Hogeschool van Amsterdam

Urban Technology

Learning Community Zero Emissie Service Logistiek

Als antwoord op de groeiende belangstelling in ons project startte er in februari 2021 een Learning Community. In deze community wisselden professionals, studenten, docenten en onderzoekers frequent kennis uit over zero emissie service logistiek.

De community:

  • Organiseerde 2-wekelijks een vraag & inspireer-uur. Deze online bijeenkomst was open voor geinteresseerden uit het werkveld, onderzoek en onderwijs.
  • Verbond bedrijven aan studenten (Logistiek, Mobiliteit, Engineering, Bedrijfskunde) en bood studenten extra steun bij hun onderzoek.

Community leden

Aanbieders: Easy Go Electric, Arval, Fiestdiensten.nl, DOCKR, Fleet Complete, Mego Mobility, BluekensEV, Cenex Group, Forty, Royal HaskoningDHV en Trens Solar Trains BV.

Gebruikers: Unica, Pantar, Breman, Eltag, ENGIE, Voskamp Groep, Technische Unie en Hemubo.

Overig: Techniek Nederland en Gemeente Amsterdam.

Bijeenkomsten

De bijeenkomsten van het 2-wekelijkse vraag & inspireeruur Zero Emissie Service Logistiek voor professionals, studenten en docent-onderzoekers vonden plaats op dinsdag van 14.00u tot 15.00u.

De agenda van de bijeenkomsten zag er als volgt uit:

  • Kickstart en mededelingen
  • Presentatie vraagstuk gebruiker
  • Presentatie vraagstuk aanbieder
  • Ruimte voor discussie/vragen/inspiratie

Verslaglegging bijeenkomsten

Tijdens de eerste sessie hebben twee leden, Pantar en Easy go Electric een presentatie verzorgd voor de community. Leon Jurres - Consultant Wagenpark bij Pantar – ging in op de transitie naar een emissievrij wagenpark tussen nu en 2025. Bij Stichting Pantar werken 3000 mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, waarvoor de stichting inzet op elektrificatie van personenwagens, (bestel)bussen en scooters. Hij schets verschillende vraagstukken die hierbij een rol spelen:

  • Het optimaal benutten van het wagenpark, bijvoorbeeld door het anders plannen van ritten.
  • Analyseren van de behoefte per autoklasse, met name op het gebied van actieradius.
  • Uitbreiding van de huidige laadinfrastructuur. De capaciteit van het netwerk in werkgebied Amsterdam en Diemen speelt hierbij ook een rol.

Student Toegepaste Wiskunde, Qëndrim Salihu (Hogeschool van Amsterdam) gaat de komende maanden aan de slag met het analyseren van ritdata en de mogelijkheden voor het overstappen naar elektrische auto’s.

In de tweede presentatie vertelde Bob Kranenburg van Easy go Electric (aanbieder van LEVV) over het vraagstuk waarbij 2e jaars Engineering studenten (HvA) een compacte versie van een LEVV gaan ontwerpen. Het nieuw te ontwikkelen lichte elektrische vrachtvoertuig is gebaseerd op een brommobiel en heeft als voordeel dat alleen een bromfietscertificaat benodigd is. Ook mag het voertuig buiten Amsterdam op het trottoir geparkeerd worden.

De sessie werd afgesloten met een aantal aandachtspunten over de gewenste uitstraling en comfort van LEVV’s voor servicemonteurs.

Aanwezige partijen:

Arval, Breman, DOCKR, Easy go Electric, ELTAG, Fietsdiensten.nl, Fleet Complete, Gemeente Amsterdam, Mego Mobility, Pantar, Techniek Nederland, Technische Unie en Unica.

Auteur: Sander Onstein

Susanne (Projectleider HvA) start met het nieuws dat op 9 februari de Uitvoeringsagenda Stadslogistiek is ondertekent door bedrijven, branche/koepelverenigingen en gemeenten. Ook is www.opwegnaarzes.nl gelanceerd met nieuwsberichten en een kennisbank.

Tijdens de tweede sessie hebben twee leden, Breman (gebruiker) en Mego Mobility (aanbieder) een presentatie verzorgd voor de community.

Breman (1800 medewerkers) is een van de grootste installateurs van energiebesparende woningoplossingen in Nederland. Daniël van der Vegt (inkoopspecialist) ging in zijn presentatie in op een zo groot mogelijk emissievrij wagenpark bestaande uit ruim 1000 voertuigen (personenauto’s en bestelauto’s). Centraal in de presentatie stond de vraag: Hoe kan Breman haar klanten in autoluwe (binnen)steden vanaf 2025 bedienen? Daniël ging in op de oplossing om met een vrachtfiets de binnenstad in te gaan. Voordeel van de vrachtfiets is dat de monteur zoektijd naar een parkeerplaats bespaart + zich flexibel kan bewegen door de stad. Uitdagingen hebben te maken met de materiaalvoorziening en de bereidheid van monteurs om over te stappen op de vrachtfiets. Breman wil hiervoor een pilot opstarten nadat een afstudeerder dit vraagstuk, in opdracht van Royal HaskoningDHV verder heeft verkend.

