via een ‘onderwijsprofiel’ op de havo. Als sector hebben we daar ook een verantwoordelijkheid in: stel je school open, nodig jongeren uit om mee te lopen, laat het mooie van het vak zien en benoem het positieve. Ja, het is spannend om te beginnen, en ja, het vraagt veel van teams en schoolleiding om goede begeleiding te bieden. Punten waar ik in het verleden als bestuurder veel op gehamerd heb. Het vraagt ook om extra investering en prioriteiten van het landelijk beleid maar het begint ook met gewoon je school open te stellen en ook te laten zien hoe mooi het is. Soms is één kort gesprek of één dag meekijken al genoeg om iemand te laten voelen hoe gaaf dit werk is.”

Toch was zo’n ervaring niet hoe het voor Thijs klikte. “Mijn keuze voor de Pabo voelde bijna als toeval – of eigenlijk juist niet.”, lacht hij. “Ik werkte bij een Amerikaans commercieel bedrijf, recht tegenover de Pabo die toen aan de Wenckebachweg zat. Het bedrijf ging reorganiseren en ik dacht: dit kán geen toeval zijn. Ik ben gewoon bij de Pabo naar binnen gelopen en het was meteen duidelijk: dit ga ik doen! Ik heb me direct aangemeld. Ik heb nog even zonder werk thuis gezeten, maar wél met een duidelijk doel: leerkracht worden. Vanaf dat moment was de Pabo aan de Wenckebachweg mijn thuisbasis.”

Een waardevolle studententijd 

Het is inmiddels zo’n 12 jaar geleden dat hij zijn diploma haalde. Welke herinneringen heeft hij aan die tijd? Thijs: “Als ik aan mijn pabo-tijd denk, komen er zóveel goede herinneringen boven. Aan de opleiding, maar vooral aan de mensen. Hij heeft ook een punt van kritiek: “Wat me ook is bijgebleven, is dat er toen ontzettend veel nadruk lag op reflectieverslagen en portfolio’s. Soms miste ik wat diepgang: vakken als oudergesprekken en gesprekstechnieken kwamen naar mijn idee te weinig aan bod, en de samenhang tussen vakken vond ik regelmatig zoek. Maar de begeleiding was sterk; docenten wisten wie je bent en wat je kan. Ik worstelde met mijn scriptie en zag ertegenop. Erwin, mijn scriptiebegeleider zei: ‘Je hebt al genoeg gedaan, misschien mag je ook gewoon tevreden zijn.’ Dat soort momenten hielpen me verder. Ondertussen was ik 28 en werd ik tijdens mijn studie vader. Ook toen dacht de opleiding creatief mee. Het was een intensieve, maar heel waardevolle – latere - studententijd.”

In actie tegen de loonkloof

Hoewel Thijs het enorm naar zijn zin had als startende leerkracht, vond hij het salaris toentertijd veel te laag. “Tijdens mijn master Professioneel Meesterschap – ik was de enige student uit het primair onderwijs, de rest kwam van voortgezet onderwijs en hbo – schreef ik een essay over dat enorme salarisverschil. Ik zocht contact met de vakbond en het ministerie, maar kreeg geen helder antwoord op de vraag: waarom verdienen leraren in het basisonderwijs zoveel minder? Toen heb ik mijn onvrede op Twitter gezet – en dat ontplofte. Samen met de AOb, andere bonden én werkgevers ontketende hij in 2027 met ‘PO in Actie’ een protestactie. “Ineens bleek hoe het leefde: ruim 60.000 leraren wilden de loonkloof tussen basis- en voortgezet onderwijs dichten.” 

Twee jaar later stapt hij zelfs in het bestuur van de AOb. Het zou nog een paar jaar duren voordat het salaris van po en vso-medewerkers gelijk werd getrokken met dat in het vo, maar dat was wel de kroon op zijn werk. “Daarnaast hebben we ook het Beroepsbeeld Leraar vastgesteld. Daarin staat wat ons vak precies inhoudt en welke kennis en vaardigheden daarvoor nodig zijn. Dit is een eerste belangrijke stap om de autonomie te vergroten, wat het werk aantrekkelijker maakt.”

Voor Thijs hoort het erbij: als iets niet klopt, vindt hij, moet je in actie komen in plaats van alleen klagen. “Dat moet je als beroepsgroep zelf doen, met mensen die hun stem willen laten horen. En ja ik rolde in het bestuur van de AOb, maar altijd met het idee: dit is tijdelijk. Ik wil vooral leraar zijn. Voor de klas staan in het basisonderwijs blijft voor mij het allerleukste dat er is. Vanuit die praktijk bemoei ik me nog steeds met dingen die beter kunnen – omdat het vak én de mensen die het doen dat verdienen.” 

