Hitte in de stad: we weten genoeg, maar doen te weinig
Nieuws
Wie een hete nacht meemaakt, weet wat hitte met je doet. Steeds meer Nederlanders ervaren het, toch krijgt dit thema in het beleid van overheid, bedrijfsleven en woningcorporaties nog niet de aandacht die het verdient. Het CoE City Net Zero symposium op 16 juni 2026 moet daar verandering in brengen.
We bouwen nog steeds woningen die te vaak te heet worden en we renoveren woningen zonder duidelijke doelstelling tegen hitte. Daarnaast slagen we er maar niet in de steden echt groen te maken.
‘Zodra er ergens een paar huizen onder water lopen, staan de media en hun camera’s er meteen bij,’ zegt Jeroen Kluck, lector Klimaatbestendige Stad aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA). ‘Maar het thema hitte blijft onderbelicht. Dit terwijl zo’n 250 Nederlanders per jaar overlijden aan extreme warmte; een veelvoud van het aantal mensen dat te maken krijgt met wateroverlast. En wat is nu een natte kelder of vloer vergeleken met overlijden door hitte?’
Heter dan ooit
De frequentie van hittegolven is de afgelopen decennia flink opgelopen. De helft van alle hittegolven sinds 1911 in Nederland, viel ná 2000. De gemiddelde zomertemperatuur ligt inmiddels vier graden hoger dan vóór de industriële revolutie, en in 2019 tikte ons land voor het eerst de veertig graden aan. ‘Zelfs als we de oorzaken van de klimaatverandering per direct zouden wegnemen, blijft het klimaat nog jaren opwarmen, legt Kluck uit. ‘De aarde heeft een veel te dikke jas aan. In feite is de klimaatverandering nog aan het versnellen, en de huizen die we nu bouwen dienen we ook in een nog hetere toekomst te gebruiken.’
Wat de situatie extra urgent maakt, is dat onze woningen steeds slechter bestand zijn tegen hitte. Goed geïsoleerde huizen met grote raampartijen zijn energiezuinig in de winter, maar veranderen ’s zomers vaak in bakstenen ovens. De warmte die via het glas binnenkomt, verlaat het huis nauwelijks meer. Dat geldt niet alleen voor moderne woningen, maar ook voor oudere woningen die zijn gerenoveerd en geïsoleerd zonder goed rekening te houden met hitte.
Tien jaar onderzoek
Het lectoraat Klimaatbestendige Stad heeft op dit gebied de afgelopen jaren al heel wat kennis vergaard. Zo onderzocht het team van 2021 tot 2024 in verschillende onderzoeksprojecten hitte in woningen. Dit met ruim twintig partners, aan de hand van hittemetingen bij meer dan 200 woningen en simulatiestudies naar veelvoorkomende woningtypen.
De uitkomst was helder: zonwering staat bovenaan de prioriteitenlijst. ‘Als de zon eenmaal binnen is, wordt het veel moeilijker om een woning koel te houden,’ legt Kluck uit. ‘En in goed geïsoleerde woningen verlaat die warmte het huis daarna niet vanzelf.’
Concrete richtlijnen
Het lectoraat ontwikkelde ook concrete richtlijnen voor de buitenruimte: hoeveel schaduw hebben we nodig in loopgebieden, hoe groen een wijk minimaal moet zijn en hoe ver mag een koele plek maximaal weg zijn van woningen. ‘We weten dat mensen sterk verschillen in wat ze als te heet ervaren,’ zegt Kluck. ‘Dus hebben we gezegd: als je tenminste deze maatregelen neemt in de openbare ruimte, dan is dat goed genoeg. Haalbare kaart dus, geen toverformule.’
Het lopende onderzoek 1001 Hete nachten (2024-2026) moet leiden tot een verdere verfijning van de richtlijnen. Hoe vaak blijft het ’s nachts bijvoorbeeld te warm om je huis af te koelen? ‘We gaan uit van twee maatgevende temperaturen: de gemiddelde nachttemperatuur en de avondtemperatuur tussen acht en elf uur,’ zegt Kluck. ‘De avonduren zijn cruciaal, dat is het moment waarop bewoners hun woning kunnen ventileren. Weet je of het dan buiten voldoende afkoelt, dan weet je ook of nachtventilatie zin heeft.’
