Logo Hogeschool van Amsterdam – link naar startpaginaLogo Hogeschool van Amsterdam – link naar startpagina
Nieuws

De stadsdocent: professional, ervaringsdeskundige en verbinder (3)

Jodie Witteveen, stadsdocent Ergotherapie

Studenten in de wijk voorbereiden op maatschappelijke uitdagingen met passend praktijkonderwijs. Hoe geef je dit vorm? Vijf stadsdocenten vertellen erover in een nieuwe serie interviews. In deel 3 voormalig docent-onderzoeker Jodie Witteveen.

‘Hoe ik het stadsdocentschap voorheen zag?’ Jodie Witteveen fronst. ‘Voordat ik deelnam aan het Comenius Senior Fellow project De stadsdocent: de onmisbare intermediair in de wijk van Soemitro Poerbodipoero wist ik er niet veel van. Ik dacht aan een docent die lesgeeft in de wijk en die bewoners een stem geeft door gebruik van kwalitatief onderzoek (een onderzoeksmethode gericht op het verzamelen en analyseren van meningen en observaties, red.) en co-creatie (een vorm van samenwerking waarbij alle deelnemers een gelijkwaardige bijdrage leveren aan het proces, red.).’

Professionele identiteit

Jodie Witteveen is voormalig docent-onderzoeker Ergotherapie aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA). ‘Voorheen bezocht ik studenten zo nu en dan in de praktijk, maar ik had de wens om meer betrokken te zijn.’ Dit kon tijdens bovengenoemd project. ‘Ik werd dé stadsdocent bij de opleiding Ergotherapie. Hoe ik me voelde in deze rol? Comfortabel. Het sluit aan bij wat ik zoek in een baan. Ik vind het fijn om vaste patronen te doorbreken en letterlijk naar buiten te gaan.

Traditioneel ben je als docent degene die kennis overdraagt. Als stadsdocent ben je meer een coach die meeloopt en aanstuurt. Op locatie moest ik bijvoorbeeld een deel van de controle uit handen geven. Ik neem daar niet de beslissingen, maar ben te gast en ondersteun mijn studenten. Wat ik daaruit leerde? Veel over mijn professionele identiteit en het innemen van mijn positie.

Voorheen kwam ik 1 keer per semester op locatie om in gesprek te gaan met studenten en begeleiders. Nu nam ik deel aan activiteiten. Dus ik leerde me hierin positioneren. Welke vragen stel je bijvoorbeeld aan studenten en bezoekers? Welke momenten zijn passend voor een bezoek? En hoe ondersteun ik studenten zo goed mogelijk? Door studenten op hun locatie aan het werk te zien, kregen mijn gesprekken met hen meer diepgang, zowel op locatie als in het klaslokaal.’

Kritische mindset

Vanuit het Comenius-project veranderde Witteveens beeld op het stadsdocentschap. ‘Ik ontdekte dat het stadsdocentschap veel verschillende vormen kent. Iedere docent vult het op diens manier in. De grote gemene deler is de kritisch bevragende mindset. Welke relatie heb ik tot de wijk? Wat kunnen studenten voor bewoners toevoegen? En welke ervaring kunnen zij er halen? Hoe geef je je samenwerking vorm? Moeten we altijd op locatie zijn? Kunnen buurtbewoners ook bij ons terecht? Wat verwachten we van projecten en contacten? Moet er altijd een leerervaring zijn? Of mag het ook gewoon leuk zijn?

Het stadsdocentschap vergt dus een bepaalde manier van denken én mensen samenbrengen. Wat mij hierbij hielp? Praktische vragen en bezwaren vooraf even loslaten. Vanuit de HvA kwam vaak snel de vraag hoeveel uren, en dus hoeveel geld, de ontwikkeling van het stadsdocentschap kost. Door deze vraag werden ideeën soms al afgekapt voordat ze ook maar werden verkend en getoetst op een mogelijke meerwaarde voor wijkbewoners en studenten. Daarbij was ik, zoals gezegd, de enige stadsdocent binnen mijn opleiding. Daardoor is het stadsdocentschap kleiner gebleven dan het had kunnen zijn.’

Bezoeker blijven

Naast de inhoudelijke aspecten van het stadsdocentschap was Witteveen ook zoekend in haar binding met de diverse wijkorganisaties en de stad Amsterdam als geheel. De HvA staat vlakbij het spoor in Amsterdam-Zuidoost. In mijn studententijd gebruikte ik het spoor enkel om te reizen van en naar mijn woonplaats Den Haag. Tijdens het ontwikkelen van mijn stadsdocentschap stak ik het spoor voor de eerste keer over om de wijk ernaast te verkennen.

Wat het je brengt wanneer je de woonomgeving van mensen kent? Je krijgt een beter begrip van degene die voor je zit en kunt hem/haar laten merken dat je hem/haar werkelijk ziet. Dat geeft vertrouwen en maakt dat een kennismaking sneller verloopt. Ook kun je mensen makkelijker verwijzen vanuit je rol als behandelaar en ontstaan er vaak waardevolle gesprekken over belangrijke ijkpunten in een wijk.

Omdat ik niet in Amsterdam woon, bleef ik gevoelsmatig vaak een toeschouwer. Natuurlijk leverde mijn thuisstad ook mooie gesprekken op en vertelden mensen mij hierdoor over hun vroegere thuis. Toch vertrok ik telkens weer naar Den Haag. Ook vroeg het begeleiden van studenten als stadsdocent veel van mijn flexibiliteit en creativiteit. Projecten in de wijk laten zich namelijk niet kaderen binnen kantoortijden. Deze zaken maakten dat ik afscheid besloot te nemen van de HvA. Mijn eigen thuis begon harder te trekken. Ik wil graag van betekenis zijn voor de plek ík vandaan kom.’

Betekenisvolle wisselwerking

Sinds 1 september werkt Witteveen niet meer als docent-onderzoeker aan de HvA. Ze onderzoekt wat ze voor haar thuisstad kan betekenen én helpt, zoals ook eerder, een Haagse middelbareschool - vanuit een lhbtiqa+ belangenbehartigingsorganisatie - bij het creëren van een veilige en inclusieve omgeving voor alle leerlingen, ongeacht seksuele geaardheid of genderidentiteit.

Toch heeft ze veel geleerd van het stadsdocentschap. ‘Bijvoorbeeld dat er binnen Ergotherapie al best veel studentprojecten ‘lopen’ in de wijk. Groepswerk is een belangrijk onderdeel van de ergotherapeutische visie. Studenten zien alleen nog niet altijd hun waarde in de wijk. Daarbij kan een stadsdocent goed ondersteunen.’ Een ideaalbeeld van het stadsdocentschap heeft ze niet. ‘Dit kan vele vormen aannemen. Wel hoop ik dat de HvA het stadsdocentschap meer gaat omarmen, ook als organisatie in de wijk. Zodat er een betekenisvolle wisselwerking ontstaat.’

Lees meer over onderzoeksproject De Stadsdocent