Motorische achterstanden oplossen in het speciaal onderwijs
Nieuws
Voor leerlingen in het speciaal onderwijs (SO) is motorische ontwikkeling minstens zo belangrijk als voor reguliere leerlingen. Vakleerkrachten bewegingsonderwijs geven aan dat zij behoefte hebben aan praktische handvatten om hun leerlingen hierin nog beter te begeleiden. Daarom start de HvA samen met het werkveld en experts een project om de Ondersteuningsroute Bewegen en Motoriek (OBM) uit het reguliere onderwijs aan te passen voor cluster 3 en 4 in het speciaal onderwijs. Hoe gaan we dat aanpakken, en waarom is dat belangrijk?
In het regulier onderwijs is de Ondersteuningsroute Bewegen en Motoriek (OBM) een succes. Dayenne L’abée, projectleider van het lectoraat Bewegen in en om School van de HvA: ‘Motorische ontwikkeling is belangrijk voor het welbevinden, meedoen en het komen tot leren van kinderen. De OBM is een gerichte aanpak voor basisscholen. Leerlingen worden in groep 3 door de vakleerkracht bewegingsonderwijs gescreend met de 4-vaardighedentest om motorische achterstanden te signaleren, om vervolgens voor deze groep extra ondersteuning te bieden. De OBM geeft praktische handvatten om de samenwerking met zorgprofessionals en de ouderbetrokkenheid te organiseren. De OBM biedt zo een gestructureerde aanpak die scholen elk jaar kunnen herhalen. Dat is effectief: dankzij deze gerichte aanpak lopen kinderen motorische ontwikkelingsachterstand snel in.'
Betrokken
In het speciaal onderwijs (SO) komt relatief veel motorische ontwikkelingsachterstand voor. Tegelijkertijd komen leerlingen uit het SO gemiddeld veel vaker terecht in fysieke beroepen, waarin goed ontwikkelde motoriek van groot belang is. Geen wonder dat Amsterdamse scholen voor speciaal onderwijs grote belangstelling hebben voor de OBM. ‘Wij werken al enkele jaren samen met de HvA’, zegt Laurien Schoonhoven, docent bewegingsonderwijs op de Van Koetsveldschool in de Watergraafsmeer en netwerkcoördinator van de Orion-scholengemeenschap waar die school onder valt. ‘Onze docenten bewegingsonderwijs zijn zeer betrokken bij onze leerlingen. We hebben al veel zelf onderzocht en zijn altijd op zoek naar meer houvast.’
Verschillende behoeftes
Leerlingen in het SO hebben echter andere behoeften en mogelijkheden dan leerlingen in het reguliere onderwijs. Schoonhoven: ‘De uitdagingen verschillen per cluster. Kinderen in cluster 4, met gedragsproblemen, zijn qua motoriek vergelijkbaar met reguliere kinderen. De uitdagingen zitten in hun gedrag en in het duidelijk overbrengen van de instructies van de screening, de 4-vaardighedentest. Kinderen in cluster 3, met een verstandelijke beperking, begrijpen misschien niet wat de bedoeling is. En lichamelijk beperkte en rolstoelgebonden kinderen hebben een heel ander soort screening nodig. Tussen de verschillende scholen binnen de Orion-groep zijn er dus heel verschillende behoeftes en uitdagingen.’

Structurele verbetering
‘Een belangrijke focus in het onderzoeksproject is om tot een werkbare methode te komen om te bepalen welke kinderen wanneer en hoe te ondersteunen’, zegt L'abée. ‘Wanneer hebben zij last van een achterstand? Een belangrijke maatstaf is of de achterstand hen belemmert mee te komen in de maatschappij.’