In de tweede presentatie vertelde Terence Carter, oprichter van Mego Mobility , over hun initiatief om meerdere locaties in de stad aan te bieden waar klussers kunnen overstappen op klein elektrisch vervoer (vrachtfiets, scooter of Biro). Het voordeel: parkeerzoektijd en -kosten besparen. De eerste pilot overstaplocatie is gevestigd bij bouwmarkt Hornbach Amsterdam. De oplossing is bedoeld voor zowel ZZP’ers, als voor grote bouwbedrijven. Mego Mobility laadt de voertuigen op, zorgt voor het onderhoud, en biedt bij pech in de stad vervangend vervoer. Het bedrijf is op zoek naar nieuwe hub-locaties en gebruikers.

Belangrijkste ‘take aways’ uit de discussie:

  • Jos Sluijsmans van Fietsdiensten.nl meldt dat donderdag 18 februari van 15.30 – 17.30 de finale is van de Cargobikathon in Groningen, waarin 11 studenten teams van MBO/HBO/WO werken aan werken aan vijf stadslogistieke casussen, waaronder twee met betrekking tot servicelogistiek. Terug te kijken via https://cargobikathon.nl.
  • Er zijn meerdere BIZ (Bedrijven Investerings Zones) in Amsterdam waarin bedrijven in een bepaald gebied gezamenlijk werken aan duurzame inkoop en zero emissie belevering. Mogelijk hebben zij ruimte voor ‘klushubs'.
  • De community leden vragen zich af hoe zij grote groepen medewerkers en onderaannemers enthousiast krijgen voor nieuwe servicelogistieke oplossingen.

Aanwezige partijen:

Arval, BluekensEV, Breman, Cenex Group, DOCKR, Easy go Electric, Engie, Fietsdiensten.nl, Fleet Complete, Gemeente Amsterdam, Mego Mobility, Royal HaskoningDHV.

Auteur: Sander Onstein

Tijdens de derde sessie hebben twee leden, Gemeente Amsterdam en Cenex Nederland een presentatie verzorgd voor de community.

In de eerste presentatie vertelde Arjen de Feijter (Adviseur Bouwlogistiek bij de Gemeente Amsterdam) over de uitdagingen en kansen voor bouwlogistiek in de gemeente Amsterdam. Steeds meer mensen gaan wonen en werken in Amsterdam. Om de stad leefbaar en bereikbaar te houden, zal de logistiek slimmer (minder vervoersbewegingen, volle vrachten, efficiënt gebruik van de openbare ruimte) schoner (luchtkwaliteit) en lichter (bruggen en kademuren) uitgevoerd moeten worden. Arjen schetst verschillende uitdagingen die hierbij een rol spelen:

  • De doelstellingen van schoner, slimmer (minder) en lichter verkeer kunnen met elkaar conflicteren. Zo kunnen bijv. gewichtsbeperkingen resulteren in meer transporten.
  • Bouwmaterialen vertegenwoordigen een lage waardedichtheid en worden veelal over relatief grote afstanden vervoerd. Hiertoe rijden de transporteurs met grote vrachtwagens. Echter, deze komen straks de stad niet meer in i.v.m. overschrijden maximaal toelaatbaar gewicht en lengte.
  • Bouwlogistiek is een complexe keten met aannemers en onderaannemers. Al deze partijen moeten meedoen om zero emissie transport succesvol te realiseren
  • Vernieuwende logistieke oplossingen gaan veelal gepaard met extra kosten, wie gaan deze betalen en waar in de bouwketen vallen de baten?

Kansen:

  • Bouwpersoneel kan prima emissieloos van de rand van de stad naar het bouwproject reizen. Zo kan men gebruik maken van openbaar vervoer of klein elektrisch vervoer. De gemeente stimuleert en faciliteert waar mogelijk het gebruik van parkeerlocaties aan de rand van de stad. Hierbij streeft men naar slimme combinaties zoals gebruik voor bouwpersoneel maar ook voor bijv. touringcars en taxi’s.
  • Kleine bouwmaterialen zoals ijzerwaren en overige kleine goederen, zoals printpapier en consumptiegoederen, kunnen (gebundeld) met bijv. cargobikes naar de bouwplaats gebracht worden. Met name de kleinschalige renovatieprojecten in de krappe stadswijken zijn uitermate geschikt voor dit concept. De gemeente werkt aan een aanpak waarbij wordt gezocht naar een goede balans tussen enerzijds de hinder die het uitvoeren van (ver)bouwwerkzaamheden in krappe stadswijken met zich meebrengt en anderzijds het waarborgen van de leefbaarheid, veiligheid en bereikbaarheid in de stad.
  • Gebiedsgerichte aanpak: door te verkennen welke bouwprojecten in dezelfde periode in elkaars nabijheid worden uitgevoerd, kunnen er mogelijk slimme combinaties gemaakt worden in de aanvoer van materieel, materieel en bouwpersoneel. Hiertoe stimuleert de gemeente de samenwerking tussen de uitvoerende partijen en logistiek dienstverleners.

