Hogeschool van Amsterdam

Het verleden begrijpen door middel van historische verbeelding

6 nov 2019 00:00 | Faculteit Onderwijs en Opvoeding

‘Stel je eens voor…’ Bij het leren van geschiedenis kan het helpen om je voor te stellen hoe het ‘vroeger’ was. Tessa de Leur onderzocht voor haar proefschrift hoe leerlingen door middel van verbeelding zich meer betrokken kunnen voelen bij het verleden.

Hoewel verschillende wetenschappers bevestigen dat het construeren van beelden van het verleden leerlingen kan helpen om acties, gebeurtenissen en ontwikkelingen in het verleden te begrijpen, weten we nog niet hoe beelden, die zijn gemaakt door leerlingen in het voortgezet onderwijs, er precies uitzien en wat de kwaliteit ervan is. Ook weten we nog niet zo veel over hoe leerlingen de opdrachten waarin ze zelf beelden van het verleden moeten maken ervaren.

Gisteren verdedigde Tessa, van de opleiding Leraar Geschiedenis, haar proefschrift aan de Universiteit van Amsterdam. Hierin verkent ze de aspecten van historische verbeelding en, specifiek, over door leerlingen geconstrueerde beelden van het verleden door het laten uitvoeren van ‘stel je eens voor…’-taken. En is gezocht naar elementen die een rol kunnen spelen in het vaststellen van de kwaliteit van de opgeleverde producten.

Tessa stelde vast dat verschillende zaken een rol spelen bij het maken van een beeld van het verleden; het verwerken van informatie uit bronnen, het activeren van voorkennis, het maken van een mentaal beeld en vervolgens het externaliseren daarvan, de interesse die de opdracht opwekt en de mogelijke problemen die een leerling daarbij kan tegenkomen.

De resultaten van de verschillende deelstudies geven aanwijzingen voor componenten die tezamen een indicatie kunnen vormen voor de historische plausibiliteit van het beeld van het verleden zoals dat door de leerlingen is geconstrueerd.

Inleefopdrachten leveren het meest op

In haar proefschrift heeft Tessa overeenkomsten en verschillen onderzocht tussen de beelden van het verleden die leerlingen construeerden als resultaat van een schrijfopdracht, een tekenopdracht en een drama-opdracht. In de producten van alle opdrachten was de informatie uit de bronnen die de leerlingen hadden gekregen duidelijk zichtbaar. Bij de schrijfopdracht werd het meeste gekopieerd uit de bronnen. De inleefopdrachten leverden de meeste additionele informatie op uit voorkennis of verbeelding. Bij alle soorten opdrachten werd wel een plausibel beeld geconstrueerd.

Hoe hebben leerlingen dit ervaren?

In de interviews gaven de leerlingen terug dat ze het construeren van beelden een nuttige activiteit vonden, omdat ze veel leerden. Vooral de focus op gedachten en gevoelens van mensen en op het dagelijks leven in het verleden noemden leerlingen nieuw en interessant.

Aanbeveling voor docenten

Op basis van dit proefschrift beveelt Tessa docenten aan vooral in gesprek te gaan met leerlingen over het geconstrueerde werk. De beelden die leerlingen laten zien in hun product lijken meestal slechts een deel weer te geven van wat de leerlingen in hun hoofd hebben.

Dudoc-Afla onderzoeker

Tessa is een van de promovendi van de eerste lichting Dudoc-Alfa onderzoekers, die in september 2014 aan hun project zijn begonnen. Haar promotores zijn Prof. dr. C.A.M. van Boxtel (UvA) en Dr. A.H.J. Wilschut (HvA).

Meer lezen?

Wil je meer lezen of weten over het proefschrift van Tessa? Je vindt deze op de DARE-website van de UvA. Of lees de samenvatting.

Namens de Faculteit Onderwijs en Opvoeding, van harte gefeliciteerd Tessa.