Stadslogistiek in beweging: nieuwe inzichten
Nieuws
Steeds strengere zero-emissiezone-regelgeving, een elektriciteitsnet dat kraakt onder de groeiende laadvraag en een circulaire economie die vraagt om nieuwe logistieke oplossingen: stadslogistiek raakt aan steeds meer maatschappelijke vraagstukken. Onderzoekers van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) presenteren vijf papers met nieuwe inzichten.
‘Bij stadslogistiek gaat het allang niet meer alleen over emissievrije zones en stadshubs,’ zegt onderzoeker Susanne Balm ‘Ons vakgebied verbreedt zich en raakt steeds meer verweven met bijvoorbeeld de circulaire economie, het energievraagstuk en de robuustheid van voedselketens.’ Dat bleek onlangs ook tijdens de Vervoerslogistieke Werkdagen (opent in nieuw venster) in maart dit jaar, waar de onderzoekers hun papers voor het eerst presenteerden.
Complexe uitdagingen
‘De problemen waar we in onze onderzoeken mee te maken hebben zijn complex, en elke oplossing roept weer nieuwe uitdagingen op,’ legt ze uit. ‘Neem elektrisch rijden. Dat vermindert de CO2-uitstoot van vrachtvoertuigen in de stad, maar tegelijkertijd neemt de elektriciteitsvraag op bedrijventerreinen enorm toe. En dat leidt, zonder nieuwe oplossingen, weer tot netcongestie.’
Wanneer is een stadshub financieel interessant?
Susanne Balm presenteerde samen met Sem van Dam (HvA) en Joost Goedhart (TNO) een onderzoek naar de financiële effecten van stadshubs voor individuele leveranciers met eigen vervoer. Die effecten zijn zelden concreet gekwantificeerd, terwijl gemeenten en logistieke partijen deze doelgroep wel proberen te overtuigen om meer te bundelen via logistieke hubs.
Voor het onderzoek gebruikten de onderzoekers data van leveranciers die in 2025 deelnamen aan het Amsterdamse proefproject 'Gebundelde bevoorrading De Rode Loper', waarbij goederen gebundeld werden afgeleverd aan bedrijven in de binnenstad. Met een speciaal ontwikkelde rekentool bracht de onderzoekers in kaart welke besparing leveranciers kunnen realiseren als zij niet langer zelf de stad in rijden, maar goederen afleveren op een stadshub.
De uitkomst: maatwerk is onvermijdelijk en zonder strategische keuzes over de samenstelling en inzet van het wagenpark, personeel en voorraadlocaties is de kans op een rendabele samenwerking met een stadshub klein. ’Je moet echt per leverancier doorrekenen wat het op kan leveren,’ benadrukt Balm.
Voor de ene leverancier wordt samenwerken met een stadshub bijvoorbeeld financieel aantrekkelijk als zij voorraad houden op de stadshub en voor een andere leverancier als zij personeelstekort ervaren of (op korte termijn) niet kunnen anticiperen op strengere toegangsrestricties voor zwaar verkeer in de binnenstad.
Elektriciteitspieken op bedrijventerreinen
Als alle bestelwagens en vrachtwagens elektrisch worden, wat betekent dat dan voor de energievraag op bedrijventerreinen? Onderzoeker Sander Onstein (HvA) presenteerde samen met Bob Castelein (Hogeschool Rotterdam) en Pieter Bons (HvA) een energie-prognosemodel voor twee terreinen: Sloterdijk Poort Noord in Amsterdam en Dutch Fresh Port in Ridderkerk/Barendrecht.
Op beide locaties zal de elektriciteitsvraag sterk stijgen zodra bedrijven hun wagenpark volledig elektrificeren. Het model laat zien wanneer pieken in de stroomvraag te verwachten zijn - cruciale informatie voor netbeheerders en gemeenten die tijdig moeten investeren in laadinfrastructuur en netverzwaring.
Wat beweegt de voedselsector om te kiezen voor hergebruik en recycling?
De energietransitie is niet het enige thema waarmee de logistiek raakt aan bredere maatschappelijke opgaven. Ook de circulaire economie vraagt om een andere aanpak: verpakkingen terugnemen, grondstoffen terugwinnen en stromen combineren. Melika Levelt en Inge Kilian (beide HvA) onderzochten wat partijen in de food supply chain naar horeca en retail beweegt om zelf transport- en collectieactiviteiten voor hergebruik en recycling op te nemen in hun logistieke operatie.
De eerste motivatie die partijen hiervoor noemen is vaak dat ze hopen de logistieke druk op de stad te verminderen als ze retourritten naar het distributiecentrum of de groothandel die ze zonder vracht maken, kunnen vullen met grondstoffen of verpakkingen voor hergebruik of recycling.