Esther van Bergen (General Manager) van Cenex Nederland vertelt in de tweede presentatie over de verschillende logistieke vraagstukken die haar adviesbureau vanuit de praktijk krijgt. Deze gaan onder meer over de benodigde laad- en energieinfrastructuur bij bedrijven, maar ook over potentie van innovaties zoals wireless charging en over aandachtpunten bij de inkoop van zero emissie vervoer. Esther gaat vervolgens dieper in op de Fleet Assessment Tool die het bedrijf heeft ontwikkeld. Met behulp van de tool wordt op basis van data over het wagenpark (en uitstootgegevens gebaseerd op data uit de praktijk) een op maat gemaakte analyse en bijpassend transitieplan naar zero emissie voorgesteld. De tool berekend eerst welke voertuigen binnen een bedrijf de grootste emissies veroorzaken. Vervolgens wordt gekeken welke zero emissie voertuigen geschikt zijn (reeds op de markt of in komende jaren verwacht) voor een bedrijf en wordt de Total Cost of Ownership (TCO) uitgerekend voor ZE voertuigen in vergelijking met het huidige wagenpark. Het maakt hierbij niet uit of het wagenpark in eigendom is of bijvoorbeeld via een leaseconstructie in gebruik is.

Belangrijkste ‘take aways’ uit de discussie:

  • Technische Unie is sinds deze week gestart met zero emissie logistiek in Utrecht. Bij dit project is een afstudeerstudent van de HvA betrokken
  • Het een-op-een vervangen van voertuigen is onvoldoende innovatief, er zijn ook oplossingen waarbij er minder zero emissie voertuigen nodig zijn
  • De community wil graag meer inzicht in de onderhoudskosten van zero emissie voertuigen in vergelijking met conventionele voertuigen

Aanwezige partijen:

Bluekens EV, Breman, Cenex Nederland, Dockr, Easy go Electric, Eltag, Fleetcomplete, Forty, Gemeente Amsterdam, Pantar, Royal HaskoningDHV, Techniek Nederland, Technische Unie.

Auteur: Sander Onstein

Tijdens deze sessie hebben twee leden, Hemubo (gebruiker) en Forty (aanbieder) een presentatie verzorgd voor de community.

In de eerste presentatie gaat Jesse Sengers (student Logistiek, HvA) in op zijn afstudeeronderzoek bij bouwbedrijf Hemubo . Hemubo heeft een wagenpark van ongeveer 100 voertuigen (Euro 5 en Euro 6), dat over een aantal jaar emissievrij moet zijn. Vanaf respectievelijk 2027 en 2028 is het niet meer mogelijk om met Euro 5 en Euro 6 voertuigen de stad in te komen. Het onderzoek is complex omdat het bedrijf bestaat uit meerdere werkmaatschappijen (schilderbedrijf, installatiebedrijf) met eigen eisen en wensen voor ZE vervoer. Jesse gaat minstens vier mogelijke oplossingen nader onderzoeken 1) Elektrische bestelauto’s. Hierbij spelen uitdagingen rondom de actieradius en thuisladen, 2) Elektrische personenauto’s 3) Stadshubs, 4) Licht Elektrische Vrachtvoertuigen (LEVV) gecombineerd met stadshubs. Bij LEVV’s speelt acceptatie door medewerkers een belangrijke rol. Toch liggen hier kansen aangezien monteurs qua laadgewicht alleen het eigen gereedschap mee hoeven te nemen. Uitdaging is om alle belanghebbenden binnen het bedrijf (directie, uitvoerend (bouw)personeel, planners) op één lijn te krijgen. Jesse sluit zijn presentatie af met een oproep aan de community om informatie te delen over nieuwe emissievrije transportoplossingen.

In de tweede presentatie schets Bastiaan Terhorst (Digital Producer) van Forty een aantal uitdagingen en een mogelijke oplossing voor optimaal gebruik van laadpaal infrastructuur. Forty is een adviesbureau dat bedrijven helpt te innoveren met behulp van Design Thinking. Het gebruik van laadpalen brengt een aantal uitdagingen met zich mee. Zo neemt het aantal elektrische voertuigen per laadpaal snel toe (van 2,2 EV’s in 2019 naar 3,4 in 2020). Tegelijkertijd zorgen laadpaalklevers voor inefficiënt gebruik van de huidige infrastructuur. Een mogelijk oplossing is het Praadpaal concept. Praadpaal is een applicatie die het gebruik van laadpalen optimaliseert doordat medewerkers vooraf een (semi-openbare) laadpaal kunnen reserveren. Wanneer de auto vol is ontvangt de medewerker een bericht het voertuig weg te zetten zodat de volgende kan laden. Forty gaat het concept komende maanden verder uitwerken en is op zoek naar deelnemers voor een pilot.