Wakker liggen over de toekomst

Over welke ontwikkelingen in het onderwijs maakt hij zich nog zorgen? “Waar ik me écht zorgen om maak, is het groeiend aantal onbevoegde mensen voor de klas. Ik snap de nood – je wilt geen kinderen naar huis sturen en je school overeind houden – maar het doet onvermijdelijk iets met de kwaliteit van onderwijs. Het lerarentekort is niet een klein probleem, het is een structurele crisis. In Amsterdam hebben we destijds een noodplan lerarentekort opgesteld. We hebben daarbij niet alleen naar vacatures gekeken, maar juist naar het werkelijke tekort. Hoeveel leraren hebben we écht nodig, en wat betekent het als we ze niet hebben? We vonden het belangrijk om te benadrukken dat dit noodmaatregelen zijn en geen blijvende oplossingen. Toch werden die plannen door de minister later ineens gepresenteerd als ‘structurele aanpak’, zonder serieus overleg met de sector. Dat frustreert, omdat verkeerde beleidskeuzes alleen maar zijn op te lossen met goede, doordachte keuzes – en met echte prioriteit.”

De frustratie blijkt best hoog. “We drukken al jaren op de alarmknop maar elk jaar ontstaat weer de discussie bij het verschijnen van De Staat van het Onderwijs: wie krijgt de schuld van de dalende kwaliteit? Terwijl het hier niet gaat om cijfers in een rapport, maar om mijn leerlingen. Kinderen die volgend jaar misschien in een klas zitten zonder bevoegde leerkracht. Dát is waar ik wakker van lig.”, zegt hij fel. 

houten speeltoestel op schoolplein

Vol overtuiging voor dit vak kiezen

Wat wenst Thijs de jubilerende HvA Pabo toe voor de komende 15 jaar? “Ik wens de Pabo de komende vijftien jaar twee dingen toe: een enorme toestroom aan studenten én een keiharde focus op lezen. Leren lezen – én lezen leuk maken – is zo’n essentieel onderdeel van ons vak dat het wat mij betreft bovenaan hoort te staan. Als je leraar wilt worden, hoor je zelf te lezen. Ik had een docent, Jos Calis, die in elke les voorlas. Dat is de sleutel: rijke, goede jeugdliteratuur waarmee kinderen niet alleen technisch leren lezen, maar ook leren denken, voelen en kritisch kijken.”

Thijs gunt de HvA een nieuwe generatie studenten die vol overtuiging voor dit prachtige vak kiest. “De Amsterdamse Pabo is een sterk instituut, goed verbonden met de scholen, dat heb ik zelf als heel positief ervaren. Tegelijkertijd heb ik ook gemerkt hoe ongelijk de leescultuur verdeeld is: op mijn school in het centrum van Amsterdam herkenden kinderen de boeken meteen – ‘Dat heb ik thuis ook!’ – terwijl ik in Bos en Lommer op een school kwam waar bijna niet gelezen werd. Juist daarom: investeer in lezen, in jeugdliteratuur en in leraren die zelf lezers zijn. Daar begint het verschil.”

Samen lezen 

Hij geeft een voorbeeld dat hem aan het hart gaat: “Een paar jaar geleden las ik in groep 7 met mijn klas het boek Vlammen van Hans Hagen. Ik had één exemplaar, maar we besloten het samen te lezen. Elke dag lazen we een stukje: ik begon, daarna waren de leerlingen aan de beurt. In het begin durfden maar een paar kinderen hardop te lezen. Na twee weken wilde ineens iedereen lezen. Ze zaten zó in het verhaal dat zelfs de jongen die altijd achterin half onderuitgezakt zat, opeens met glimmende ogen over zijn tafel hing. Hij zei: ‘Ik heb nog nooit zoveel gelezen.’ Hij was zó trots dat hij het boek steeds doorbladerde. Dat beeld ben ik nooit meer vergeten.”

Het belangrijkste vak van de basisschool

Voor Thijs laat dit voorbeeld zien hoe krachtig lezen is. “Je hebt leraren nodig die zelf de jeugdliteratuur kennen, daar enthousiast over zijn en het hele jaar door voorlezen, boeken aanraden, met kinderen naar de bibliotheek gaan. Ook als het geen Kinderboekenweek is. Ik vind lezen het belangrijkste vak van de basisschool: het bepaalt voor een groot deel hoe kinderen later hun plek in de maatschappij kunnen vinden. Dat vraagt om Pabo’s die studenten doordringen van het belang van goed leesonderwijs, en om scholen die blijven professionaliseren op dit gebied. Het hoort bij onze beroepstrots: je bent leraar, dus je bent ook lezer.”

 

Pabo HvA bestaat 150 jaar!  

Met het thema 'Ieder kind verdient een goede leerkracht'  viert Pabo HvA dit jubileum met verschillende activiteiten in oktober. Omdat (voor)lezen en leren lezen zo belangrijk is in de schoolloopbaan van een kind organiseren we een voorleesmoment tijdens de Kinderboekenweek op dinsdag 6 oktober. Een feestelijke reünie voor oud-studenten en oud-collega's staat gepland op 22 oktober.