Na de dood online: wie beheert jouw digitale leven?
Nieuws
Wat gebeurt er met onze data en ons digitale leven nadat we sterven? Zelf merken we daar niets meer van, maar de mensen die achterblijven moeten ermee omgaan. Waar moeten zij – en jij – rekening mee houden?
Door: Hedwig Klamer, student van de master Digital Design (opent in nieuw venster).
De dood is een ongemakkelijk onderwerp. Het regelen van erfenissen en uitvaarten kan zwaar zijn voor nabestaanden. In veel culturen blijft de dood een taboe; iets waar je liever niet over praat. In sommige religies gelooft men bovendien dat alleen God bepaalt wanneer iemand sterft, niet een arts.
In de huidige samenleving bestaan er talloze overtuigingen naast elkaar, waardoor een gezamenlijk verhaal ontbreekt. Dat maakt rouw ook ingewikkelder. De dood is, net als de samenleving, geïndividualiseerd geraakt. Juist daarom wordt het belangrijker om onze persoonlijke wensen rond overlijden met elkaar te delen.
In de 21e eeuw is hier een nieuwe laag bij gekomen: onze digitale nalatenschap. Veel mensen beseffen niet eens dat deze bestaat; laat staan hoe ze daarin iets moeten regelen voor hun nabestaanden. Maar de gemiddelde millennial heeft intussen ruim 160 online accounts: van sociale media tot bankrekeningen en webshops.
Wie heeft de verantwoordelijkheid om hierover te beslissen?
Illustraties: Emiel Boven

Het plannen van onze digitale nalatenschap
Hans de Zwart, onderzoeker bij het lectoraat Responsible IT de Hogeschool van Amsterdam, houdt zich bezig met de ethiek en filosofie van technologie. Volgens hem dragen mensen zelf de verantwoordelijkheid om iets over hun digitale nalatenschap vast te leggen voor na hun overlijden. Tegelijk begrijpt hij dat bijvoorbeeld een terminaal zieke moeder haar laatste dagen niet wil besteden aan dit zware onderwerp.
Toch blijft de vraag: wil je deze taak uiteindelijk overlaten aan je dierbaren?
Onverwachte delen van jezelf
In het dagelijks leven bewegen we ons in verschillende sociale kringen; tegen je familie gedraag je je bijvoorbeeld anders dan tegenover vrienden. Met de komst van Facebook in 2004 werden die werelden samengevoegd in een socialmedia-profiel. We presenteren ons dit soort platforms als één consistente identiteit, zichtbaar voor al die verschillende groepen tegelijk.
Maar tegelijk zijn mensen niet alleen vertegenwoordigd in dat ene, meest prominente online profiel. Er zijn ook andere digitale uitingen die delen van je identiteit weerspiegelen; bijvoorbeeld hoe je je presenteert in een dating-app.
Beeld: context collapse

'Context collapse'
Na onze dood kan de ontdekking van deze online extensies van onszelf leiden tot onverwachte confrontaties. Dit fenomeen wordt ook wel ‘context collapse’ genoemd: wanneer een bepaald beeld van ons buiten de bedoelde context belandt, kan dat tot vervreemding leiden. Stel dat je moeder door je Grindr-profiel scrolt en zich afvraagt of ze je ooit echt gekend heeft. Deze realiteit dwingt ons te erkennen dat we niet één persoon zijn, maar meerdere rollen vervullen in verschillende relaties.
Privacy van doden
Naast dit soort mogelijk ongewenste confrontaties, is er ook nog de vraag wat er straks met je data gebeurt. Volgens de wet hebben overledenen geen recht op privacy.
Toch voelt het voor veel mensen ongemakkelijk om door persoonlijke dagboeken van een dierbare te bladeren, en dat geldt ook voor de privéberichten of mailwisselingen. Maar het zou kunnen gebeuren dat nabestaanden jouw persoonlijke notities willen delen, omdat ze die van historisch belang vinden.

‘Jouw’ data
Het kan dus geen kwaad om er vast over na te denken: welke data wil je achterlaten, en voor wie? Sommige dingen zijn duidelijk persoonlijk; zoals je notities. Maar veel data zijn ook gedeeld; zoals foto’s met je beste vriend(in). Jij hebt beelden van hen, en zij van jou. Als je beste vriend overlijdt, wat mag je dan doen met de beelden die jij van hen hebt? Het zijn vragen die je niet terzijde kunt schuiven, nu de meeste foto's en informatie ook online gedeeld worden.
Ook is het goed om te beseffen dat sommige data langer blijven bestaan dan gewenst, óf juist verdwijnen voordat nabestaanden de kans krijgen om deze veilig te stellen.
Tot slot
Veel mensen zijn bang om een last te zijn voor anderen; ook na hun dood. We vermijden daarom ongemakkelijke gesprekken, maar willen onze nabestaanden ook weer niet opzadelen met moeilijke keuzes. Ergens daartussen ligt een balans die we moeten zien te vinden.
Bespreek daarom je digitale nalatenschap met iemand die je vertrouwt; iemand die bijvoorbeeld toegang krijgt tot je wachtwoorden.
En denk daarbij niet alleen aan je eigen wensen, maar ook aan de behoeften van de mensen die achterblijven. Want waar jij misschien kiest voor het volledig verwijderen van je online aanwezigheid, kan het voor hen juist troost bieden om af en toe je profiel te bezoeken.