Belangrijkste ‘take aways’ uit de discussie:

  • De acceptatie van ZE voertuigen kan verhoogd worden door werknemers het vertrouwen te geven dat ze de voldoende materialen meekrijgen vanuit de planningsafdeling.
  • Werknemers die niet zelf tussendoor materialen hoeven te halen kunnen volstaan met een lagere actieradius.
  • Praadpaal is een interessante oplossing, maar lijkt te vroeg te komen. Op dit moment bestaat het probleem nog niet in het semi-publieke kader van gedeelde laad pleinen. Meerdere keren is bevestigd dat dit probleem zich gaat voordoen (vraag/aanbod balanceren via een planning-/ reserverings-notificatie/ mechanisme) maar dat het nog niet zover is, aldus Forty.

Aanwezige partijen:

Arval, BluekensEV, Breedveld & Schröder, Breman, Easy go Electric, ELTAG, Engie, Fietsdiensten.nl, Fleet Complete, Forty, Gemeente Amsterdam, HAN Automotive Research, Hemubo, Mego Mobility, Pantar, Royal HaskoningDHV, Technische Unie, Unica, Voskamp Groep.

Auteur: Sander Onstein

Tijdens deze sessie hebben twee leden, RoyalHaskoningDHV en BluekensEV een presentatie verzorgd voor de community.

Susanne begint de sessie met de mededeling dat de eindpublicatie van het Gas op Elektrisch (GoE) project nu ook in het Engels beschikbaar is en dat hier enthousiast op gereageerd wordt. Er zijn wereldwijd nog maar enkele onderzoeken naar ZE servicelogistiek. Naast het GoE project loopt er een onderzoek in Noorwegen.

De eerste presentatie werd verzorgd door Casper Prinsen (opleiding Toegepaste Psychologie, HvA) die vanuit RoyalHaskoningDHV is gestart met een afstudeeronderzoek naar het gedrag van servicemonteurs. Hoofdvraag van het afstudeeronderzoek is hoe meer bereidheid en draagvlak voor de vrachtfiets gecreëerd kan worden onder servicemonteurs. Casper gaat een aantal aspecten nader onderzoeken, die samen komen in het COMB model (capaciteit, mogelijkheden, motivatie en gedrag). Denk bijvoorbeeld aan de fysieke capaciteiten van servicemonteurs - zoals uithoudingsvermogen en de vaardigheid om een vrachtfiets te besturen - maar ook aan de motivatie van monteurs voor de vrachtfiets. Een ‘automatische’ motivatie (gedachte) kan bijvoorbeeld zijn dat monteurs het gevoel hebben dat hun vrijheid in de keuze voor het voertuig afgenomen wordt. Ze zullen dan een streep in het zand trekken en deze vrijheid extra bewaken. Wanneer de bereidheid en het draagvlak in kaart zijn gebracht gaat Casper mogelijke oplossingen opstellen die voortbouwen op de oplossingen uit het GoE project, bijvoorbeeld: voorlichten, overtuigen, of belonen. Casper is nog op zoek naar vergelijkbare onderzoeken en naar bedrijven die komende maanden pilots met vrachtfietsen gaan draaien.

In de tweede presentatie deelde Gert-Jan Jonker (General Manager) van BluekensEV een aantal ervaringen en lessen met de community. BluekensEV is kennispartner op het gebied van emissievrije stedelijke logistiek en ontwikkelt toekomstbestendige ZE-oplossingen. De focus ligt voornamelijk op bestelbussen en grotere elektrische vrachtvoertuigen. Het bedrijf werkt vanuit een 360° aanpak waarin het voertuig niet los gezien kan worden van laadinfra, energiemanagement en fleet management. De volgende lessen en ervaringen kwamen aan bod:

