Amsterdam, focus op ongezonde woningen om gezondheidsverschillen te verkleinen
Nieuws
De Amsterdamse politiek maakt zich op voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart. De nieuwe coalitie moet zich inzetten om gezondheidsverschillen tussen Amsterdammers te verkleinen, vinden Jeroen Kluck, Reint Jan Renes en Bart Baselmans. Dat begint bij iets basaals: aandacht voor de woonomstandigheden van kwetsbare inwoners.
Jeroen Kluck (lector Klimaatbestendige Stad), Reint-Jan Renes (lector Psychologie voor een Duurzame Stad) en Bart Baselmans (Hoofddocent Biomedische Technologie)

‘Schrijnende situaties door schimmelwoningen’, kopte NOS (opent in nieuw venster) in januari. Cijfers van het CBS (opent in nieuw venster) bevestigen dit beeld: in 2024 had bijna één op de drie Amsterdamse huishoudens te maken met vocht- of schimmelproblemen in de woning.
En schimmel is niet het enige probleem. In de zomer wordt het in veel woningen veel te heet. In 2023 kon volgens het CBS (opent in nieuw venster) één op de drie huishoudens in Nederland hun woning niet voldoende koelen op warme dagen. In sociale huurwoningen is dat zelfs bijna één op de twee.
Door klimaatverandering zullen deze problemen alleen maar toenemen. We krijgen te maken met grotere weersextremen, zoals meer en zwaardere buien, langdurige droogte en hitte. Dit merken we ook binnenshuis. Want juist dat vochtige weer vergroot de kans op schimmel, terwijl langdurige hitte ervoor zorgt dat woningen niet goed kunnen afkoelen.
Die omstandigheden zorgen voor serieuze gezondheidsproblemen, vooral als een woning niet goed geventileerd wordt. Zo kan schimmel leiden tot benauwdheid, hoesten en andere luchtwegklachten. Een te hete woning kan klachten veroorzaken zoals hoofdpijn, vermoeidheid en concentratieproblemen. Ook slapeloosheid en hart- en vaatproblemen liggen op de loer.
Extra wrang is dat problemen met vocht, schimmel en hitte juist in sociale huurwoningen het meest voorkomen. Dat terwijl deze bewoners in veel gevallen al kwetsbaar zijn. Ze hebben een lagere sociaaleconomische positie, leven korter en minder lang in goede gezondheid. Ook slechte woonomstandigheden spelen daarin een rol.
Hoewel de gemeente inmiddels inziet dat klimaat en gezondheid nauw met elkaar verbonden zijn, gaat haar beleid nog niet ver genoeg. Bij het aanpakken van gezondheidsproblemen zou de nieuwe coalitie óók de woonomstandigheden van Amsterdammers moeten meenemen. Alleen zo kan de gemeente de gezondheidsverschillen tussen inwoners verkleinen.
Waar wringt het? Nu kloppen bewoners van sociale huur met gezondheidsproblemen aan bij sociaal werk, hun woningcorporatie, de GGD of andere gezondheidsinstanties. Deze instanties zijn vooral gespecialiseerd in hun eigen vakgebied, maar hebben onvoldoende kennis van de relatie tussen woonsituatie en gezondheid. Hierdoor blijft de invloed van woonomstandigheden op de gezondheid onderbelicht en kunnen zij deze groep niet goed helpen.
Eenvoudig inzicht in of iemands woningsituatie (on)gezond is, is daarom hard nodig. De gemeente moet hierin het voortouw nemen en in beeld krijgen welke locaties extra gevoelig zijn voor hitte, schimmel en slechte ventilatie. En welke oplossingen daarbij horen.
Dit kan bijvoorbeeld met een gezondheidslabel voor woningen. Zo’n label moet onder meer gaan over de woonsituatie: is de woning technisch op orde, staat hij in een hete buurt, is er zonwering? Maar ook het gedrag moet worden meegenomen: hoe houden bewoners de hitte buiten en ventileren ze voldoende? Met zo’n label kunnen de GGD, sociale diensten en woningcorporaties bewoners beter helpen en gezondheidsproblemen effectiever aanpakken.
Bij de Hogeschool van Amsterdam denken we graag mee over hoe zo’n label of andere methode er het beste uit kan zien. Maar uiteindelijk is het aan de nieuwe coalitie om de handschoen op te pakken en beter inzicht te bieden in de gezondheid van woningen – en daarmee in de gezondheid van Amsterdammers.