Schoonhoven: ‘Waar ik op hoop is dat we straks vanuit de gymzaal al kunnen zien welk kind extra ondersteuning nodig heeft. Veel van onze kinderen zouden wel extra ondersteuning kunnen gebruiken, maar wie is er nou het meest gebaat bij een half jaar fysio- of ergotherapie? Ook zou het erg prettig zijn als de samenwerking met zorgprofessionals structureel verbetert. Als een kind nu mijn school verlaat en naar het voortgezet speciaal onderwijs gaat, houdt de ondersteuning op school op. Nu verwijzen we door naar een fysiotherapeut in de buurt, maar dat valt vaak op zijn gat. Dat is zonde, want onze leerlingen gaan vaak met hun handen of hun lijf aan de slag. Goede motoriek is dus heel belangrijk.’
Grote meerwaarde
Ook ouderbetrokkenheid vraagt extra aandacht. Schoonhoven: ‘Veel kinderen in cluster 3 en 4 komen uit andere sociale milieus dan ouders van kinderen in regulier onderwijs. Zij hebben veel aan hun hoofd; zij kampen gemiddeld vaker zelf met beperkingen of trauma. Daardoor hebben zij extra hobbels te nemen om met hun kind te bewegen of bijvoorbeeld naar de speeltuin te gaan. Het heeft dus grote meerwaarde als de samenwerking met zorgprofessionals en de ouderbetrokkenheid structureel verbeteren, ten behoeve van het kind en diens motoriek. Als de motorische ontwikkeling en het plezier in bewegen verbeteren, dan wordt alles uiteindelijk omhooggetild. En dat zou toch super zijn!’
Inclusief onderwijs
Dayenne L’abée: ‘We willen komen tot een ondersteuningsroute die passend is voor de setting van het speciaal onderwijs. De focus blijft op signaleren en ondersteunen: welke kinderen hebben wat nodig. Per cluster kunnen de concrete activiteiten er anders uitzien. Net als we in het regulier onderwijs gedaan hebben, beginnen we met de 7 scholen in ons consortium: 4 van Stichting Orion en 3 van Stichting Kolom. Daarna ondersteunen we de andere SO-scholen in Amsterdam om de OBM te implementeren.
Elke Amsterdamse school zou met de OBM moeten werken, want het is een planmatige aanpak voor passend onderwijs rond de motorische en beweegontwikkeling van kinderen. Een betere ontwikkeling van motoriek en bewegen geeft kinderen op allerlei vlakken meer kans om zich goed te ontwikkelen. Dankzij de 2-jarige subsidie kunnen we ook echt aan de slag op en met de speciaal onderwijsscholen.’
Schoonhoven: ‘Voor ons is het bovendien winst dat er met dit project meer aandacht komt voor speciaal onderwijs op de ALO. Dat is nodig, want met de komst van inclusief onderwijs zullen kinderen uit onze doelgroepen de komende jaren vaker in de eigen wijk naar school gaan. Dan is het dus extra belangrijk dat vakleerkrachten bewegingsonderwijs in het reguliere onderwijs weten hoe ze om kunnen gaan met kinderen met speciale behoeftes, omdat ze daar richting 2035 veel vaker mee te maken zullen krijgen.’
Over onderzoeksproject
Het onderzoeksproject Ondersteuningsroute Bewegen en Motoriek in het Speciaal Onderwijs start in juni 2026 en loopt 2 jaar. Het wordt gefinancierd met een RAAK Publiek-subsidie (SIA). Penvoerder is het lectoraat Bewegen in en om School van de HvA. Daarnaast zijn de lectoraten Kracht van Sport (Inholland) en Bewegen en opgroeien doe je samen (HU) betrokken. De overige partners in het consortium zijn:
- Scholen en schoolbestuur Orion
- Scholen en schoolbestuur Kolom
- Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Amsterdam Diemen (SWV PO)
- Gemeente Amsterdam
- Kind & Motoriek
- Team Sportservice Amsterdam
- Sports & Behavior
- NVFK (Nederlandse Vereniging voor Kinderfysiotherapie)
- KVLO (Koninklijke Vereniging voor Lichamelijk Opvoeding)
- Kenniscentrum Sport en Bewegen (KCSB)