  1. Denk vanuit de eindoplossing, werk samen naar een toekomstgerichte oplossing. We zien nog te vaak problemen in het opschalen van toekomstige laadinfra.
  2. Voertuig en laadinfra zijn als een goed huwelijk, beiden hebben elkaar nodig. Sommige voertuigen kunnen zowel langzaam als snelladen, maar dit kan per merk verschillen. Bekijk dus het gehele wagenpark om de beste laadinfra te kunnen kiezen.
  3. Zonder vakkundige locatieschouwing… no go! Kijk altijd hoe de leidingen lopen op een locatie. Dan kun je bepalen hoe de laadinfra idealiter aangelegd kan worden. Is er bijvoorbeeld wel een transformatorhuisje (elektrische aansluiting) aanwezig? Als dit niet het geval is heb je een mobiele (circulaire) oplaadunit nodig.
  4. Value of ownership: kijk niet alleen naar de aanschaf van het voertuig, maar naar de Value of ownership (voertuig, laadinfra, subsidies, fiscale voordelen). Alles samengenomen komen de kosten voor een elektrisch voertuig heel dicht bij de kosten van een Diesel voertuig.
  5. Voertuigen die stil komen te staan, hoeven niet direct afgesleept te worden. Meestal is er snel een oplossing en kan het logistieke proces weer doorgang vinden. Samenwerken en data delen is hierbij key. Met een app kun je precies bijhouden waar voertuigen met pech staan.
  6. Neem de servicemonteur direct mee aan boord. Betrek ze bij pilots en laat ze meedenken over de beste ZE oplossing.

Belangrijkste ‘take aways’ uit de discussie:

  • Om de acceptatie onder servicemonteurs te onderzoeken kan ook gedacht worden aan andere LEVV’s dan vrachtfietsen waarbij de bestuurder droog zit en niet zelf hoeft te trappen

Aanwezige partijen:

Arval, BluekensEV, Breman, Cenex Nederland, Easy go Electric, ELTAG, Engie, Fietsdiensten.nl, Fleet Complete, Forty, Gemeente Amsterdam, HAN Automotive Research, Hemubo, Pantar, Royal HaskoningDHV, Technische Unie, Trens Solar Trains BV.

Auteur: Sander Onstein

Tijdens deze sessie hebben twee leden, Eltag en Swell Electric een presentatie verzorgd voor de community.

De eerste presentatie werd verzorgd door Stijn van de Klundert (HvA), afstudeerder bij Eltag op het gebied van elektrisch vervoer. Eltag is een installatiebedrijf in ventilatietechniek werkzaam door heel Nederland. Het bedrijf heeft een wagenpark bestaande uit 42 dieselbussen, die hoofdzakelijk worden gebruikt door de servicemonteurs. Hoofdvraag van het afstudeeronderzoek van Stijn is hoe Eltag tussen nu en 2024 over kan stappen naar elektrisch vervoer. Om deze vraag te kunnen beantwoorden is een analyse van ritprofielen van de servicemonteurs opgesteld, zijn interviews gehouden met directie, teamleiders en monteurs, en zijn TCO-berekeningen gemaakt. Uitdagingen van het onderzoek zijn: 1) het laden van de elektrische voertuigen moet voornamelijk plaatsvinden bij het hoofdkantoor, en 2) bij sommige monteurs zijn grote verschillen te zien in het wekelijkse aantal gereden kilometers (ritprofielen).

Stijn adviseert een pilot te starten met monteurs werkzaam in Amsterdam en omgeving. De monteurs die zijn geselecteerd voor de pilot rijden veelal binnen Amsterdam, en rijden minder dan 500km per week. Wanneer een bestelbus een actieradius heeft van 330km (geadverteerd) zou de monteur maar twee keer per week hoeven te laden, wat te overzien is. Later kan het bedrijf elektrisch vervoer uitbreiden naar monteurs die meer kilometers per dag rijden. Tussentijds kan Eltag de ontwikkelingen omtrent nieuwe modellen met grotere actieradius en snelle laadmogelijkheden in de gaten houden.

In de tweede presentatie gaat Terence Carter van Swell Electric / Mego Mobility in op de ontwikkeling van een inductielader voor licht elektrische voertuigen. Aangezien gemeenten inzetten op emissievrije en autoluwe steden, zal toekomstig vervoer in de stad steeds meer plaatsvinden via licht elektrische voertuigen zoals de bakfiets of elektrische scooter. Deze voertuigen kunnen niet laden aan conventionele laadpalen bedoeld voor het laden van elektrische auto’s. Om een wirwar van kabels en onveilige situaties op het trottoir te voorkomen wil Swell Electric een universele en weersbestendige inductielader ontwikkelen. Swell Electric is op zoek naar gebruikers (bedrijven) om de wensen omtrent het opladen van licht elektrische voertuigen te inventariseren.

De sessie wordt afgesloten door John Weiss (van BOOM ) die in San Francisco bezig is met de ontwikkeling van een mobiele workshopruimte aan/op een elektrisch aangedreven fiets. Hij doet een oproep aan de service logistiek community voor het vinden van partners die kunnen helpen bij het design van de motor en het oplaadsysteem van het voertuig.

Belangrijkste ‘take aways’ uit de discussie:

  • De discussie richt zich op de veiligheid van inductieladen, hiervoor zijn internationale standaarden opgesteld (laden tot 1kWh).
  • Er lijkt een relatie te zijn tussen de ritprofielen en de bereidheid van servicemonteurs om over te stappen op elektrische voertuigen: monteurs die wekelijks veel kilometers rijden zouden minder bereid zijn over te stappen.

