Logo Hogeschool van Amsterdam – link naar startpaginaLogo Hogeschool van Amsterdam – link naar startpagina
Nieuws

De stadsdocent: professional, ervaringsdeskundige en verbinder (2)

docent-onderzoeker Oefentherapie Ciska van Ravenswaaij, HvA

Studenten in de wijk voorbereiden op maatschappelijke uitdagingen met passend praktijkonderwijs. Hoe geef je dit vorm? Vijf stadsdocenten vertellen erover in een nieuwe serie interviews. In deel 2 docent-onderzoeker Oefentherapie Ciska van Ravenswaaij.

‘Toen ik 2 jaar geleden begon aan het Comenius Senior Fellow project De stadsdocent: de onmisbare intermediair in de wijk van Soemitro Poerbodipoero had ik geen idee wat het stadsdocentschap inhield’, start Ciska van Ravenswaaij. ‘Ja, lesgeven in de stad. Inmiddels zie ik dat het veel complexer is dan dat. Als stadsdocent draag je diverse petten. Je begeleidt studenten, onderhoudt contact met hun begeleiders op locatie, investeert in je netwerk in de wijk én zorgt voor verbinding met de hogeschool. Tegelijkertijd ontwikkel je het onderwijs en draag je – met studenten en wijkorganisaties – bij aan vernieuwende producten en/of diensten.’

Plek bepalen

Ciska van Ravenswaaij is docent-onderzoeker en lid van de examencommissie bij de opleiding Oefentherapie. Ze geeft les in de leerroute Interprofessionele Paramedische Zorg (IPZ). ‘Doordat het stadsdocentschap zo complex is, vond ik het aanvankelijk lastig om mijn plek te bepalen. Ik herinner me een bijeenkomst in een living lab waar ik echt zoekende was. Ben ik hier voor mijn studenten? Luister ik naar hun verhaal? Of moet ik ook iets presenteren? Wat verwachten jullie van mij? En wat kan ik hier bijdragen? Belangrijk dus om het gesprek aan te gaan over taken, doelen en verantwoordelijkheden van alle belanghebbenden. Telkens weer.’

De leerroute IPZ kent geen docenten, maar leercoaches. ‘Onze studenten werken vanaf dag één mee aan praktijkprojecten met studenten en professionals vanuit verschillende achtergronden. Zo bereiden we hen zo goed mogelijk voor op de complexe problemen in hun latere werkveld. Wij denken mee in hun leertraject, ondersteunen en geven suggesties tot ontwikkeling. Daarom past het stadsdocentschap – waarin je telkens diverse partijen met elkaar verbindt en samen komt tot vernieuwende oplossingen - heel goed bij onze leerroute. Bij de start van IPZ benaderden we op zichzelf staande organisaties voor praktijkopdrachten; nu laten we studenten meer en meer deelnemen aan vraagstukken uit de wijk, die ontstaan vanuit een Buurtcampus of een living lab. De visie en werkwijze van deze plekken passen bij onze leerroute, waardoor er een duurzame samenwerking ontstaat en we gaandeweg beter kunnen inspelen op de behoeften van de wijk.’

Kwaliteiten en kansen

Om het stadsdocentschap verder te ontwikkelen binnen hun docententeam vroeg Van Ravenswaaij Poerbodipoero om een bijeenkomst met hen te organiseren rondom dit onderwerp en de Inner Development Goals(opent in nieuw venster). ‘Daarin ontdekten we dat we al veel goed doen. We zijn open en leergierig, bereid om te innoveren en bewust van de kwaliteiten die een toekomstbestendige zorgprofessional nodig heeft. We verbinden ons met onze studenten, zodat zij zich veilig voelen en zich optimaal kunnen ontwikkelen.

Onze leerkansen hebben vooral te maken met ons ‘zijn’ als team. We mogen bijvoorbeeld meer stilstaan bij ons gezamenlijke innerlijke kompas om meer vertrouwen te ontwikkelen in wat we doen. Ook mogen we ons bewust worden van de complexiteit van de vraagstukken waar we met studenten aan werken. Soms zou het mooi zijn als we net iets eerder aanwezig kunnen zijn in de praktijk om aan- of bij te sturen.

Ook netwerken is een vak apart. Wij hadden dit eerst bij één collega belegd, maar dit kostte deze persoon te veel tijd. Nu pakt iedereen een deel, wat we verschillend invullen. Dat zorgt ervoor dat vervolgafspraken voor samenwerkingspartners niet altijd helder zijn. Daarom zijn we op zoek naar kaders, zonder onszelf en elkaar te veel te begrenzen. Dat is best een uitdaging.’

Op zoek naar erkenning

Van Ravenswaaij en haar collega’s staan dus achter hun werk én zijn tegelijkertijd op zoek naar erkenning vanuit de HvA. ‘We zijn aan het pionieren. Daarbij hebben we het gevoel dat onze leerroute niet altijd voor ‘vol’ wordt aangezien vanuit de hogeschool, terwijl interprofessioneel samenwerken een belangrijk speerpunt is van de HvA. Hoe komt het dan toch dat het zo lastig blijkt om deze manier van werken en denken - en daarmee ook het stadsdocentschap - van de grond te krijgen? Ik vermoed dat dit te maken heeft met ons schoolsysteem als geheel. Vanaf de basisschool tot en met de middelbare school leren we veilig in klaslokalen en uit boeken. Wij als docenten worden opgeleid om daarbij aan te sluiten. Vervolgens willen we van onze studenten dat ze met uiteenlopende professionals samenwerken in een complexe en onvoorspelbare praktijk. Tsja, dat schuurt. En daarom voelt dit pionieren soms onbevredigend. Zeker nu we weten dat onze leerroute komend jaar geen eerste jaar heeft door tegenvallende instroom van studenten de laatste jaren. Terwijl IPZ juist dé plek lijkt om het stadsdocentschap interprofessioneel te ontwikkelen én studenten op te leiden tot toekomstbestendige zorgprofessionals.

Onderzocht wordt of een andere vorm beter aansluit bij de behoeften. We hebben elkaar immers keihard nodig, maar lopen het wiel nu uit te vinden op ons eigen eilandje. Willen we samenwerken, dan lopen we tegen de grenzen van de verschillende opleidingen aan. Ik hoop dan ook op meer samenwerking en verbinding in de toekomst. Zodat we gedegen samen kunnen werken aan maatschappelijke vraagstukken rondom gezondheid en vitaliteit. Én werkelijk van betekenis kunnen zijn voor de stad en haar bewoners.’

Lees meer over onderzoeksproject De Stadsdocent