Hogeschool van Amsterdam

Ik werk in het mbo, op een technische campus. Ik ben daar gestart als pedagoog en uiteindelijk ben ik ook onderwijs gaan bieden. Naast sociale vaardigheden, loopbaanoriëntatie en burgerschap geef ik tegenwoordig ook Nederlands. Maar mijn voornaamste taken liggen in het verbeteren van het pedagogisch-didactisch klimaat.

Ik kijk nu veel breder vanuit de organisatie en de cultuur, vanuit de mogelijkheden die je hebt maar vooral ook minder vanuit je eigen referentiekader en meer vanuit een gezamenlijk beeld.

Wendy Bergmans - Student Professioneel Meesterschap

Eigenlijk wilde ik een master pedagogiek doen, maar per se niet bij de HvA. Hiervoor had ik al zes jaar aan de HvA gestudeerd: Pedagogiek, Leraar Pedagogiek en twee keer een excellente module Onderwijsfilosofie. Na twee keer een master Pedagogiek te zijn gestart bij andere hogeronderwijsinstellingen, besefte ik dat ik de manier van lesgeven bij de HvA miste: de kaders, de structuur, de theoretisch inslag in de studie. Ik ben weer gaan bladeren in de masters van de HvA en ik viel met mijn neus in de boter. Toen ik de achtergrond en doelstelling van de master Professioneel Meesterschap las, dacht ik: dit is precies wat ik nodig heb om me verder te ontwikkelen als docent.

De leerlijn is zo geschreven dat het je op elke mogelijke wijze verbindt aan de context om het lesgeven heen. Je bent bezig met de overheid, de school, maar ook met de organisatie. En daar is heel goed over nagedacht. De opleiding zorgt ervoor dat je in een breed perspectief leert denken. Het leiderschap ligt ook een beetje aan je persoonlijkheid en je positie, maar het is vooral perspectief-verbredend.

Het is een hele zelfstandige master, je draagt alle verantwoordelijkheid voor je eigen input. Je moet afspraken met jezelf maken en gedisciplineerd elke week aan je masteronderwijs werken. Je moet bijblijven bij de studie, want alle opdrachten die je maakt zijn voorwaardelijk voor je eindopdracht.

Ik heb nu een adviserende rol op verschillende niveaus bij mijn werkgever en dat komt door de opleiding. Ik adviseer bij de transitie van het studieloopbaancentrum, wat centraal georganiseerd is. Dit moet nu gedecentraliseerd worden naar verschillende begeleidingsteams op alle campussen. De adviserende rol die ik nu heb komt omdat ik er zelf om heb gevraagd en ook heb kunnen onderbouwen waarom het goed is dat er een focusgroep ontstaat met docenten. Dat is wat je echt hier leert. Beleid maken van onderop noemen we dat.

Door de opleiding kijk ik nu zeker anders aan tegen mijn vakgebied. Ik kijk nu veel breder vanuit de organisatie en de cultuur, vanuit de mogelijkheden die je hebt maar vooral ook minder vanuit je eigen referentiekader en meer vanuit een gezamenlijk beeld. Ik denk dat iedere leraar zichzelf zo’n opleiding zou moeten gunnen. Het is heel waardevol voor je eigen onderwijspraktijk, en ik denk ook dat het je inzicht geeft in wat je nog meer kunt in het onderwijs.