Aanwezige partijen:

Breikers, Breman, Easy Go Electric, Eltag, Gemeente Amsterdam, Hemubo, JP Magis, Mego Mobility, Pantar, Swell Electric, Technische Unie, Unica, Voskamp Groep.

Auteur: Sander Onstein

Susanne (Projectleider HvA) begint de sessie met de mededeling dat er na de zomer mogelijk een vervolg komt op de learning community met het Vraag & Inspireeruur en onderzoeksopdrachten voor studenten.

Tijdens deze sessie hebben twee leden, Pantar en Technische Unie een presentatie verzorgd voor de community.

De eerste presentatie werd verzorgd door afstudeerder Qëndrim Salihu (HvA, opleiding Toegepaste Wiskunde), die voor Pantar onderzoek doet naar de overstap op elektrisch vervoer. Bij Stichting Pantar werken 3000 mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Qëndrim onderzoekt de behoeftes op het gebied van elektrisch vervoer met behulp van kwantitatieve data-analyse. Hij heeft het wagenpark hiervoor onderverdeeld in 4 categorieen: personenauto’s, bestelbussen, kiepers en personenvervoer bussen.

Voor alle 4 de categorieën is het aantal benodigde voertuigen per afstandsklasse onderzocht. Zo zijn in afstandsklasse 1 (0 - 50 km per dag) bijvoorbeeld 12 elektrische voertuigen nodig. Voor de zekerheid zijn er extra voertuigen (correctie) toegevoegd aan de afstandsklassen om zo minimaal 85% van de ritten elektrisch uit te kunnen voeren. Pieken (de laatste 15%) in de benodigde actieradius kunnen dan opgevangen worden door tijdelijke voertuighuur of door alternatieve ritplanning.

Interessant resultaat is dat de monteurs door de jaren heen (2016 - maart 2020) gemiddeld minder km per week zijn gaan rijden (mogelijk door andere ritplanning, of meer klanten in een bepaald gebied). Op basis van het gemiddeld aantal gereden km per week kan een ontwikkeld model voorspellen hoeveel elektrische voertuigen het bedrijf nodig heeft.

Ook heeft Qëndrim een correctie op de actieradius volgens de fabrikant gemodelleerd. Hierbij is rekening gehouden met de volgende factoren: temperatuur, batterijleeftijd en gewicht. Richting de toekomst werkt Qëndrim drie routes uit: zo snel mogelijk elektrisch, zo lang mogelijk uitstellen, en een route er tussenin.

In de tweede presentatie delen Rogier Hafkenscheid (Supply Chain Engineer) en Freek Timmers (afstudeerstudent Logistiek, HvA) hun ervaringen met de inzet van zero emissie voertuigen bij Technische Unie . Technische Unie is een technische groothandel met 1,5 miljard euro omzet en >2.000 medewerkers. In het kader van duurzame stadsdistributie werken Rogier en Freek aan een grootschalig project met als hoofdvraag hoe het bedrijf haar klanten in 44 Nederlandse steden (G44) duurzaam kan beleveren. In dit project worden drie alternatieven onderzocht: 1) elektrische vrachtwagens, 2) kleinere (elektische) voertuigen (LEV en cargobike), en 3) bezorging via de hub van een stadslogistieke partij. Per stad wordt door Freek het beste alternatief onderzocht. Uit eerste pilots in Utrecht en Leiden blijkt dat fietskoeriers in Utrecht een kortere stoptijd behalen dan een medewerker met een (diesel) vrachtwagen. Ook kunnen fietskoeriers ruim 30 zendingen per dagdeel verwerken, wat meer is dan verwacht. In Utrecht liep tevens een pilot met een LEV, waarbij vooral het bereik en het vervoer van grotere zendingen en lengtes (buizen) een uitdaging blijken. Voor de pilot in Leiden wordt samengewerkt met een stadslogistieke partij. Het blijkt dat de samenwerking met CityHub goed werkt en dat klanten een voorkeur hebben voor een kleine groep bezorgers (bekende gezichten). Om dit concept landelijk op te schalen is voor Technische Unie prettig als er in meerdere steden met dezelfde stadslogistieke partij en/of ICT systemen gewerkt kan worden.

Afstudeerder Freek onderzoekt wat er in ieder van de G44 qua volumes de stad in gaat. Hij maakt een model met daarin volume, gewichten, afstanden tussen stops en aanwezigheid van een Technische Unie locatie om zo per stad een advies te kunnen geven over de meest geschikte modaliteit of samenwerking.

