Hogeschool van Amsterdam

Urban Vitality

Gezond turnen aan de top

12 jan 2021 09:00 | Urban Vitality

“We meten de turnsters na een rustdag voor het ontbijt en de ochtendtraining." Dat is de meest ideale uitgangssituatie voor het onderzoek naar de energiebeschikbaarheid bij turnsters." Studenten Voeding en Diëtetiek Nienke Dedding (22) en Lenny Westerdijk (28) werken aan hun afstudeeronderzoek en reizen langs trainingscentra voor topturnsters in Amsterdam, Nijmegen en Heerenveen.

In de kofferbak van hun auto staat de Q-NRG, een mobiel apparaat dat de concentraties zuurstof (O2) en koolstofdioxide (CO2) meet in de in- en uitgeademde lucht van een turnster. “Samen met trainers, diëtisten, ouders en turnsters hebben we zorgvuldig gekeken naar het meest geschikte moment om onze metingen in te passen in hun trainingsschema,” vertelt Nienke. “Dus de ochtend na een rustdag en op nuchtere maag.” Even later ligt er een turnster op de behandelbank, het apparaat wordt ingesteld en de kap gaat over haar hoofd. Het meten van haar energieverbruik in rust (rustmetabolisme) begint.

Lenny Westerdijk HvA Voeding en Diëtetiek

Energiebeschikbaarheid

Nienke: “Dit willen we eerst even goed uitleggen, want dit is bij veel mensen niet bekend: als turnsters over een langere periode minder energie binnenkrijgen dan ze nodig hebben, verlaagt dit hun energiebeschikbaarheid. Dit betekent dat ze teveel energie gebruiken voor de bewegingsactiviteiten en er daardoor te weinig energie overblijft voor fysiologische processen zoals het onderhoud aan lichaamscellen, het lichaam op temperatuur houden, groei en reproductie. Deze processen worden geremd en dat gaat ten koste van hun gezondheid op de lange termijn.”

Kilocalorieën

Het onderzoek is stap voor stap opgebouwd. Het meten in een rustsituatie geeft een goed beeld van het energieverbruik in rust; het rustmetabolisme. Lenny: “Als we die waarde kennen, dan weten we hoeveel kilocalorieën een turnster nodig heeft om alle belangrijke lichaamsfuncties in stand te houden zoals de ademhaling, het onderhoud aan het lichaam, de temperatuur en het kloppen van het hart. Om de totale energiebehoefte per dag te schatten, mèt alle activiteiten die de turnster op een dag doet, dus inclusief trainen, hebben we ook de uitkomsten van een beweegdagboek over een periode van vijf dagen nodig. De gezamenlijke uitkomsten leggen we naast de resultaten van een voedingsdagboek over dezelfde vijf dagen. Dit samen geeft waardevolle informatie aan de sportdiëtist over zowel het energieverbruik als de energie-inname. Zo weet de sportdiëtist of een turnster genoeg energie binnen krijgt om op topniveau optimaal te presteren en daarnaast genoeg energie overhoudt voor een normale groei en ontwikkeling.”

Atleten in de groei

De vraag naar dit onderzoek kwam van Anne-Marijke Ambergen, sportdiëtist bij het Centrum voor Topsport en Onderwijs (CTO Amsterdam): “Wij werken vaak met jonge atleten die in de groei zijn. Voor deze groep is het belangrijk dat hun groei en ontwikkeling zo optimaal mogelijk is. Een disbalans in energie is ongewenst. Vanuit het CTO leeft deze vraag ook: hoe houden we turnsters gezond en voeden we hen optimaal voor prestatie.”

Nienke Dedding - Student HvA Voeding en Diëtetiek

Voorzichtig resultaat

Lenny en Nienke hebben in totaal 19 turnsters gemeten, waarvan zij er 13 in hun onderzoek naar energiebeschikbaarheid konden meenemen. Lenny: “We zien dat ‘onze’ turnsters gemiddeld een lagere energiebeschikbaarheid hebben (25 kcal per kg vetvrije massa) dan wat minimaal nodig is voor een gezonde balans (30 kcal per kg vetvrije massa). Het verschil was echter niet statistisch significant. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de kleine omvang van de onderzoeksgroep.” Nienke vervolgt: “Maar de resultaten geven zeker aanleiding om door vervolgonderzoek onder een grotere groep turnsters meer bewijskracht te verzamelen voor het optreden van lage energiebeschikbaarheid bij turnsters.”

Topduo

Hoe en of dit onderzoek verder gaat is in deze fase nog onduidelijk. In ieder geval stellen Lenny en Nienke op basis van de metingen een voedingsadvies op voor de deelnemende turnsters. Lenny: “En als we ons afstudeeronderzoek hebben afgerond, ga ik nog mijn eindstage doen. Ik wil graag sportdiëtist worden en daarom vind ik dit inkijkje in de sportwereld heel interessant.” Nienke weet nog niet welke kant ze uit gaat: “Ik vind zoveel dingen leuk, wil alles leren! Ik heb vroeger geturnd en deed aan twirlen, daarom vind ik ons onderzoek in de turnwereld extra fascinerend.” Een goed duo waren ze zeker: Nienke was van de organisatie, het overzicht en het uittypen, Lenny meer van de communicatie en de uitvoering van het onderzoek. En: “We vinden het een hele eer om als eersten met de Q-NRG te mogen werken en zo een bijdrage te leveren aan gezonde topsport!”