Kwetsbare groepen
Ouderen zijn extra gevoelig voor hitte, want ze zweten vaak minder en ervaren minder dorst. Ook mensen met hartproblemen, longaandoeningen of specifieke medicijnen lopen gevaar. De kwetsbaarheid is daarnaast ook sociaal bepaald. ‘Denk aan huurders die geen zonwering mogen plaatsen en bewoners in wijken zonder groen of schaduw, illustreert de lector.
Opvallend is ook de impact van hitte op ongeboren kinderen. Zo laat onderzoek van het Erasmus MC-onderzoek onder meer dan twee miljoen Nederlandse zwangerschappen zien dat hitte het risico op vroeggeboorte en een laag geboortegewicht vergroot - bij vrouwen in achterstandswijken is dit verband zelfs twee keer zo sterk. ‘Zwangere vrouwen zouden tijdens hittegolven actief opgezocht en waar nodig begeleid moeten worden,’ aldus Kluck.
Kennishiaten: hete hangijzers
Ondanks de stappen die gezet zijn blijven er nog hardnekkige kennishiaten of eigenlijk hete hangijzers, benadrukt de lector. Wat is bijvoorbeeld een acceptabele binnentemperatuur, zowel voor overdag als ‘s nachts? Bij hoeveel graden Celsius overschrijden we een grens die gezondheidsschade oplevert? En hoelang blijven Nederlandse woningen leefbaar als het klimaat verder opwarmt?
Kluck en zijn collega’s schrijven samen met onderzoekers van TU Eindhoven en RIVM een onderzoeksvoorstel gericht op de koelbehoefte van de bestaande woningbouw. Hierin nemen ze ook de vraag mee welke maatregelen het meest effectief zijn bij een zo laag mogelijk energieverbruik. ‘We zitten immers ook in een energietransitie.’
Twee nieuwe HvA-projecten geven alvast richting voor het aanpakken van de hete hangijzers. Zo brengt het Cool Cities Network (2024-2027) in kaart waar kwetsbare bewoners wonen, hoe hoog hun hitteblootstelling is en hoe gemeentes koele netwerken kunnen inbedden in hun beleid. Het net gestarte project ENGAGED (2025-2028) richt zich op klimaatrechtvaardigheid: wie heeft recht op welke inspanning vanuit bijvoorbeeld gemeentes en woningcorporaties? ‘Sommige mensen wonen én in warmere wijken én hebben minder middelen om er iets aan te doen,’ zegt Kluck. ‘Ze zijn dus dubbel de dupe van de klimaatverandering. Dat vraagt om weloverwogen beleid.’
Laatste inzichten
Al deze vragen komen aan bod tijdens de vierde editie van het Hitte in de stad-symposium op 16 juni 2026. Op het event worden de laatste inzichten uit onderzoek en praktijkvoorbeelden gedeeld, en er is volop ruimte voor debat. ‘Want de antwoorden op de klimaatverandering vragen om samenwerking tussen experts uit uiteenlopende domeinen,’ benadrukt Kluck.
Gemeenten pakken de richtlijnen voor de openbare ruimte inmiddels goed op, met meer groen en schaduw in wijken. Maar op het vlak van hittebestendig bouwen en renoveren blijft Nederland achter. ‘Dwingende regelgeving ontbreekt, en bij energierenovaties verdwijnt het thema hitte structureel naar de achtergrond. Het is ondoenlijk net gerenoveerde woningen nog eens aan te pakken voor hitte. Het moet in een keer goed gebeuren’, aldus de lector.
Kom en praat mee op 16 juni
Het symposium Hitte in de stad: koele oplossingen voor de gezonde stad vindt plaats op 16 juni van 11.30 tot 17.00 uur. Het evenement is interessant voor overheidsmedewerkers, onderzoekers, ondernemers en vertegenwoordigers maatschappelijke instellingen. Deelname is gratis, aanmelden wel nodig. Schrijf je in via onderstaande link en zorg dat je erbij bent.