Belangrijkste ‘take aways’ uit de discussie:

  • Stadslogistieke partijen zouden samen moeten werken met hetzelfde ICT-platform. Voordeel hiervan is dat bedrijven die in meerdere Nederlandse steden werkzaam zijn niet met iedere lokale stadslogistieke partij een ICT-koppeling hoeven te maken.
  • In de zomer start er een kort onderzoek met Unica over slimme ritplanning met ZE-voertuigen.

Aanwezige partijen:

Breman, Cenex Nederland, De Fietskoerier Utrecht, Easy Go Electric, Eltag, Feenstra, Fietsdiensten.nl, Gemeente Amsterdam, Hemubo, JP Magis, Pantar, Spie, Technische Unie, Voskamp Groep.

Auteur: Sander Onstein

Susanne (Projectleider HvA) begint de sessie met de mededeling dat de 9e learning community sessie wordt verplaatst naar 21 juni om 16.00. Deze bijeenkomst zal in het teken staan van laadinfrastructuur voor stadslogistiek. Daarnaast is er een korte survey uitgezet over de voortzetting van de community na de zomer.

Tijdens deze sessie hebben twee leden, Easy Go Electric en Somerset Capital Partners / CLIC een presentatie verzorgd voor de community.

De eerste presentatie werd verzorgd door Niels Jacobs, Justin van Nassau en Noud van de Kreeke (HvA studenten van de opleidingen Engineering en Bouwkunde). In opdracht van Bob Kranenburg (Easy Go Electric ) hebben studenten een ontwerp gemaakt voor een iYYo als licht elektrisch Cargo voertuig voor de servicelogistiek, onder meer voor installatie en service bedrijven. Waarbij de studenten tevens onderzoek hebben gedaan naar de inzet en gebruik hiervan.

Uitganspunten voor het ontwerp zijn: houdt de vorm van het voertuig zoveel mogelijk gelijk, maak de assemblage zo eenvoudig mogelijk, en zorg ervoor dat het voertuig voldoet aan de regelgeving. In het ontwerp van de studenten wordt het voertuig aan de achterzijde verlengd om ruimte te maken voor een standaard laadkubus waar servicemonteurs gereedschap en onderdelen in mee kunnen nemen. Het ontwerp gaat uit van een nieuw subframe dat op zes plaatsen aan het huidige frame wordt gemonteerd. Voor de sterkte van het nieuwe frame is een frameanalyse gedaan. Het biedt hierbij een tussenoplossing voor monteurs die droog willen zitten en tegelijkertijd een makkelijk en wendbaar voertuig zoeken voor in de stad.

In de tweede presentatie gaat Robert Kreeft van Somerset Capital Partners in op de nieuwe City Logistics Innovation Campus (CLIC) . CLIC is een stadslogistiek centrum waarin kennis en faciliteiten voor diverse sectoren samenkomen. De campus zal verrijzen in het hart van de Metropoolregio Amsterdam (MRA), langs de A9 bij Badhoevedorp, direct tegenover Schiphol. Aanleiding voor de campus is de energietransitie (en zero emissie regelgeving) die vraagt om nieuwe manieren van bundeling en stadslogistiek. Naast een bundelingsoplossing in de vorm van een hub biedt CLIC ook ruimte voor productielocaties, kantoren, flexibele werkplekken, een hotel en een ‘dark kitchen’. CLIC is niet alleen een stadshub, maar een city port met dienstregeling voor goederenvervoer de stad in. Horecastromen kunnen bijvoorbeeld gebundeld worden doordat productie plaatsvindt in de centrale dark kitchen. Er wordt ingezet op elektrisch rijden en voldoende laadmogelijkheden. Het concept moet bijdragen aan minder vervoersbewegingen, minder uitstoot en daardoor een beter leefklimaat in de stad. De opening van de campus is naar verwachting Q4 2022. Meer informatie is te vinden op de website www.joinclic.nl.

Belangrijkste ‘take aways’ uit de discussie:

  • CLIC is een stadslogistieke campus waarin kennis en faciliteiten voor diverse sectoren samenkomen. Meer informatie is te vinden op de website www.joinclic.nl
  • Een LEVV voertuig biedt een tussenoplossing tussen een bestelauto en een fiets; monteurs zitten droog, zijn wendbaar, rijden elektrisch en met een beperkte ruimtebeslag door de stad

Aanwezige partijen:

Breikers, Breman, Cenex Nederland, Easy Go Electric, Feenstra, Fietsdiensten.nl, Gemeente Amsterdam, HAN Automotive Research, JP Magis, Pantar, Royal HaskoningDHV, Somerset Capital Partners, Technische Unie, Voskamp Groep.

Auteur: Sander Onstein

Susanne (Projectleider HvA) begint de sessie met de mededeling dat na de zomer bekeken wordt of er een vervolg op de learning community komt. Daarnaast is er in september een handelsmissie naar Hongarije voor partijen die met zero emissie stadslogistiek en elektrisch vervoer bezig zijn. Meer informatie hierover is te vinden op de website :

Tijdens deze sessie hebben twee leden, Equans (voormalig Engie Services) en de Gemeente Amsterdam een presentatie verzorgd voor de community.