Hoewel sympathiek bedacht, is dit financieel en logistiek vaak helemaal niet zo aantrekkelijk. Maar, laat het onderzoek zien, wat op papier onlogisch lijkt, wordt soms hardnekkig toch gedaan of steeds opnieuw geprobeerd.
De belangrijkste verklaring hiervoor is dat bedrijven sterk gedreven worden door de kern van hun waardepropositie. Zo kan het gebeuren dat wat op papier efficiënt lijkt, in de praktijk onuitvoerbaar is. En omgekeerd: een propositie die in theorie inefficiënt is, kan goed werken als ze aansluit bij de strategische doelen van een bedrijf. Praktische mogelijkheden en motivaties blijken dus minstens zo bepalend als kostenberekeningen.
Van zero-emissie naar zero-impact: wat leren we van de Nederlandse praktijk?
Terwijl de circulaire economie de logistiek van binnenuit verandert, wordt de sector ook van buitenaf gevormd door regelgeving. Sinds 1 januari 2025 kennen achttien Nederlandse steden een zero-emissiezone (ZE-zone) voor stadslogistiek - het resultaat van tien jaar samenwerken tussen overheid, logistiek en maatschappelijke organisaties. Lector Walther Ploos van Amstel (HvA) onderzocht samen met Anna Dreischerf en Paul Buijs (Rijksuniversiteit Groningen) wat de Nederlandse casus ons leert over de weg van emissieloos rijden naar werkelijke impact.
De boodschap is genuanceerd: ZE-zones bieden markten duidelijkheid en stimuleren innovatie, maar hun directe effect op luchtkwaliteit en klimaat valt bescheiden uit vergeleken met de winst die te behalen is bij langeafstandsvrachtverkeer. Bovendien treffen knelpunten als versnipperde ontheffingen en administratieve complexiteit kleinere ondernemers harder dan grote verladers.
ZE-zones worden pas echt 'no-regret', zo stellen de onderzoekers, als ze deel uitmaken van een bredere strategie: met eerlijke ondersteuning voor het mkb, betere laadinfrastructuur en structurele veranderingen in logistieke netwerken en governance.
Stadslogistieke data: beleid bouwen op aannames is geen optie meer
Wie al die ontwikkelingen - stadshubs, laadinfrastructuur, circulaire stromen, ZE-zones - goed wil sturen, heeft één ding nodig: betrouwbare data. Maar als het gaat over goederenstromen in de stad blijven die schaars en gefragmenteerd. Terwijl personenmobiliteit al jaren nauwkeurig wordt gemonitord, bleef goederenvervoer lang buiten beeld. Mathijs Jacobs (CBS) en Walther Ploos van Amstel (HvA) analyseerden de huidige stand van zaken.
De groei van e-commerce en circulaire stromen dwingt steden om logistiek actief te sturen - maar zonder betrouwbare data blijven beleidskeuzes gebaseerd op aannames. Nieuwe bronnen zoals ANPR, telematica en track-&-trace bieden kansen, maar geven slechts gedeeltelijk inzicht. De echte uitdaging is institutioneel: vertrouwen opbouwen, standaarden afspreken en heldere afspraken maken over datadeling tussen overheid en bedrijfsleven.
Verbinding als sleutelwoord
De vijf onderzoeken van de HvA laten zien dat stadslogistiek zich steeds meer ontwikkelt tot spin in het web. Stadshub-businesscases, energietransities, circulaire ketenlogistiek, de effectiviteit van ZE-beleid en de behoefte aan betrouwbare data hangen onlosmakelijk met elkaar samen. ‘Complexe vraagstukken vragen om brede samenwerking’, zegt Balm. ‘En die breedte zie je ook terug in ons onderzoek. We werken steeds vaker samen met andere lectoraten binnen en buiten de HvA. Voorbeelden zijn Coördinatie van Grootstedelijke Vraagstukken, Bouwtransformatie en Circulair Ondernemen, en het SPRONG-netwerk LiLS.’
Lectoraat City Logistiek
Schone en duurzame steden zijn aantrekkelijk om in te wonen, te werken en te investeren. Het lectoraat City Logistiek van de Hogeschool van Amsterdam doet praktijkgericht onderzoek naar de kansen voor een slimme en schone stadslogistiek. Belangrijke onderzoeksthema’s zijn de inzet van (lichte) zero-emissievoertuigen, horecabevoorrading, afvoer van afval, bouwlogistiek, servicelogistiek en publieke inkoop. Hierbij wordt gekeken naar nieuwe verdienmodellen, slimme logistieke concepten, innovatieve technologie, stadshubs en overheidsbeleid.