In de eerste presentatie gaan René Groot Wassink (Consultant Continuous Improvement) en Nathan Baak (Adviseur Duurzaamheid) van Engie Services in op de ontwikkelingen rondom zero emissie transport. Engie Services is een technisch dienstverlener die met haar dienstverlening en specialismen een groot aantal markten bedient in Nederland. Enkele doelen van de organisatie zijn om in 2030 CO2 neutraal te zijn, onder andere door over te stappen naar laagdrempelige transportoplossingen zonder CO2 uitstoot. De afgelopen jaren is gewerkt aan een fietscombinatie met serviceaanhanger voor monteurs. De fietscombinatie voldoet aan verschillende eisen: zo is het voertuig makkelijk te parkeren in de stad en kan de monteur de aanhanger handmatig naar de werkplaats rijden waardoor het benodigde gereedschap altijd voorhanden is en de productieve tijd toeneemt. Uit onderzoek bleek dat veel gereedschap en materialen die in de bestelauto worden meegenomen niet dagelijks nodig zijn en dat monteurs veel tijd kwijt zijn met heen en weer lopen van/naar de bestelauto en door de panden waar ze werken. Bovenop de serviceaanhanger is ruimte voor een ladder. Het voertuig wordt ingezet in binnenstedelijke- en campusachtige omgeving. Richting de toekomst zet Engie Services in op pilots met een LEVV (zoals een Goupil), elektrische bakfiets, en een elektrische fiets. Ze starten de pilots bij monteurs die enthousiast zijn om met uitstootvrij vervoer te experimenteren. De leasecontracten van Engie Services hebben een termijn van vijf jaar; met de naderende zero emissie zones wordt het belangrijk tijdig de juiste keuzes te maken over de samenstelling van het wagenpark en zal de hele organisatie mee moeten.

De tweede presentatie wordt verzorgd door Bertold Plugboer en Mathieu Wijnen van het Team Uitstootvrije Mobiliteit van de Gemeente Amsterdam . Zij gaan in op de plannen van de gemeente voor de uitrol van elektrische laadinfrastructuur. De opgave is fors: van 4.000 punten nu naar 80.000 laadpunten in 2030. Hiervoor moeten 50.000 laadpunten in de private ruimte gerealiseerd worden, 13.000 laadpunten in semi-publieke ruimtes (overheidsgebouwen, parkeergebouwen, enz) en 18.000 in de publieke ruimte. De opschaling van het aantal laadpunten brengt verschillende uitdagingen met zich mee. Zo is er de belasting op het energienetwerk, de inpassing van laadpunten in de openbare ruimte en vraagt de diversiteit aan potentiële gebruikers om een mix van typen laadpunten (lage / hoge vermogens). De gemeente werkt aan twee strategieën om de uitrol mogelijk te maken. Ten eerste de uitrolstrategie laadinfra, waarin uitgegaan wordt van zoveel mogelijk laden in de private en semi-publieke ruimte. Ten tweede de energiestrategie waarin uitgegaan wordt van duurzaam opgewekte elektriciteit en het faciliteren van slim laden en netbalancering (om piekbelasting van het net te voorkomen). Beide strategieën vragen om een regierol vanuit de gemeente op strategische plaatsing van laadpunten en op het stimuleren van laadpunten in de private en semi-private ruimte.

Belangrijkste ‘take aways’ uit de discussie:

  • Bij het plaatsen van laadpunten voor stadslogistiek moeten gemeenten ook rekening houden met voldoende laadpunten voor LEV’s om de ontwikkeling naar lichter vervoer (met een lagere energievraag) te stimuleren/faciliteren. De gemeente Amsterdam zal beperkt laadinfra voor LEV’s in de publieke ruimte beschikbaar stellen.
  • Bij laadpalen in parkeergarages is het belangrijk om rekening te houden met de brandveiligheid. De gemeente geeft aan dat hier rekening mee wordt gehouden. VEXPAN en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat hebben over dit thema een kennisdossier ontwikkeld. Dit dossier is hier te vinden.
  • Hubs gaan een belangrijke rol spelen in het bundelen van goederenstromen, om zo het aantal voertuigen en de laadbehoefte te verminderen. Dit zijn logischerwijs strategische plekken voor (snel)laadinfrastructuur.

Aanwezige partijen:

Arval, BleukensEV, Breman, Cenex Nederland, Easy Go Electric, ENGIE, Fietsdiensten.nl, Gemeente Amsterdam, HAN Automotive Research, Pantar, Royal HaskoningDHV, Technische Unie, Voskamp Groep.

Auteur: Sander Onstein

Gepubliceerd door  Urban Technology 19 augustus 2021